Бесплатная библиотека
Читайте книгу на сайте или телефоне
READ-E-BOOK » Культурология » Herfsttij der Middeleeuwen
Herfsttij der Middeleeuwen - Читать Любимую Русскую Полную Книгу 👉 Read-E-Book.com

Herfsttij der Middeleeuwen

Электронная книга - «Herfsttij der Middeleeuwen». Краткое содержание книги:

Herfsttij der Middeleeuwen
1 ... 26 27 28 29 30 31 32 33 34 ... 122
Перейти на страницу:

Niets is in dit opzicht merkwaardiger dan de verbazende belangstelling, door de edelen en door de geschiedschrijvers aan den dag gelegd voor een gerechtelijken kamp van twee burgers te Valenciennes in 1455.[292] Het was een groote zeldzaamheid; in geen honderd jaar was zoo iets voorgekomen. Die van Valenciennes wilden het tot elken prijs laten doorgaan, want het betrof voor hen de handhaving van een oud privilege, maar de graaf van Charolais, die het bewind voerde tijdens Philips' afwezigheid in Duitschland, wilde het niet, en stelde de voltrekking van maand tot maand uit, terwijl de beide partijen, Jacotin Plouvier en Mahuot, als kostbare vechthanen werden vastgehouden. Toen de oude hertog van zijn reis naar den keizer terug was, werd terstond beslist, dat de strijd doorgaan zou. Philips wilde hem met alle geweld zelf zien; daartoe alleen koos hij van Brugge naar Leuven den weg over Valenciennes. Terwijl nu de ridderlijke geesten als Chastellain en La Marche bij hun beschrijvingen van de feestelijke Pas d'armes van ridders en edelen met alle inspanning van hun verbeelding geen enkele maal een realiteit kunnen schilderen, geven zij hier het scherpst geziene beeld. Hier komt de ruwe, felle Vlaming, die Chastellain was, onder de prachtige houppelande van goud en rood granaatpatroon te voorschijn. Geen bijzonderheid ontgaat hem van de "moult belle serimonie"; hij beschrijft nauwkeurig het krijt en de banken rondom. De arme slachtoffers hebben elk hun vechtmeester bij zich. Jacotin als klager treedt het eerst binnen, blootshoofds met kort geknipt haar en heel bleek. Hij is geheel genaaid in een kleeding van corduwaanleder uit één stuk, zonder iets daaronder. Na eenige vrome kniebuigingen en begroeting van den hertog, die achter een traliewerk gezeten is, wachten de kampvechters het oogenblik af, zittende in twee met zwart bekleede stoelen tegenover elkaar. De heeren in het rond maken zacht hun opmerkingen over de kansen: alles wordt opgemerkt: Mahuot wordt aschbleek, toen hij het evangelie kust! Dan komen twee knechten en wrijven de kampvechters van den hals tot de enkels in met vet. Bij Jacotin trekt het vet terstond in het leer, bij Mahuot niet: wien zou dat teeken gunstig zijn? De handen worden met asch gewreven; zij nemen suiker in den mond; dan brengt men hun de knotsen en schilden, waarop heiligenfiguren staan geschilderd, die zij kussen. Zij dragen de schilden met de punt omhoog, en hebben in de hand "une bannerolle de devocion", een strook met een vrome spreuk.

Mahuot, die klein was, begint het gevecht door met de punt van zijn schild zand te scheppen en het Jacotin in de oogen te werpen. Een woedend knotsgevecht volgt, het eindigt met den val van Mahuot; de ander werpt zich boven op hem, en wrijft hem het zand in mond en oogen, maar Mahuot krijgt een vinger van zijn vijand tusschen zijn tanden. Om zich te bevrijden drukt deze hem den duim in de oogkassen, en ondanks zijn geroep om genade draait hij hem de armen naar achteren en springt op den rug, om hem te breken. Stervende schreeuwt Mahuot vergeefs om te mogen biechten; dan roept hij: "O monseigneur de Bourgongne, je vous ay si bien servi en vostre guerre de Gand! O monseigneur, pour Dieu, je vous prie mercy, sauvez-moy la vie!"... Hier breekt het verhaal van Chastellain af; er zijn eenige bladen weg; van anderen weten wij, hoe de halfdoode Mahuot door den beul gehangen werd.

Zou Chastellain het besloten hebben met een edele ridderlijke bespiegeling, na dezen ellendigen gruwel met zooveel verve te hebben verteld? La Marche deed het: hij bericht ons van de schaamte, die toch achterna den adel beving, dat men dit had aangezien. En daarom, zegt de onverbeterlijke hofpoëet, liet God een ridderlijk tweegevecht volgen, dat onschadelijk afliep.

Het conflict tusschen riddergeest en werkelijkheid vertoont zich het duidelijkst, waar het ridderideaal zich tracht te doen gelden te midden van den ernstigen krijg. Hoezeer ook het ridderideaal vorm en kracht moge hebben gegeven aan den oorlogsmoed, het werkte toch in den regel op de krijgvoering meer belemmerend dan bevorderend, daar het de eischen der strategie opofferde aan die der levensschoonheid. Herhaaldelijk stellen zich de beste aanvoerders, ja de koningen zelf, bloot aan de gevaren van een romantisch krijgsavontuur. Eduard III waagt zijn leven in een hachelijken aanslag op een convooi van Spaansche schepen.[293] De ridders van koning Jan's orde van de Ster moeten zweren, dat zij in den slag nooit verder zullen vluchten dan vier "arpents", anders hebben zij te sterven of zich over te geven, welke zonderlinge spelregel volgens Froissart terstond aan wel negentig het leven kostte.[294] Wanneer Hendrik V van Engeland in 1415 den Franschen tegemoet gaat vóór den slag bij Azincourt, trekt hij bij vergissing op een avond het dorp, dat zijn fouriers hem als nachtverblijf bestemd hadden, voorbij. Nu had de koning, "comme celuy qui gardoit le plus les cérimonies d'honneur très loable", juist te voren gelast, dat de ridders, op verkenning uit, hun wapenrok moesten afleggen, om niet in strijdgewaad terug te behoeven te gaan. Toen hij nu zelf in wapenrok te ver vooruit was gegaan, kon hij niet terug; hij overnachtte dus, waar hij gekomen was, en liet de voorhoede dienovereenkomstig opschikken.[295]

Bij de beraadslaging over den grooten Franschen inval in Vlaanderen in 1382 verzet zich voortdurend ridderzin tegen krijgskunde: "Se nous querons autres chemins que le droit,—voert men aan tegen de adviezen van Clisson en Coucy, om langs onverwachte omwegen binnen te dringen,—"nous ne monsterons pas que nous soions droites gens d'armes." [296] Evenzoo gaat het bij een inval van Franschen aan de Engelsche kust bij Dartmouth in 1404. De eene aanvoerder, Guillaume du Châtel, wil de Engelschen in de flank vallen, daar dezen zich door een gracht op het strand hebben beschut. Maar de sire de Jaille noemt de verdedigers een troep dorpers; het zou een schande zijn, voor zulke tegenstanders uit den weg te gaan; hij spoort den ander aan, niet te vreezen. Dat woord treft Du Châtel in het vleesch: "Dat zij verre van het edele hart van een Breton, dat hij vreezen zou; nu zal ik, ofschoon ik eêr den dood voorzie dan de zege, de hachelijke fortuin beproeven." Hij voegt er de gelofte aan toe, dat hij geen kwartier zal vragen, valt daarop aan, en sneuvelt zelf, terwijl zijn bende deerlijk wordt verslagen.[297] Bij den tocht naar Vlaanderen is er steeds groot gedrang, om in de voorhoede te komen; een ridder, die met de achterhoede wordt belast, stribbelt hardnekkig tegen.[298]

De meest eigenlijke toepassing van het ridderideaal op den oorlog bestond in de afgesproken aristieën, 't zij van twee strijders of van gelijke groepen. Het befaamde Combat des Trente is er het type van. Froissart vond het geweldig mooi, maar teekent toch tenslotte aan; "Li aucun le tenoient à proèce, et li aucun à outrage et grant outrecuidance."[299] Een tweegevecht van Guy de la Trémoïlle en den Engelschen edelman Pierre de Courtenay in 1386, dat strekken zou om de superioriteit van Engelschen of Franschen te bewijzen, wordt door de Fransche regenten Bourgondië en Berry verboden en nog op 't laatste oogenblik verhinderd.[300] De afkeuring van dezen nutteloozen vorm van dapperheidsbetoon wordt ook gedeeld door Le Jouvencel, van wien wij reeds vroeger in 't licht stelden, hoe bij hem de ridder plaats maakt voor den kapitein. Wanneer de hertog van Bedford een gevecht aanbiedt van twaalf tegen twaalf, laat de schrijver van Le Jouvencel den Franschen aanvoerder antwoorden: er is een algemeene spreekwijze, dat men niets moet doen op aanstichten van zijn vijand. Wij zijn hier, om hen uit hun stelling te verdrijven, en dat geeft ons werk genoeg. En de uitdaging wordt geweigerd. Elders laat hij Le Jouvencel een van zijn officieren zulk een wedkamp weigeren met de verklaring (waarop hij overigens tenslotte terugkomt), dat hij tot zoo iets nooit verlof zou geven. Het zijn verboden dingen. Wie zulk een tweegevecht begeert, wil aan een ander iets ontnemen, namelijk zijn eer, om zich een ijdele glorie toe te kennen, die van geringe waarde is, terwijl hij intusschen den dienst van zijn koning en van de publieke zaak verwaarloost.[301]

1 ... 26 27 28 29 30 31 32 33 34 ... 122
Перейти на страницу:
0
Сюжет
  • 1
  • 2
  • 3
  • 4
  • 5
  • 6
  • 7
  • 8
  • 9
  • 10
0
Атмосфера
  • 1
  • 2
  • 3
  • 4
  • 5
  • 6
  • 7
  • 8
  • 9
  • 10
0
Главный герой
  • 1
  • 2
  • 3
  • 4
  • 5
  • 6
  • 7
  • 8
  • 9
  • 10
0
Общее впечатление
  • 1
  • 2
  • 3
  • 4
  • 5
  • 6
  • 7
  • 8
  • 9
  • 10
Итоговая оценка: 0.0 из 10 (голосов: 0 / История оценок)