De Cock en de wortel van het kwaad
- Автор: Баантье Альберт Корнелис
- Серия: Inspector De Cock #68
- Год: 2007
- Язык: голландский
- Год: De Fontein
- ISBN: 978-90-261-2251-4
- Жанр: Другие детективы
Электронная книга - «De Cock en de wortel van het kwaad». Краткое содержание книги:
De Cock trok zijn schouders op.
“Daar zag ik vanmiddag geen reden toe.”
Hij gebaarde naar de dode man op de vloer.
“Dan hadden ze hem gewoon ergens anders vermoord.”
Van Wielingen wees naar de uitgestoken rechterhand van het slachtoffer.
“Weer zo’n prutserig klein rood hartje.”
De Cock knikte.
“En weer eenzelfde soort stiletto in zijn rug.”
“Weer dezelfde dader?”
“Absoluut.”
“Weet je al wie hij is?”
De Cock glimlachte.
“Volgens de vette kwabben in zijn nek is het Richard Verhoeven, een vooraanstaand lid van de Stichting Gouden Harten.”
“Dat slachtoffer van vanmiddag was toch ook lid van die stichting?”
“Ja.”
“Wat doen die lui…elkaar afmaken tot het een Stichting Dode Harten is?”
“Daar lijkt het op.”
De fotograaf pakte de fraaie Hasselblad uit zijn aluminium koffertje en monteerde een flitslicht.
“Heb je nog bijzondere wensen?”
“Hetzelfde recept als vanmiddag. Maak eerst maar een paar plaatjes van de situatie zoals wij het slachtoffer hebben aangetroffen…met zijn platte bek pal op de vloer. Daarna kantelen wij hem een beetje, zodat je ook zijn gezicht kunt fotograferen.”
De oude rechercheur draaide zich om. In de deuropening van het kantoor stond dokter Den Koninghe. Achter hem torenden twee broeders van de Geneeskundige Dienst met hun onafscheidelijke brancard.
De Cock liep met een brede glimlach op de dokter toe.
“Alles goed?” vroeg hij belangstellend. Dokter Den Koninghe blikte om zich heen.
“We waren hier vanmiddag toch ook al?”
In zijn stem trilde verwondering. De Cock wees naar het slachtoffer op de vloer.
“Dit is de tweede vandaag.”
Dokter Den Koninghe liep op de dode toe en boog zich over hem heen. Hij wees naar het heft van de stiletto.
“Ik ben met hem gauw klaar. Hij is dood.”
“Volgens mij nog niet zo erg lang,” antwoordde De Cock. Dokter Den Koninghe knielde bij het slachtoffer.
“Mag hij even op zijn rechterzij? Ik kan zijn gezicht zo niet zien.”
De Cock blikte naar Van Wielingen.
“Heb je al genoeg plaatjes van hem?”
“Ja.”
“Help dan even mee. Voorzichtig. Met de stand van die stiletto in de rug mag niets gebeuren. Dan krijg ik morgen problemen met de patholoog-anatoom. Dokter Rusteloos is streng in die dingen.”
Toen De Cock en de fotograaf het lijk iets hadden gekanteld, keek de oude lijkschouwer in het gelaat van de dode, voelde aan zijn wangen en betastte zijn kin. Met krakende knieën kwam hij omhoog.
“Je hebt gelijk. De temperatuur van de man is nauwelijks gedaald. Ik schat het tijdstip van overlijden op ongeveer één à twee uur geleden. Zeker niet langer.”
Bram van Wielingen nam snel een foto van het gezicht van het slachtoffer. Daarna kantelden hij en De Cock het lijk weer in zijn oorspronkelijke positie.
De grijze speurder bleef geduldig naast dokter Den Koninghe staan wachten tot die zijn ziekenhuisbrilletje met zijn pochet had schoongewreven.
Toen hij de ceremonie had voltooid, wees de oude lijkschouwer opnieuw naar de stiletto.
“Kijk eens in de kring van je verdachten naar iemand met een medische opleiding. Dat mes is met dodelijke precisie naar het hart gebracht.”
De Cock glimlachte.
“U sprak vanmiddag van een toevalstreffer.”
“Maar twee toevalstreffers op één dag…daar geloof ik niet in.”
Dokter Den Koninghe lichtte tot afscheid zijn groen uitgeslagen garibaldihoed, draaide zich om en liep het kantoor uit. De Cock keek hem na. Daarna wendde hij zich tot de fotograaf, die zijn Hasselblad behoedzaam in zijn koffertje teruglegde.
“Ben je klaar?”
Van Wielingen knikte.
“Ik heb alles. Morgenochtend heb je een dubbele reportage op je bureau.”
De fotograaf nam afscheid en De Cock wenkte de broeders naderbij.
“Laat hem op zijn buik liggen.”
De oudste broeder glimlachte.
“Ik weet het. Dokter Rusteloos wil niet dat die wond in zijn rug wordt beschadigd.”
De broeders drapeerde een laken om het corpulente lijf van Richard Verhoeven. De canvas flappen lieten ze hangen.
Zacht wiegend droegen ze hem het kantoor uit. De Cock vond het niet meer zo komisch als bij het eerste slachtoffer van die dag.
Vledder stond ineens naast hem. Hij wees naar de vertrekkende broeders van de Geneeskundige Dienst.
“Je bent hier klaar?”
De Cock schoof de mouw van zijn regenjas iets terug en keek op zijn horloge.
“Het is waarachtig na middernacht,” verzuchtte hij.
“Dit is toch te gek. Ik heb in mijn lange loopbaan bij de recherche nog nooit zo’n idiote dag meegemaakt…twee moorden op dezelfde dag en op dezelfde plek.”
Vledder keek hem peilend aan.
“Zal ik je naar huis brengen?”
De Cock schudde zijn hoofd.
“Ik wil na al die ellende een afzakkertje.”
Vledder lachte.
“Ik herken dat…jouw dorstige keel snakt naar het fluweel van een zacht cognacje.”
“Precies.”
“Kan het nog?”
De Cock schonk hem een blijde glimlach.
“Net. Lowietje is tot één uur open.”
Nadat De Cock met zijn geliefde apparaatje van Handige Henkie het pand aan de Brouwersgracht degelijk had afgesloten, stapte hij naast Vledder in hun oude Golf. Na een korte stilte zei Vledder opgewekt: “Lowie is geen automatiek, maar hij heeft wel lekkere snacks.”
“Heb je die twee keurige interieurverzorgsters netjes thuisgebracht,” vroeg De Cock onverstoorbaar. Vledder knikte.
“Ze waren erg behulpzaam. Vooral die Greet Meier is een bijdehante tante. Ze zijn vanavond na hun laatste klus op de Vijzelgracht samen met de tram naar het Stationsplein gereden.”
“En vandaar?”
“Te voet naar de Brouwersgracht.”
“Hoe laat kwamen ze daar aan?”
“Greet Meier schatte dat ze er ongeveer om negen uur waren. Ik heb de tijdstippen, voor zover de vrouwen zich dat herinnerden, genoteerd. Ik zal ze morgen in een proces-verbaal verwerken. Ik weet alleen niet of we er veel aan hebben.”
“Hoe bedoel je?”
Vledder maakte een handgebaar.
“Toen ze dus zo omstreeks negen uur bij de Gouden Harten kwamen, hebben ze eerst de vergaderzaal een goede beurt gegeven. Daarna zijn ze pas naar het kantoor gegaan.”
“En vonden daar het lijk van Richard Verhoeven.”
“Precies.”
De Cock zuchtte.
“Ik begrijp het. Het exacte tijdstip van het ontdekken van het lijk is niet vast te leggen.”
Vledder schudde zijn hoofd.
“Je kunt het die twee vrouwen niet kwalijk nemen. Ze hadden, net als wij, een werkzame dag achter de rug.”
Even zweeg hij.
“Ik heb wel een nieuwtje voor je.”
“Dat is?”
“Ze hebben een man gezien.”
De Cock keek hem gespannen aan.
“Wat?”
Vledder knikte.
“Toen ze op de Brouwersgracht het pand van de stichting naderden, zagen ze een man weglopen. Ze konden niet met zekerheid zeggen of die man uit het pand kwam. Daarvoor was de afstand te groot.”
De Cock schudde bedroefd zijn hoofd.
“Jammer.”
“Maar naar jouw schatting van het tijdstip van overlijden van Richard Verhoeven lijkt mij die man toch wel belangrijk…zit hij dicht bij het moment van de daad. Bovendien…”
De Cock interrumpeerde.
“Heb je een signalement?”
Vledder liet het stuur van de Golf even los en spreidde zijn handen.
“Dat wil ik net zeggen: bovendien droeg hij een wijde zwarte cape met capuchon.”
10
Lowietje, vanwege zijn geringe borstomvang in het wereldje van de penoze meestal Smalle Lowietje genoemd, begroette de grijze speurder uitbundig.