Бесплатная библиотека
Читайте книгу на сайте или телефоне
READ-E-BOOK » Фэнтези » De Draken van de Winternacht
De Draken van de Winternacht - Читать Любимую Русскую Полную Книгу 👉 Read-E-Book.com

De Draken van de Winternacht

Электронная книга - «De Draken van de Winternacht». Краткое содержание книги:

Onze vrienden zoeken hun toevlucht in de dwergenhoofdstad Thorbardin, waar ze de dwergen de hamer van Kharas aanbieden, een legendarische oorlogshamer, ooit eigendom van de dwergenheid Kharas die lang geleden zijn toevlucht zocht in de dwergenstad. Maar hun verblijf in Thorbardin is van korte duur.
Om uit handen te blijven van de Drakenheer Canaillaard, gaan de vrienden op weg naar Tarsis, een mythische stad aan zee. Eenmaal in de buurt komen ze tot de ontdekking dat de kaart van Tas die ze bij zich hebben gedateerd is: Tarsis is geen havenstad meer omdat de zee waaraan hij ooit lag verdwenen is tijdens de Catastrofe. Als het de vrienden toch lukt Tarsis via een andere weg binnen te komen, wordt de stad aangevallen door draken en volledig verwoest. Tot overmaat van ramp raken de vrienden van elkaar gescheiden...
1 ... 35 36 37 38 39 40 41 42 43 ... 112
Перейти на страницу:

Ze reisden licht, zodat ze snel vooruit konden komen. Er viel ook niet veel mee te nemen, want de elfen hadden alle voedingsmiddelen en andere voorraden bij elkaar geraapt toen ze het land ontvluchtten.

De magiër ontfermde zich over de drakenbol, een taak die niemand hem misgunde. In eerste instantie vroeg Tanis zich af hoe ze het enorme kristal in vredesnaam moesten meenemen, want het was bijna twee voet in doorsnee en ontzettend zwaar. Maar de avond voor vertrek kwam Alhana Raistlin een kleine zak brengen.

‘Mijn vader droeg de bol in deze zak. Dat vond ik altijd nogal vreemd, gezien de grootte van de bol, maar hij zei dat hij de zak in de Toren van de Hoge Magie had gekregen. Wellicht heb je er iets aan.’

De magiër strekte gretig zijn magere hand uit om hem aan te pakken. ‘Jistrah tagoparAst moirparann Kini,’ prevelde hij, en tot zijn tevredenheid zag hij een lichtroze gloed om de onopvallende zak heen ontstaan.

‘Ja, hij is betoverd,’ fluisterde hij. Toen sloeg hij zijn blik op naar Caramon. ‘Ga de bol voor me halen.’

Caramon sperde ontzet zijn ogen open. ‘Voor geen schat op deze wereld!’ zei hij, en hij liet er een verwensing op volgen.

‘Breng me de bol!’ beval Raistlin met een boze blik op zijn broer, die nog steeds zijn hoofd stond te schudden. ‘O, doe niet zo dwaas, Caramon,’ snauwde hij geërgerd. ‘De bol kan je niets doen als je niet probeert hem te gebruiken. Geloof me, broertjelief, jij hebt nog niet genoeg macht om een kakkerlak aan je te onderwerpen, laat staan een drakenbol!’

‘Maar misschien neemt hij mij wel in zijn macht!’ wierp Caramon tegen.

‘Ach welnee! Hij zoekt lieden met...’ Abrupt hield Raistlin zijn mond.

‘Ja?’ vroeg Tanis zachtjes. ‘Zeg het maar. Wie zoekt hij?’

‘Lieden met enige intelligentie!’ grauwde Raistlin. ‘Daarom geloof ik dat iedereen in deze groep volkomen veilig is. Breng me de bol, Caramon, of wil je hem soms liever zelf dragen? Of jij, halfelf? Of jij, priesteres van Mishakal?’

Caramon wierp een ongemakkelijke blik op Tanis, die opeens besefte dat de grote man om zijn goedkeuring vroeg. Dat was vreemd, want hij had altijd zonder aarzeling gedaan wat Raistlin hem opdroeg.

Tanis zag dat hij niet de enige was die Caramons stilzwijgende smeekbede had opgemerkt. Raistlins ogen glinsterden van woede.

Meer dan ooit was Tanis op zijn hoede voor de magiër, voor zijn vreemde, steeds groter wordende macht. Dat is onlogisch, hield hij zichzelf voor. Een reactie op de nachtmerrie, meer niet. Maar daarmee was het probleem niet opgelost. Wat moest hij met de drakenbol? Tja, bedacht hij spijtig, hij had weinig keus.

‘Raistlin is de enige met de benodigde kennis, vaardigheid en — laten we eerlijk zijn — moed om dat ding mee te nemen,’ zei Tanis met tegenzin. ‘Ik vind dat hij hem moet meenemen, tenzij iemand anders de verantwoordelijkheid wil dragen.’

Niemand zei iets, hoewel Waterwind met een duistere frons zijn hoofd schudde. Tanis wist dat de Vlakteman de bol — en Raistlin erbij — hier in Silvanesti zou achterlaten als het aan hem lag.

‘Toe maar, Caramon,’ zei Tanis. ‘Jij bent de enige die sterk genoeg is om hem te tillen.’

Schoorvoetend liep Caramon naar de bol om die van zijn gouden standaard te halen. Zijn handen beefden toen hij ernaar reikte, maar er gebeurde niets toen hij hem aanraakte. Er veranderde niets aan het uiterlijk van de bol. Met een zucht van verlichting tilde Caramon de bol op, kreunend onder het gewicht ervan, en liep ermee naar zijn broer, die de zak openhield.

‘Laat hem in de zak vallen,’ beval Raistlin.

‘Hè?’ Caramons mond viel open toen hij van de enorme bol naar het kleine zakje keek dat de magiër in zijn slanke handen hield. ‘Dat kan niet, Raist. Dat past nooit! Straks valt hij kapot.’

De grote man zweeg toen hij Raistlins gouden ogen zag opvlammen in het wegstervende daglicht.

‘Nee! Caramon, wacht!’ Tanis sprong naar voren, maar deze keer deed Caramon wel wat Raistlin zei. Langzaam, niet in staat zijn blik af te wenden van de intensiteit in Raistlins ogen, liet hij de drakenbol los.

De bol verdween.

‘Hè? Waar...’ Tanis keek Raistlin wantrouwig aan.

‘In de zak,’ antwoordde de magiër kalm terwijl hij Tanis het zakje voorhield. ‘Hier, kijk zelf maar als je me niet gelooft.’

Tanis tuurde in het zakje. Daar lag de drakenbol, en hij twijfelde er geen moment aan dat het de echte was. Hij zag de kolkende groene mist, alsof iets levends zich in het binnenste van de bol roerde. Kennelijk is hij gekrompen, dacht hij vol ontzag, maar de bol leek even groot als altijd, waardoor Tanis de angstaanjagende indruk kreeg dat hij zelf was gegroeid.

Huiverend deed Tanis een stap achteruit. Raistlin gaf een korte ruk aan het koord van het zakje om het dicht te maken. Toen stopte hij het met een wantrouwige blik op de anderen veilig in een van de vele verborgen zakken van zijn gewaad weg. Hij wilde zich afwenden, maar Tanis hield hem tegen.

‘Tussen ons kan het nooit meer worden zoals voorheen, hè?’ vroeg de halfelf zachtjes.

Raistlin keek hem aan, en even zag Tanis een vonk van spijt in de ogen van de jonge magiër, een hunkering naar vertrouwen, vriendschap en hun jeugd.

‘Nee,’ fluisterde Raistlin. ‘Maar dat was de prijs die ik moest betalen.’ Hij begon te hoesten.

‘De prijs? Aan wie? Waarvoor?’

‘Stel geen vragen, halfelf.’ Raistlins benige schouders gingen gebukt onder het hoesten. Caramon sloeg zijn arm om hem heen, en Raistlin leunde zwakjes tegen hem aan. Toen hij was hersteld van de aanval, sloeg hij zijn gouden ogen op. ‘Ik kan je het antwoord niet geven, Tanis, omdat ik het zelf niet weet.’

Met gebogen hoofd liet hij zich door Caramon meevoeren om nog wat te rusten voordat de reis begon.

‘Ik wou dat je ons liet helpen bij de begrafenisriten van je vader,’ zei Tanis tegen Alhana toen ze in de deuropening van de Sterrentoren afscheid van hen nam. ‘Een extra dag maakt voor ons niet uit.’

‘Ja, laat ons toch helpen,’ zei Goudmaan ernstig. ‘Ik weet hier veel vanaf, want de gewoonten van mijn volk lijken wat begrafenissen betreft sterk op die van jullie, als het klopt wat Tanis me heeft verteld. In mijn stam was ik priesteres, en ik hield toezicht op het wikkelen van het lichaam in de doeken met balsemende kruidenmengsels…’

‘Nee, mijn vrienden,’ zei Alhana vastberaden, maar met een bleek gezicht. ‘Het was de laatste wens van mijn vader dat ik dit... alleen zou doen.’

Dat was niet helemaal waar, maar Alhana wist hoe diep het deze mensen zou schokken als ze zagen dat het lichaam van haar vader aan de aarde werd toevertrouwd, een gewoonte die alleen bij kobolden en andere kwade wezens in zwang was. Ook haar stond het vreselijk tegen. Onwillekeurig ging haar blik naar de gekwelde, mismaakte boom die zijn graf zou markeren, die er als een angstaanjagende aasvogel overheen gebogen zou staan. Snel wendde ze haar blik af en stamelde: ‘Zijn tombe is... al lang in gereedheid, en ik heb zelf ook enige ervaring met dergelijke zaken. Toe, maak je over mij maar geen zorgen.’

Tanis zag de kwelling op haar gezicht, maar kon haar verzoek niet weigeren.

‘We begrijpen het,’ zei Goudmaan. Toen sloeg de vrouw van de Que-shu in een opwelling haar armen om de elfenprinses heen en hield haar vast alsof ze een verdwaald, angstig kind was. In eerste instantie verstijfde Alhana, maar toen ontspande ze zich in Goudmaans troostende omhelzing.

‘Wees gerust,’ fluisterde Goudmaan. Ze streek het donkere haar uit Alhana’s gezicht en liep toen weg.

‘Wat doe je nadat je je vader hebt begraven?’ vroeg Tanis nu hij en Alhana alleen op de trap van de Toren stonden.

‘Ik ga terug naar mijn volk,’ antwoordde Alhana ernstig. ‘De griffioenen zullen tot mij komen nu het kwaad uit het land verdreven is, en zij zullen me naar Ergoth brengen. We zullen doen wat we kunnen om dit kwaad te verslaan, en daarna gaan we naar huis.’

Tanis keek om zich heen naar Silvanesti. Overdag was het al angstaanjagend, maar ’s nachts waren de verschrikkingen onbeschrijflijk.

1 ... 35 36 37 38 39 40 41 42 43 ... 112
Перейти на страницу:
0
Сюжет
  • 1
  • 2
  • 3
  • 4
  • 5
  • 6
  • 7
  • 8
  • 9
  • 10
0
Атмосфера
  • 1
  • 2
  • 3
  • 4
  • 5
  • 6
  • 7
  • 8
  • 9
  • 10
0
Главный герой
  • 1
  • 2
  • 3
  • 4
  • 5
  • 6
  • 7
  • 8
  • 9
  • 10
0
Общее впечатление
  • 1
  • 2
  • 3
  • 4
  • 5
  • 6
  • 7
  • 8
  • 9
  • 10
Итоговая оценка: 0.0 из 10 (голосов: 0 / История оценок)