De Cock en de dansende dood
- Автор: Баантье Альберт Корнелис
- Серия: Inspector De Cock #13
- Год: 2005
- Язык: голландский
- Год: De Fontein
- ISBN: 90-261-0153-8
- Жанр: Другие детективы
Электронная книга - «De Cock en de dansende dood». Краткое содержание книги:
Hij gebaarde met een opgestoken duim. 'Die zwarte. Die andere… die van die foto… die zei niet veel. Die zat maar wat voor zich uit te staren. Het leek net alsof ze in de lorum was, bezopen.'
'En dat was ze niet?'
De man lachte. 'Ik heb niet aan haar geroken.' De Cock glimlachte. 'Al met al had u geen aangenaam gezelschap opgedaan.'
De man trok zijn wat mollige schouders op. 'Och,' zei hij vergoelijkend, 'toch wel. Ik had, eerlijk gezegd, medelijden met ze. Ik heb expres wat langzaam gereden. Ziet u, het was lekker warm in mijn cabine. Ik dacht: zolang ze bij mij zijn, hebben ze het in ieder geval niet koud.' Hij glimlachte voor zich uit, tastte in zijn herinnering. 'Met die zwarte, die met het lange haar, heb ik het bijna de hele rit aan de stok gehad. Over allerlei dingen. Ik zei: "Ze moesten meisjes, zoals jij, verbieden om een kind te krijgen.'"
Hij wreef over zijn bol gezicht en lachte. 'Nou, toen had ik het gedaan. Ze zei, dat ze niet langer in de wagen wenste te blijven, dat ze eruit wilde… dat ik onmiddellijk aan de kant van de weg moest stoppen.' Hij verschoof op zijn stoel en schudde het hoofd. 'Dat heb ik natuurlijk niet gedaan. Ik liet haar kletsen. Ik ben gewoon doorgereden.'
Hij zweeg even, keek naar de nagels van zijn vingers. 'Wij mensen oordelen zo gauw. Je weet immers nooit hoe zo'n meisje in de knoei is gekomen. Ik had er ook een beetje spijt van, dat ik zo tegen haar tekeer was gegaan. Toen we in Amsterdam waren, nam ik een tientje uit mijn portefeuille. Ik zei: "Hier, koop een warm broekje voor het kind.'"
'En toen?'
De man maakte een triest gebaartje. 'Het was helemaal verkeerd. Ze werd wild, begon te schreeuwen, schold me uit voor alles wat mooi en lelijk was. "Ik heb jouw tientje niet nodig," zei ze. "Ik heb kleertjes genoeg voor het kind.'"
Hij keek naar de grijze speurder op. Zijn ogen waren groot. 'Toen bukte ze zich, rukte haar rugzak open en haalde er een stel kleertjes uit… mooie kinderkleertjes, dure hemdjes, broekjes, truitjes, van alles.'
De Cock reageerde verbaasd. 'Waarom liet ze het kind dan halfnaakt?'
De man knikte traag, instemmend. 'Precies meneer… waarom?'
13
'Zijn er veel mensen geweest?'
Robert Antoine van Dijk boog zich over zijn aantekeningen.
'Een oudere man en vier vrouwen. En dan heb ik nog een groot aantal telefoontjes gehad.'
'Is er iets bij… een melding waar we wat aan hebben?'
De jonge rechercheur maakte een misnoegd gebaartje. 'Er zijn in ons land blijkbaar heel veel blonde kinderen die aan het signalement voldoen.'
De Cock krabde zich achter in de nek. 'Valt er niets uit te putten?'
'Hoe bedoelt u?'
De Cock stond van zijn stoel op en liep naar de plattegrond van Amsterdam aan de muur achter zijn bureau. 'Waar is het kind allemaal gezien?'
Van Dijk kwam naast hem staan. 'Ik heb een paar meldingen uit Amsterdam-Oost. Daar liepen op het Zeeburgerpad twee jonge hippies met een blond kereltje op de arm.' Hij gleed met zijn vinger over de kaart. 'Dan heb ik een melding van een vrouw van middelbare leeftijd met een blond jochie in het winkelcentrum van Amsterdam-Noord… bij de snackbar. Verder een man met een huilend kindje in een rode Peugeot op het Mercatorplein. Dan een telefoontje van een vrouw over een verlaten kindje bij een bank in het Vondelpark en een…' De Cock onderbrak hem. 'Dat ligt allemaal nogal ver uit elkaar.'
Van Dijk knikte. 'Ik heb ook nog berichten uit Helmond, Zwolle, Alkmaar en Purmerend. Maar de meeste berichten komen toch uit de oude binnenstad.'
'Waar?'
De jonge rechercheur maakte met zijn wijsvinger een cirkeltje over de kaart. 'Hier… in de omgeving van de Herenmarkt, Haarlemmerstraat en Droogbak.'
'Wat zijn dat voor meldingen?'
Van Dijk raadpleegde zijn notities. 'Een hippie met een kindje bij de Haarlemmersluis. Een vieze man met een kind in een wasserette. Een vreemde jongeman met een blond kereltje bij een winkelier in de Binnen Brouwersstraat. Een man met…'
De Cock stak onderbrekend zijn hand op. 'Wat kocht hij?'
'Wie?'
'Die vreemde jongeman met het kind.'
Robert Antoine maakte een verschrikt gebaartje. 'Dat heb ik niet gevraagd,' zei hij wat bedremmeld. 'Ik kreeg zoveel telefoontjes.'
'Je hebt naam en adres?'
Van Dijk knikte wat timide. 'Van Beusekom, Binnen Brouwersstraat 104.'
'Melk… en beschuit.'
'Verder niets?'
Van Beusekom krabde wat aan het voorhoofd en keek peinzend naar het plafond. 'Een reep chocolade en jam… een pot aardbeienjam.'
'U sprak in uw telefoontje over een vreemde jongeman. Wat was er voor vreemds aan?'
De winkelier glimlachte breed. 'Ik ben echt wel wat gewend. Ik krijg de laatste jaren de meest gekke figuren in mijn zaak. Vroeger was dat niet zo. Toen had je een vaste klantenkring. Je kende iedereen. Tegenwoordig zie je van alles voor je toonbank.'
De Cock knikte gelaten. 'Maar deze jongeman was wel bijzonder vreemd?'
Van Beusekom maakte een vaag gebaartje. 'Met vreemd bedoelde ik eigenlijk de manier waarop hij met het kind omging. Zo onhandig, begrijpt u. Je kon echt zien, dat hij het helemaal niet gewend was.'
'Het omgaan met kinderen.'
'Precies. Toen hij zijn boodschappen van de toonbank wilde pakken, liet hij het kind bijna vallen. Ik heb ze toen maar in een plastic zak gedaan.'
'Hoe vaak is hij bij u in de zaak geweest?'
'Eén keer.'
'Enig idee waar hij thuishoort?'
Van Beusekom spreidde beide armen. 'Dat is moeilijk te zeggen.'
'In een kraakpand?'
De winkelier schudde het hoofd. 'Er zijn hier in de buurt bijna geen kraakpanden meer. Gelukkig niet. De meeste afbraakhuizen zijn dichtgemetseld. Probeer het eens in de Haarlemmerstraat. Er zijn daar van die oude panden waar ze kamertjes verhuren. Ik heb hem met het kind die kant uit zien gaan.'
De Cock knikte de winkelier dankbaar toe. 'Mocht de jongeman terugkomen…' Van Beusekom grinnikte. 'Ik heb uw telefoonnummer.'
Ze stapten vanuit de Binnen Brouwersstraat de Haarlemmerstraat in. Vledder keek zijn oude leermeester van terzijde aan. 'Weet jij welke panden de winkelier precies bedoelde?'
De Cock knikte. 'Ik ben er wel eens geweest. Voor een onderzoek. Onbeschrijfelijke toestanden. Je kan moeilijk van kamerverhuur spreken. Het zijn vieze gore hokken, vaak met wanden van hardboard. Er wonen vrij veel buitenlandse arbeiders.'
'Zou Bonny daar zijn ondergebracht?'
De Cock trok zijn schouders op. 'Mogelijk. We moeten wat proberen. De meeste meldingen concentreren zich in deze omgeving. Het kopen van melk, beschuit en jam kan op het onderhouden van een kind duiden. Of dat kind onze Bonny is…'
Hij maakte zijn zin niet af, bleef bij een gammele oude deur staan en drukte die open. In het portaal, los op de granieten vloer, lag een stapel post. De grijze man raapte de brieven op en bekeek de namen.
Vledder blikte over zijn schouder mee. 'Bekenden?' vroeg hij.
De Cock schudde het hoofd. 'Ik zie er niets tussen.' Hij bukte zich, legde de brieven terug op de granieten vloer en liep de trap op. Vledder volgde.
Boven, aan een grauwe muur, stond achter een slordig gekwaste pijl Hier Melden. Ze liepen in de richting die de pijl aanwees en stuitten aan het einde van een lange gang op een gesloten deur. De Cock klopte en stapte tegelijk naar binnen. Aan een tafel, tot aan de rand bedekt met speelkaarten zat een al wat oudere vrouw. Een pas opgestoken sigaret bungelde aan haar dunne lippen. Met een kaart in haar hand keek ze wat verstoord op.