Het veelkleurig land [The Many-Colored Land - nl]
- Автор: Мэй Джулиан
- Год: 1986
- Язык: голландский
- Год: Het Spectrum
- ISBN: 90-274-0547-6
- Переводчик: Wim Gijsen
- Жанр: Научная фантастика
Электронная книга - «Het veelkleurig land [The Many-Colored Land - nl]». Краткое содержание книги:
Het hele gezelschap kwam overeind, de aandacht gespannen en de adem inhoudend terwijl de oude man zijn tak naar beneden liet komen.
‘... ligt de Rieskrater. Een paar kilometer ten noorden van de Donau, vlak bij het toekomstige Nördlingen. Alles bij elkaar driehonderd kilometer ten oosten van hier. En zo waar als God kleine groene appeltjes heeft gemaakt, dat is jullie Scheepsgraf. Een krater met een doorsnede van meer dan vijfentwintig kilometer. De grootste in Europa.’
Er ontstond rumoer onder de menigte. De mensen drongen om Claude heen, feliciteerden hem en zochten naar meer wijn. Iemand haalde een rieten fluit te voorschijn en begon een opgewekt wijsje te spelen. Anderen lachten en dansten in het rond. De dag die met een paniekerige vlucht voor de buitenaardse vijanden was begonnen, leek feestelijk te zullen eindigen. Zonder aandacht te schenken aan de feestenden, fluisterde Madame iets tegen Burke. Zij en de Indiaan wenkten de overgebleven leden van Groep Groen en trokken zich terug in een donkerder deel van de holle mammoetboom. ‘Het zou kunnen,’ zei Madame, ‘het zou nog net kunnen om dit deel van het plan nog dit jaar in werking te zetten. Maar dan moeten we nu gaan. Jij zult ons moeten aanvoeren, Peo. Ik zal mee moeten om de Huilers bijtijds te ontdekken en af te schrikken. En we zullen jouw hulp nodig hebben, Claude, om de krater te vinden en die van Felice om vijandige dieren af te leiden. Richard moet mee, want hij zal een van die vliegende toestellen moeten besturen als we er een vinden. We zullen Martha meenemen, die eens een ervaren ingenieur was en die ons helpen kan met het begrijpen en zo nodig repareren van die buitenaardse machines. En Stefanko, die testpiloot is geweest van gewone vliegtuigen. Hij kan Richard assisteren en misschien zelfs een tweede toestel zelf vliegen.’
Commandant Burke zei: ‘Zeven dus. Twee van hen zijn al oud en Martha is niet sterk. Vreemd, Madame. Te weinig voor kracht, te veel voor snelheid. Zelfs met Felice en mij erbij voor de spierkracht, zal het een moeizame reis worden.’ Felice zei: ‘Ik wil dat Amerie meegaat. We kunnen een arts nodig hebben.’
De non trok aarzelend haar gezonde schouder op. ‘Ik wil wel... maar ik denk dat ik meer last dan gemak zal veroorzaken.’ ‘Er is geen sprake van dat jij met ons meegaat, ma soeur,’ zei de oude vrouw, die scherp naar Felice keek. ‘Jij kunt meer doen door hier te blijven, zelf beter te worden en de mensen hier te verzorgen. We bezitten wat gestolen medicijnen, maar die zijn slecht bruikbaar. Er zijn heel wat kwalen die jij kunt verlichten, slecht gezette breuken, longaandoeningen, parasieten. Wanneer het directe gevaar hier is geweken, kunnen Uwe Guldenzopf en Tadanori Kawai je naar ons dorp brengen. Je zult in mijn eigen huis leven en de mensen zullen naar je toe komen.’ gurke zei: ‘Khalid Khan zou de groep kunnen aanvoeren die het ijzer moet gaan zoeken. Laten we zeggen, tien sterke mannen. Claude kan Khalid uitleggen waar hij op moet letten en als het de jongens lukt om ijzererts te vinden en mee te nemen, dan ligt er misschien al een redelijk aantal wapens klaar tegen de tijd dat wij terugkomen.’
‘Als we terugkomen!’ riep Richard uit, ‘Godver, waarom neemt iedereen maar vanzelfsprekend aan dat ik zin heb om hiermee door te gaan? Vergeet het maar! Zodra de Tanu het hier laten afweten, neem ik de benen.’
‘Je kunt nu niet op de loop gaan, schijtlaars,’ zei Felice. ‘We hebben je nodig.’
‘Laat die andere Jan Lui, die testpiloot, maar vliegen. Ik knok niet mee in andermans oorlogen.’
Madame stak een hand uit en raakte het zwarte fluweel aan van Richards kostuum. ‘Der fliegende Hollander, is het niet? Dat stuk heb ik heel wat keren in Lyon gezien ... Oh Richard! Wie zegt dat vluchten altijd jouw bestemming moet zijn? We hebben je nodig. Help de anderen om vrij te worden en vind zo je eigen gemoedsrust terug. Je weet hoezeer onze gewone vliegtuigen geautomatiseerd waren. Maar jij! Je hebt verteld hoe je de meest ingewikkelde sterreschepen hebt gevlogen, planeetsondes en zelfs primitieve vliegtuigen. Als er iemand is die een van die buitenaardse toestellen kan vliegen en de Speer van Lugonn mee terug kan nemen, dan ben jij het.’
Haar geest leek de zijne te omhelzen, al zijn angsten te sussen en zijn bezwaren te onderdrukken. En ondanks zichzelf voelde Richard hoe zijn voornemens wankelden. Hij wist dat dat verdomde wijf bezig was op hem in te werken, spelend met zijn superego, zijn eigen krachten verbuigend. Maar hoe meer hij zich verzette om weg te komen, des te steviger werd haar mentale greep. ..
Richard! Lieve zoon, zou ik jou niet kennen? De moeder van meer dan honderdduizend verslagen tijdreizigers die mij hebben gezien als hun laatste hoop? Je bent altijd eenzaam geweest, altijd op jezelf gericht en bang om je hart voor anderen te openen, want wie dat doet loopt het risico afgewezen te worden en pijn te lijden. Maar dat is een risico waarvoor wij mensen geboren worden. We kunnen niet alleen leven, kunnen geen geluk of vrede in eenzaamheid vinden. We kunnen niet in eenzaamheid liefhebben. De eenzame is altijd op de vlucht, altijd zoekende. Hij rent eindeloos weg voor zijn eigen eenzaamheid. Of hij het wil of niet, hij zoekt toch altijd naar een ander die de leegte wil vullen...
Richard deinsde voor die verschrikkelijke oude vrouw terug tot hij tegen het oude hout van de Boom belandde, in een poging zichzelf te verdedigen tegen die kracht die gevoed werd door hoop en noodzaak en die—vervloekt zij dat mens!—ook een vloed van oprecht meeleven bevatte die als genezend water zijn angstige en verscheurde ziel doordrenkte. Hardop zei ze: ‘Ga met ons mee, Richard. Help ons, help allen die je nodig hebben. Ik kan je niet echt dwingen, dat lukt alleen maar tijdelijk. Je moet uit vrije wil kiezen. En door te geven, zul je ontvangen waarnaar je zo lang hebt gehunkerd.’ ‘Verdomme, jij!’ fluisterde hij.
Arm beschadigd kleintje. Je bent zo dodelijk zelfzuchtig geweest en je hebt ervoor geboet. Het Bestel heeft je gedwongen te boeten. Maar de zonde blijft, net als bij mij en die moet in gelijke munt worden terugbetaald. Het verlies van je sterreschip, van alles wat je bezat, was niet genoeg en je weet het! Je moet jezelf durven geven, pas dan hoef je jezelf niet langer te verachten. Help ons, help je vrienden die je nodig hebben. ‘Verdomme…’ Hij knipperde de sluier van tranen weg die zijn ogen verdronken. Redden.
Zijn woorden waren nauwelijks verstaanbaar. ‘Goed.’ De anderen keken naar hem, maar hij kon hun ogen niet zien. ‘Ik zal meegaan. Ik zal dat vliegtuig hierheen vliegen als ik kan. Meer kan ik niet beloven.’ ‘Dat is genoeg,’ zei Madame.
Bij het grote vuur in het midden klonk het zingen en het gelach minder luid. Mensen maakten zich ervan los en gingen naar de kleinere vuren om een slaapplaats in orde te maken. Een kleine gestalte hinkte naar Madame, scherp afstekend tegen de gloed van het dovende vuur.
‘Ik heb nagedacht over die expeditie naar het Scheepsgraf,’ zei Fitharn. ‘Je zult de hulp van ons volk nodig hebben.’ ‘Om de Donau zo snel mogelijk te vinden,’ stemde Claude in. ‘Hebben jullie een idee wat de beste manier is? In onze tijd zouden we die in het Zwarte Woud vinden, maar God mag weten waar die rivier nu begint. De Alpen? In het Meer van Konstanz?’
‘Er is maar één persoon met voldoende gezag om te kunnen helpen,’ zei de Firvulag. ‘Je zult een bezoek moeten brengen aan onze koning.’
2
Yeochee IV, Hoge Koning van de Firvulag, liep op zijn tenen door de grote ontvangsthal van zijn fort in de bergen, met zijn mentale krachten zoekend in de schemerige holten van die immense grot.