Бесплатная библиотека
Читайте книгу на сайте или телефоне
READ-E-BOOK » Фэнтези » De Draken van de Lentedooi
De Draken van de Lentedooi - Читать Любимую Русскую Полную Книгу 👉 Read-E-Book.com

De Draken van de Lentedooi

Электронная книга - «De Draken van de Lentedooi». Краткое содержание книги:

Het daverende slotdeel van een epos over een onlesbaar naar avontuur dorstende groep helden in een tijdloze wereld.
De strijd tegen de draken van koningin Tachisis duurt voort. Gewapend met de geheimzinnige, magische drakenbollen en de glanzende, zilveren drakenlans hopen de metgezellen de laatste slag te winnen en zo de wereld een toekomst te bieden. Maar nu, bij het aanbreken van een nieuwe dag, komen de duistere geheimen die ze stuk voor stuk met zich meedragen een voor een aan het licht. De vrienden ontdekken dat ze eerst hun eigen demonen moeten overwinnen, willen ze een kans maken legen de macht van de Duistere Koningin en haar gevreesde draken.
1 ... 35 36 37 38 39 40 41 42 43 ... 103
Перейти на страницу:

‘Ik heb niet de indruk dat je erg rouwig bent om zijn verdwijning,’ zei Ariakas met een sluikse blik op Kitiara. De kamerjas, die slechts met twee linten rond de hals vastgeknoopt was, bedekte haar sierlijke lichaam nauwelijks.

Kit glimlachte. ‘Nee, Garibanus is... best een goede vervanger. Ik hoop dat je hem niet hebt gedood. Anders wordt het lastig om iemand anders te vinden die morgen naar Kalaman kan.’

‘Wat moet je in Kalaman? Je overgeven aan de elfenvrouw en haar ridders?’ vroeg Ariakas verbitterd. De wijn had zijn woede weer aangewakkerd.

‘Nee,’ zei Kitiara. Ze ging tegenover Ariakas op een stoel zitten en nam hem koeltjes op. ‘Ik reken op hun overgave.’

‘Ha!’ snoof Ariakas. ‘Ze zijn niet gek. Ze weten dat ze aan de winnende hand zijn. En ze hebben nog gelijk ook.’ Zijn gezicht liep rood aan. Hij pakte de karaf en schonk hem leeg in zijn glas.

‘Je dankt je leven aan je doodsridder, Kitiara. Voorlopig althans. Maar hij zal er niet altijd zijn om je te beschermen.’

‘Mijn plan verloopt nog beter dan ik had gehoopt,’ antwoordde Kitiara gladjes, niet in het minst uit het veld geslagen door Ariakas’ dreigende blik. ‘Als ik u voor de gek heb weten te houden, mijn heer, dan twijfel ik er geen moment aan dat de vijand er ook in trapt.’

‘En in welk opzicht heb je me voor de gek gehouden, Kitiara?’ vroeg Ariakas dodelijk kalm. ‘Wil je soms beweren dat je niet op alle fronten hebt verloren? Dat je niet uit Solamnië wordt verdreven? Dat de goede draken en de drakenlansen ons niet een schandelijke nederlaag hebben toegebracht?’ Met elk woord begon hij harder te praten.

‘Nee, inderdaad!’ snauwde Kitiara met felle, bruine ogen. Ze boog over de tafel heen en greep Ariakas’ hand vast voordat hij het wijnglas aan zijn lippen kon zetten. ‘En wat de goede draken betreft, mijn heer, mijn spionnen wisten me te melden dat hun terugkeer is bewerkstelligd door een elfenheer en een zilveren draak, die de tempel van Sanctie zijn binnengedrongen en hebben ontdekt wat er met de eieren van de goede draken gebeurde. Wiens schuld was dat? Wie heeft daar gefaald? Het bewaken van die tempel was jouw verantwoordelijkheid.’

Woedend rukte Ariakas zijn hand los uit Kitiara’s greep. Hij smeet het wijnglas door de kamer en stond op.

‘Bij de goden, nu ga je te ver!’ bulderde hij hijgend.

‘Stel je niet zo aan,’ zei Kitiara. Koeltjes stond ze op, draaide zich om en liep naar de deur. ‘Kom mee naar mijn oorlogskamer, dan zal ik uitleggen wat mijn plan inhoudt.’

Ariakas staarde naar de kaart van Noord-Ansalon. ‘Het zou kunnen,’ gaf hij toe.

‘Natuurlijk kan het,’ zei Kit. Ze gaapte en rekte zich loom uit. ‘Mijn soldaten zijn als bange konijntjes voor hen weggerend. Jammer dat de ridders niet scherpzinnig genoeg waren om te merken dat we ons steeds in zuidelijke richting terugtrokken, en dat ze zich nooit hebben afgevraagd hoe het kwam dat ze voor hun ogen leken te verdwijnen. Op dit moment verzamelt mijn leger zich in een beschutte vallei ten zuiden van deze bergen. Binnen een week staat er een leger van enkele duizenden klaar om op te rukken naar Kalaman. Het verlies van hun “gouden generaal” zal het moreel verpletteren. Waarschijnlijk zal de stad zich zonder noemenswaardig tegenstribbelen overgeven. Van daaruit zal ik al het terrein heroveren dat we lijken te hebben verloren. Geef mij het bevel over het leger van die dwaas Padh in het zuiden, stuur de vliegende citadels waar ik om heb gevraagd, en iedereen in Solamnië zal denken dat zich een nieuwe Catastrofe voltrekt.’

‘Maar de elfenvrouw...’

‘Daar hoeven we ons niet druk om te maken,’ zei Kitiara.

Ariakas schudde zijn hoofd. ‘Dat lijkt me de zwakke plek in je plan, Kitiara. Hoe zit het met Halfelf? Weet je zeker dat hij geen spaak in het wiel zal steken?’

‘Hij doet er niet toe. Alleen zij is belangrijk, en ze is verliefd.’ Kitiara haalde haar schouders op. ‘Ze vertrouwt me, Ariakas. Ja, lach er maar om, maar het is echt zo. Ze heeft te veel vertrouwen in me, en te weinig in Tanis Halfelf. Maar zo gaat het altijd met geliefden. Degenen van wie we het meest houden, vertrouwen we het minst. Eigenlijk is het een geluk bij een ongeluk dat Bakaris in hun handen is gevallen.’

Omdat hij iets in haar stem hoorde veranderen, wierp Ariakas Kitiara een scherpe blik toe, maar ze had hem de rug toegekeerd en hield haar gezicht afgewend. Meteen besefte hij dat ze niet zo zelfverzekerd was als ze deed voorkomen, en dat ze tegen hem had gelogen. De halfelf. Hoe zat het met hem? Waar was hij eigenlijk? Ariakas had veel over hem gehoord, maar had hem nooit daadwerkelijk gezien. De Drakenheer overwoog door te vragen, maar veranderde toen abrupt van gedachten. Hij kon beter nog even voor zich houden dat hij wist dat ze loog. Zo had hij immers macht over deze gevaarlijke vrouw. Laat haar maar genieten van haar voorgewende zelfvoldaanheid, dacht hij.

Uitgebreid gapend veinsde Ariakas onverschilligheid. ‘Wat ga je doen met de elfenvrouw?’ vroeg hij, zoals ze van hem verwachtte, wist hij. Ariakas’ voorliefde voor tengere blonde vrouwen was wijd en zijd bekend.

Met opgetrokken wenkbrauwen wierp Kitiara hem een speelse blik toe. ‘Jammer voor u, mijn heer,’ zei ze spottend, ‘maar hare duistere majesteit heeft naar de dame gevraagd. Misschien mag je haar hebben als de Duistere Koningin klaar is met haar.’

Ariakas huiverde. ‘Bah, nee, dan heb ik niets meer aan haar. Geef haar maar aan je vriend, heer Sothis. Vroeger hield hij wel van elfenvrouwen, als ik het me goed herinner.’

‘Dat klopt,’ prevelde Kitiara. Ze kneep haar ogen samen en stak haar hand op. ‘Luister,’ zei ze zachtjes.

Ariakas zweeg. In eerste instantie hoorde hij niets, maar toen werd hij zich langzaam maar zeker bewust van een merkwaardig geluid — een hoog gejammer, alsof honderd vrouwen hun dood beweenden. Het geluid werd steeds luider en doorkliefde de nachtelijke stilte.

De Drakenheer zette zijn wijnglas weg en zag tot zijn schrik dat zijn hand beefde. Toen hij naar Kitiara keek, zag hij dat ze ondanks haar gebruinde huid lijkbleek zag. Haar ogen waren zo groot als schoteltjes. Kitiara, die voelde dat hij naar haar keek, slikte moeizaam en likte haar droge lippen.

‘Afschuwelijk, hè?’ vroeg ze met overslaande stem.

‘In de Torens van de Hoge Magie heb ik verschrikkingen doorstaan,’ zei Ariakas zachtjes, ‘maar dat was niets vergeleken met dit. Wat is het?’

‘Kom mee,’ zei Kit. Ze stond op. ‘Als u het aandurft, zal ik het u laten zien.’

Samen verlieten ze de oorlogskamer, Kitiara voorop, en liepen door de kronkelende gangen van het kasteel terug naar Kits slaapkamer, gelegen aan de ronde hal met het koepeldak.

‘Blijf in de schaduw,’ waarschuwde Kitiara.

Een overbodige waarschuwing, dacht Ariakas terwijl ze zachtjes het balkon op slopen dat uitzicht bood op de ronde hal. Zodra hij over de balustrade heen naar het tafereel in de diepte keek, werd Ariakas overmand door afgrijzen. Zwetend trok hij zich terug in de schaduw van Kitiara’s slaapkamer.

‘Hoe houd je dit uit?’ vroeg hij toen ze binnenkwam en zachtjes de deur achter zich sloot. ‘Gaat het elke nacht zo?’

‘Ja,’ antwoordde ze bevend. Ze ademde diep in en sloot haar ogen. Binnen een mum van tijd had ze haar zelfbeheersing hervonden. ‘Soms denk ik dat ik eraan gewend ben, en dan bega ik de fout naar beneden te kijken. Het gezang gaat nog wel...’

‘Het is gruwelijk,’ mompelde Ariakas. Hij wiste het koude zweet van zijn gezicht. ‘Dus elke nacht zit heer Sothis op die troon, omringd door zijn skeletsoldaten, terwijl die zwarte heksen dat afschuwelijke slaapliedje zingen?’

‘En het is altijd hetzelfde lied,’ prevelde Kitiara. Ze huiverde en pakte afwezig de lege karaf, maar zette hem weer op tafel. ‘Hoezeer het verleden hem ook kwelt, hij kan er niet aan ontsnappen. Altijd loopt hij te piekeren, zich afvragend wat hij had kunnen doen om het noodlot te ontlopen dat hem noopt tot in de eeuwigheid rusteloos door het land te zwerven. De zwarte elfenvrouwen, die mede zijn ondergang hebben bewerkstelligd, zijn gedoemd om samen met hem zijn verhaal te herbeleven. Elke nacht moet hij het aanhoren.’

1 ... 35 36 37 38 39 40 41 42 43 ... 103
Перейти на страницу:
0
Сюжет
  • 1
  • 2
  • 3
  • 4
  • 5
  • 6
  • 7
  • 8
  • 9
  • 10
0
Атмосфера
  • 1
  • 2
  • 3
  • 4
  • 5
  • 6
  • 7
  • 8
  • 9
  • 10
0
Главный герой
  • 1
  • 2
  • 3
  • 4
  • 5
  • 6
  • 7
  • 8
  • 9
  • 10
0
Общее впечатление
  • 1
  • 2
  • 3
  • 4
  • 5
  • 6
  • 7
  • 8
  • 9
  • 10
Итоговая оценка: 0.0 из 10 (голосов: 0 / История оценок)