Бесплатная библиотека
Читайте книгу на сайте или телефоне
READ-E-BOOK » Полицейские детективы » De Cock en de dood in antiek
De Cock en de dood in antiek - Читать Любимую Русскую Полную Книгу 👉 Read-E-Book.com

De Cock en de dood in antiek

Электронная книга - «De Cock en de dood in antiek». Краткое содержание книги:

Als een kostbare sarcofaag is gestolen, wordt de hulp van De Cock ingeroepen.
1 ... 16 17 18 19 20 21 22 23 24 ... 31
Перейти на страницу:

De Cock boog zich iets naar hem toe.

‘Toen je boven die vermoorde man vond, wat heb je toen gedaan?’

Marijn aarzelde.

‘Ik wil een dokter,’ riep hij ontwijkend.

De Cock negeerde de kreet.

‘Wat heb je gedaan?’ herhaalde hij.

Marijn zuchtte.

‘Ik was van die vent met zijn stiletto in zijn rug geschrokken en wilde weglopen, weg uit het kraakpand. Maar ik bedacht dat ik beter eerst mijn shotje[5] kon nemen. Dat heb ik gedaan. Na het shotje werd ik een stuk rustiger. Ik heb toen voorzichtig gekeken of hij echt dood was.’

‘Hoe?’

Marijn keek hem verward aan.

‘Wat hoe?’

‘Hoe heb je geconstateerd dat hij dood was?’

‘Ik heb een brandende lucifer bij zijn ogen gehouden. Er was geen enkele reactie. Pas daarna heb ik, kruipend op mijn knieen, zijn zakken leeggehaald.’

De Cock knikte begrijpend. De oude rechercheur hield de wijsvinger van zijn rechterhand omhoog.

‘Het slachtoffer,’ stelde hij traag, ‘lag voorover met zijn voorhoofd en neus op de vloer?’

‘Zo vond ik hem.’

‘Aan welke kant van zijn gezicht heb jij bij het licht van jouw lucifer in de ogen van de man gekeken?’

Marijn van Slooten dacht even na.

‘Toen ik begon, zat ik op mijn knieën voor zijn hoofd. Voor mij links.’

Hij knikte instemmend.

‘Ja, voor mij links. Dus rechts van de man. Ik had nog een tweede lucifer willen aansteken om ook aan de andere kant van zijn gezicht te kijken, maar ik had niet meer. Mijn doosje was leeg.’

‘En het beeldje?’

‘Wat voor een beeldje?’

‘Dat naast het hoofd van het slachtoffer stond.’

Marijn van Slooten keek hem verwonderd aan.

‘Beeldje?’

De Cock knikte.

‘Dat beeldje.’

Marijn schudde zijn hoofd.

‘Er was geen beeldje. Ik heb geen beeldje bij zijn hoofd gezien.’

Vledder plofte op zijn stoel neer.

‘Gaan we hem arresteren?’ vroeg hij enthousiast.

‘Wie?’ vroeg De Cock overbodig.

Vledder keek hem verbaasd aan.

‘David van Wateringen.’

De Cock reageerde niet.

‘Heeft de wachtcommandant een dokter voor Marijn van Slooten gebeld?’

Vledder knikte.

‘Ik heb niet op zijn komst gewacht. Ik dacht dat jij onmiddellijk op pad wilde?’

De Cock keek naar de grote klok boven de toegangsdeur van de recherchekamer. Het was twee uur in de nacht. De oude rechercheur wees omhoog.

‘Op dit onchristelijke uur?’

Vledder grijnsde.

‘Moord is een onchristelijke daad.’

De Cock leunde in zijn stoel achterover. De opmerking van zijn jonge collega trof hem.

‘Dat is het,’ beaamde hij, ‘onchristelijk. Maar ik heb mijn twijfels.’

‘Je hebt een getuige,’ riep Vledder geëmotioneerd. ‘Marijn van Slooten heeft hem met een rood hoofd uit dat kraakpand zien komen.’

‘En?’

‘Wat had die vent daar anders te zoeken dan die antiquair koud te maken?’

‘Waarom?’

‘Wat bedoel je?’

De Cock reageerde ongewoon fel.

‘Het motief?’

Vledder zuchtte omstandig.

‘Zaken die voor ons nog verborgen zijn. Vergelding, wraak, een afrekening? Misschien acht David van Wateringen de antiquair Adriaan Goederijke, die hij uit het verleden goed kent, wel medeverantwoordelijk voor de dood van zijn vader?’

De Cock schudde zijn hoofd.

‘Voor die stelling hebben we geen enkel bewijs.’

‘We kunnen David van Wateringen toch gewoon vragen waarom hij Adriaan Goederijke heeft vermoord? Daar is toch niets op tegen?’

De Cock streek met zijn vlakke rechterhand langs zijn ogen. Het was een gebaar van vermoeidheid.

‘Ik betwijfel,’ sprak hij veel rustiger, ‘of David van Wateringen wel de man is die Adriaan Goederijke vermoordde.’ Vledder wond zich zichtbaar op.

‘Waarom?’ riep hij wrevelig. ‘Waarom die twijfel? Ik zou willen dat wij altijd zo’n sterke zaak hadden. Op basis van de verklaring van Marijn van Slooten wordt David van Wateringen zeker veroordeeld.’

De Cock boog zich voorover, schoof een lade van zijn bureau open en nam daaruit de oesjebti die naast het hoofd van het slachtoffer had gestaan. Voorzichtig zette hij het beeldje voor zich op zijn bureau.

‘Dit… eh, dit is mijn twijfel,’ reageerde hij kalm. ‘Toen Marijn van Slooten kort na het vertrek van David van Wateringen de vermoorde Adriaan Goederijke vond, was er geen beeldje.’ Vledder snoof.

‘Die junk heeft niet goed gekeken,’ riep hij opgewonden. ‘Wat kun je van zo’n junk verwachten? De verslaafde Marijn van Slooten had alleen belangstelling voor wat er in de zakken van de vermoorde zat. Voor de rest had hij geen enkele interesse.’ De Cock schudde zijn hoofd.

‘Marijn van Slooten heeft een lucifer aangestoken om naar de ogen van de vermoorde Adriaan Goederijke te kijken. Het slachtoffer lag met zijn voorhoofd en neus op de vloer. Daarom vroeg ik Marijn van Slooten aan welke zijde van het hoofd hij had gekeken. Dat was, zo verklaarde hij uitdrukkelijk, voor hem links, dus rechts van het hoofd van het slachtoffer. Als het beeldje daar op dat moment had gestaan, dan had hij het moeten zien. En als hij het niet had gezien, dan had hij het bij het aansteken van zijn lucifer vrijwel zeker met zijn elleboog omgestoten. Toen wij ter plekke kwamen, stond het er, rechtop.’

‘En?’

De Cock kneep zijn lippen op elkaar.

‘Op het moment dat David van Wateringen, kennelijk geschrokken van zijn ontdekking, het kraakpand verliet, stond er naast het hoofd van de vermoorde Adriaan Goederijke geen oesjebti.’

‘Wat wil je daarmee zeggen?’

De Cock grijnsde.

‘Dat David van Wateringen niet de man was die Adriaan Goederijke vermoordde.’

‘Wie dan wel?’

De Cock trok zijn gezicht strak. Zijn rechterhand streelde het beeldje.

‘De man of vrouw die deze oesjebti bij het hoofd van het slachtoffer plaatste.’

Toen De Cock de volgende morgen na een korte en vooral onrustige nachtrust de grote recherchekamer binnenstapte, trof hij Vledder achter zijn elektronische schrijfmachine. De rappe vingers van de jonge rechercheur dansten over de toetsen. De Cock smeet zijn hoedje missend naar de kapstok, raapte het op en trok zijn regenjas uit. Bedaard slenterde hij naar zijn bureau.

Vledder liet zijn vingers rusten en keek op.

‘Goed geslapen?’

De Cock schudde zijn hoofd.

‘Mijn vrouw snurkte en ik droomde van een oneindige stoet van stijve, onaandoenlijke oesjebti’s, die compleet met de opzichters in hun midden in een trage cadans voor mij uit sjokten.’ Vledder grinnikte.

‘Ze zongen er niet bij?’

Het klonk spottend.

De Cock zweeg. Hij kon de opmerking niet waarderen. De jonge rechercheur verschoof iets op zijn stoel.

‘Ik ben, nadat jij naar huis was gegaan, nog naar de Willemsparkweg getogen.’

De Cock fronste zijn wenkbrauwen.

‘Willemsparkweg?’

Vledder knikte.

‘Daar woont David van Wateringen. Maar de vogel was gevlogen.’

‘Wat had je willen doen?’

‘Hem arresteren.’

De Cock keek hem onderzoekend aan.

‘Ik dacht dat ik jou gisteravond voldoende duidelijk had gemaakt dat ik David van Wateringen niet zie als de man die Adriaan Goederijke vermoordde.’

‘Ik weet het… dat ellendige beeldje. Maar ik bedacht dat David van Wateringen na de moord kon zijn teruggekomen om alsnog die oesjebti bij het lijk te plaatsen.’

‘Nadat Marijn van Slooten op weg was naar het café om ons te verwittigen?’

Vledder knikte.

‘Tijd genoeg.’

De Cock reageerde niet direct. Hij kauwde peinzend op zijn onderlip.

‘Dat is voor het eerst sinds de moord op Alex Delszsen,’ sprak hij bedachtzaam, ‘dat je uit eigen initiatief iets onderneemt.’ Vledder slikte.

вернуться

5

Een injectie met heroïne.

1 ... 16 17 18 19 20 21 22 23 24 ... 31
Перейти на страницу:
0
Сюжет
  • 1
  • 2
  • 3
  • 4
  • 5
  • 6
  • 7
  • 8
  • 9
  • 10
0
Атмосфера
  • 1
  • 2
  • 3
  • 4
  • 5
  • 6
  • 7
  • 8
  • 9
  • 10
0
Главный герой
  • 1
  • 2
  • 3
  • 4
  • 5
  • 6
  • 7
  • 8
  • 9
  • 10
0
Общее впечатление
  • 1
  • 2
  • 3
  • 4
  • 5
  • 6
  • 7
  • 8
  • 9
  • 10
Итоговая оценка: 0.0 из 10 (голосов: 0 / История оценок)