De Cock en dood door hamerslag
- Автор: Баантье Альберт Корнелис
- Серия: Inspector De Cock #53
- Год: 2000
- Язык: голландский
- Год: De Fontein
- ISBN: 978-90-261-1498-2
- Жанр: Полицейские детективы
Электронная книга - «De Cock en dood door hamerslag». Краткое содержание книги:
De oude rechercheur grinnikte uitbundig.
’Heet dat modern beleid?’
Commissaris Buitendam kwam met een ruk uit zijn stoel overeind. Zijn smal gezicht zag bleek en zijn neusvleugels trilden. Hij strekte zijn rechterarm naar de deur.
’Eruit.’
De grijze speurder slenterde op zijn gemak vanuit de Warmoesstraat via de Lange en de Korte Niezel naar de Achterburgwal. Het regende nog steeds. De bomen aan de walkant drupten en de hoertjes hingen verveeld in hun stoelen achter het raam. Er was weinig klandizie. Het sombere weer activeerde de seksdrang niet.
Op de hoek van de Barndesteeg schoof De Cock het schemerig intieme lokaaltje van Smalle Lowietje binnen. Het was er stil. Alleen aan een tafeltje bij het raam zaten twee opzichtig uitgedoste prostituees aan een zoet drankje.
De tengere caféhouder keek de oude rechercheur wat verbaasd aan. Hij vergat te groeten.
’Ben je er al weer?’ riep hij verrast. ’Het is tot nu nog nooit gebeurd dat je binnen de vierentwintig uur mijn etablissement voor een tweede keer betrad.’
De Cock grinnikte.
’Lowie,’ grapte hij, ’ik word onweerstaanbaar tot je aangetrokken.’
’Een ongebruikelijk uur.’
De Cock hees zijn negentig kilo op een barkruk en knikte. ’Het is feitelijk te vroeg voor het consumeren van een glas cognac, maar schenk toch maar in. De vloeibare zon zal ongetwijfeld mijn klamme ziel wat warmte schenken.’
Smalle Lowietje blikte om zich heen.
’Waar is je maat?’
De Cock duimde over zijn schouder.
’Die ziet op dit moment toe hoe dokter Rusteloos een lijk openpeutert.’
De caféhouder schonk klokkend in.
’Hij liever dan ik.’
De Cock nam een slok van zijn cognac.
’Vroeger woonde ik zelf de secties bij, maar ik heb in de loop der jaren genoeg dode mensen van binnen gezien. Het hoeft voor mij niet meer. Ik weet inmiddels wel waar alle organen liggen.’
Smalle Lowietje boog zich iets naar hem toe.
’Schiet je al iets op met de moord op die twee zwervers aan het Stenenhoofd?’
De Cock schudde zijn hoofd.
’Niet erg.’
’Ken je hun namen?’
’Wil je die weten?’
Lowietje trok zijn smalle schouders op.
’Misschien kan ik je een hint geven.’
De Cock zuchtte.
’Ene Harold de Vries, een kunstenaar, en Johnny van der Kamp, een man van wie ik nog niets weet. Zeggen die namen je iets?’ Op het muizensmoeltje van de caféhouder kwam een dromerige trek.
’Van der Kamp.’
De Cock keek hem verwachtingsvol aan.
’Wat is er met Van der Kamp?’
Smalle Lowietje boog zich weer naar hem toe.
’Die Adriaan van Bovenkerk was hier vanmorgen weer. Hij vertelde mij dat een van de vermoorde zwervers Van der Kamp heette en hij vroeg mij of die Van der Kamp wel eens hier in mijn etablissement kwam.’
’En?’
’Wat bedoel je?’
’Wat heb je geantwoord?’
Smalle Lowietje toonde een grijns.
’Ik heb hem gezegd dat ik geen Van der Kamp ken.’ De Cock beluisterde de toon.
’En dat was de waarheid?’
De tengere caféhouder lachte.
’Ik hang die vent toch niet alles aan zijn neus. Hij is niet van de politie. Trouwens, alleen aan jou vertel ik wel eens iets. Begrijp je, op basis van onze jarenlange vriendschap.’
De Cock glimlachte.
’Jij kent hem dus wel.’
Smalle Lowietje gebaarde afwerend.
’Vaag, heel vaag. Er kwam hier eens een keurig geklede heer binnen en die zei mij dat hij in mijn etablissement een afspraak had met zijn broer, ene Johnny van der Kamp.’
’Die kende je niet?’
Smalle Lowietje schudde zijn hoofd.
’Ik had die naam nog nooit gehoord.’
De tengere caféhouder grinnikte.
’Even later kwamen er twee zwervers binnen. Een van hen liep onmiddellijk op die keurig geklede heer af en begroette hem uitbundig.’
De Cock knikte begrijpend.
’En daaruit maakte jij op dat die ene zwerver Johnny van der Kamp was.’
Smalle Lowietje lachte.
’Eén en één is twee… nietwaar? Het spul is later nog een paar maal bij mij op bezoek geweest. Ze zaten meestal aan een tafeltje bij het raam. Ik heb nooit geweten wat ze met elkaar bespraken.’
De Cock nam nog een slok van zijn cognac.
’Met ”het spul” bedoel je die keurig geklede heer en die twee zwervers?’
Smalle Lowietje knikte.
’Die twee zwervers waren niet helemaal koosjer. Ze boden hier in mijn etablissement regelmatig gestolen spulletjes te koop aan. Toen het mij te gortig werd en zij mijn clientèle opdringerig lastigvielen, heb ik hen verdere toegang verboden.’
’Wanneer was dat?’
’Ongeveer een week geleden.’
De Cock wees naar zijn glas.
’Schenk nog eens in.’
Smalle Lowietje gehoorzaamde met de welwillendheid, een kastelein eigen.
De Cock hief zijn opnieuw gevulde glas op.
’De maat van die Johnny van der Kamp, hoe heette die?’
’Pieter.’
’En verder?’
Smalle Lowietje trok zijn schouders op.
’Pieter… Pieter, meer weet ik niet. Ik kan je van hem wel een beschrijving geven, maar ik denk niet dat je daar veel aan hebt. Soms droeg hij een baard, dan weer niet. Soms droeg hij een bril, dan weer niet. Hij heeft zo’n alledaags gezicht van dertien in een dozijn.’
De Cock kauwde op zijn onderlip.
’Ik had toch graag eens met hem gesproken.’
Smalle Lowietje grinnikte.
’Dan zul je naar België moeten.’
De Cock keek hem niet-begrijpend aan.
’België?’
Smalle Lowietje knikte.
’Toen Adriaan van Bovenkerk naar Van der Kamp vroeg, zei hij: zijn maat is naar Antwerpen gevlucht.’
12
Vledder kwam met afhangende schouders de grote recherchekamer binnen. De jonge rechercheur sjokte naar zijn bureau en liet zich hoofdschuddend in zijn stoel zakken.
’Wat er ook gebeurt… al moorden ze vandaag de hele Amsterdamse binnenstad uit… ik maak het vanavond niet laat. Absoluut niet. Ik heb slaap. Ik verlang nu al naar mijn bed.’ Met in zijn ogen een blik vol onbegrip wees hij in de richting van De Cock.
’Hoe hou jij het vol. Je bent toch wel een paar jaartjes ouder dan ik. Doe je aan fitnesstraining? Gebruik je peppillen?’ De oude rechercheur lachte.
’Ik gebruik niets en mijn enige training is een wandelingetje met mijn hond.’
’Toch heb je een wonderbaarlijke conditie.’
De Cock grijnsde breed.
’Dank je.’
Hij veranderde van onderwerp.
’Hoe was de sectie?’
Vledder trok een treurig gezicht.
’Net zo’n ramp als de vorige keer bij de sectie op Harold de Vries.’
’Duurde het weer zo lang?’
Vledder knikte.
’Dokter Rusteloos bleef maar in de hersenmassa zoeken. Ik dacht dat hij nooit ophield.’
’Conclusie?’
’Dokter Rusteloos is ervan overtuigd dat Johnny van der Kamp op exact dezelfde wijze is vermoord als Harold de Vries, met hetzelfde slagwapen.’
’En?’
’Wat?’
’Heeft hij steensplintertjes gevonden?’
Vledder knikte opnieuw.
’Dokter Rusteloos heeft ze mij laten zien, op de top van zijn wijsvinger, steensplintertjes, kleine glinsterende schilfertjes, alsof ze van een of ander hard voorwerp zijn afgesprongen.’ De Cock staarde peinzend voor zich uit.
’Kon hij al iets zeggen over de splintertjes die hij eerder bij Harold de Vries had gevonden?’
Vledder schudde zijn hoofd.
’Ik heb er wel naar gevraagd. Volgens dokter Rusteloos zijn ze er op het laboratorium in Rijkswijk nog druk mee bezig. Hij had nog geen uitslag.’