De Cock en kogels voor een bruid
- Автор: Баантье Альберт Корнелис
- Серия: Inspector De Cock #40
- Год: 1993
- Язык: голландский
- Год: De Fontein
- ISBN: 978-90-261-0605-7
- Жанр: Другие детективы
Электронная книга - «De Cock en kogels voor een bruid». Краткое содержание книги:
‘Die fraudezaak.’
Geert Dijke schudde zijn hoofd.
‘Ken ik niet.’
De Cock keek zijn ex-collega ongelovig aan.
‘Jullie trokken destijds in de Warmoesstraat altijd samen op… een vast koppel. Werkte jij nu niet met je schoonvader samen?’
‘Nee.’
De Cock grijnsde.
‘Buiten, op de deur van dit kantoor hangt een bord met Detectivebureau Dijke & Versteegh.’
Geert Dijke maakte een hulpeloos gebaar.
‘Dat bord hangt er nog.’
‘Maar?’
‘Wij zijn al jaren geleden uit elkaar gegroeid. We doen ieder onze eigen zaken.’
De Cock beluisterde de neerbuigende toon en onderkende een zweem van onverschilligheid. Het stak hem.
‘Albert Versteegh is jouw schoonvader,’ riep hij geëmotioneerd. ‘De vader van je vrouw… van Marjan. Appie… jouw oudste zoon is naar hem vernoemd.’
‘En?’
De Cock sloot even zijn beide ogen. De vraag van Geert Dijke deed hem pijn. ‘Hoe is het met Marjan?’ vroeg hij zachtjes.
Geert Dijke liet zijn hoofd iets zakken.
‘Goed.’
‘Jullie wonen hier in Rotterdam?’
‘Ja.’
‘En je schoonvader?’
Geert Dijke keek op.
‘Woonde aanvankelijk ook bij ons in Rotterdam,’ antwoordde hij mat, ‘maar is na een paar jaar weer naar Amsterdam verhuisd. Daar had hij de meeste herinneringen… aan de politie… aan de tijd dat zijn vrouw nog leefde.’
De Cock knikte begrijpend.
‘Onderhielden jullie geen contact meer met elkaar?’
‘Jawel.’
‘Dagelijks?’
Geert Dijke schudde zijn hoofd.
‘Verjaardagen en zo.’
‘Wist jij dat hij was verdwenen?’
‘Ik hoorde het van Scheltema.’
‘Het schokte je?’
‘Niet echt.’
De Cock plukte nadenkend aan zijn onderlip. De reacties van Geert Dijke bevielen hem niet. Hij was te vlak, te star, te terughoudend.
‘Jij wist toch dat Albert Versteegh als securityman bij Scheltema & Haantjes werkte.’
Geert Dijke knikte.
‘Dat wist ik,’ beaamde hij. ‘Mijn schoonvader was daar in vaste dienst.’
‘Kende Scheltema de familierelaties tussen jou en Albert Versteegh?’
Geert Dijke schudde zijn hoofd.
‘Mijn schoonvader en ik waren overeengekomen om die familierelatie geheim te houden.’
De Cock toonde verbazing.
‘Waarom?’
Over het bleke gezicht van Geert Dijke gleed een matte glimlach. ‘Ik zei je al… ik was adviseur van de heer Scheltema… deed wel eens onderzoeken voor hem… meest in de privésfeer. Daar kon mijn schoonvader dan weer zijn voordeel mee doen.’
‘Jij gaf de resultaten van jouw onderzoeken aan je schoonvader door?’
‘Meestal wel.’
‘En omgekeerd?’
Geert Dijke klemde zijn lippen op elkaar.
‘De Cock,’ reageerde hij heftig, ‘ik ben je verdachte niet. Ik ben niet van plan om het slachtoffer te worden van jouw verhoortechnieken.’
De grijze speurder lachte.
‘Zo reageerde je schoonvader ook.’
‘Wanneer?’
‘Toen hij mij kwam melden dat hij er weinig voor voelde om als een stuk wild te worden afgeschoten.’
Geert Dijke draaide zijn hoofd weg.
‘Daar weet ik niets van.’
De grijze speurder wreef zich achter in zijn nek.
‘Luister, Geert,’ sprak hij gedragen. ‘Ik leid het onderzoek naar de moord op een jonge vrouw in Amsterdam. Tussen die moord en de moord op directeur Scheltema in Huizen moet enig verband bestaan… al weet ik bij benadering niet waar ik de relatie, dat verband moet zoeken. Maar beide moorden hebben dezelfde modus operandi… zijn op dezelfde wijze gepleegd. Beide slachtoffers werden kil en meedogenloos neergemaaid met een pistoolmitrailleur. Begrijp je… als een stuk wild afgeschoten.’
De oude rechercheur zweeg secondenlang.
‘Ik heb een sterk vermoeden,’ ging hij verder, ‘dat Albert Versteegh mij oplossingen zou kunnen aandragen… dat hij wellicht het hoe en waarom van de beide moorden kent.’ Hij stak zijn wijsvinger priemend vooruit. ‘En ik heb de zekerheid dat jij van deze affaire meer weet dan je mij wilt openbaren.’
Geert Dijke schudde zijn hoofd.
‘Ik weet niets… en ik wil niets weten.’
De Cock nam een kleine pauze en overdacht het antwoord. Hij leunde in zijn stoel achterover. Onderwijl gleed zijn scherpe blik over het gezicht van de man voor zich. Geert Dijke, zo overdacht hij, was achter in de dertig. Maar zijn oud-collega zag er vele jaren ouder uit. Zijn gezicht zag vaal en hij had diepe kringen onder zijn ogen.
De grijze speurder bracht zijn handen naar voren en drukte de vingertoppen tegen elkaar.
‘Ken jij Gerard Haantjes… de compagnon van Scheltema?’
Geert Dijke knikte.
‘Ik heb hem wel eens ontmoet.’
De Cock krabde zich nadenkend op zijn voorhoofd.
‘Heb jij,’ formuleerde hij voorzichtig, ‘voor directeur Scheltema wel eens onderzoeken verricht die verband hielden met Gerard Haantjes?’
‘Ja.’
‘Wat voor onderzoeken?’
Geert Dijke zuchtte.
‘Ik heb wel moeten nagaan met welke vrouwen Gerard Haantjes contacten onderhield.’
‘Amoureuze contacten?’
‘Inderdaad.’
‘En?’
Geert Dijke trok geprikkeld zijn schouders op.
‘Het stelde niets voor… avontuurtjes met leden van het personeel… jonge meisjes van het kantoor.’
‘Waarom wilde Scheltema dat weten?’
Geert Dijke gebaarde achteloos.
‘Dat interesseert mij niet… heb ik als privédetective ook niets mee te maken. Ik rapporteer wat ik tegenkom en schrijf mijn rekeningen.’
De Cock zuchtte omstandig. De starre houding van Geert Dijke maakte hem wanhopig. Vertrouwelijk boog hij zich naar hem toe.
‘Als oud-politieman,’ vroeg hij bijna smekend, ‘wat denk je van die Gerard Haantjes?’
Geert Dijke boog zijn hoofd en slikte. Het duurde geruime tijd voor hij weer opkeek.
‘Als Gerard Haantjes,’ antwoordde hij vlak, ‘de hand heeft in het verdwijnen van mijn schoonvader… dan vrees ik voor zijn leven.’
10
Ze reden opnieuw uit Rotterdam weg. Het schemerde en het begon weer te sneeuwen. Kleine glinsterende vlokjes kleefden aan het wegdek. Soms joeg een wervelende wind ze even tuimelend omhoog.
Vledder deed mopperend de ruitenwissers aan en ranselde de Golf de snelweg op.
De Cock wuifde voor zich uit.
‘Ik zou maar voorzichtig rijden,’ sprak hij bezorgd. ‘Het kon wel eens glad worden.’
De jonge rechercheur reageerde niet. Het toenemend spitsverkeer eiste al zijn aandacht. Pas toen het op de snelweg wat rustiger werd, blikte hij opzij.
‘Hoeveel dagen hebben we nog voor kerst?’ vroeg hij met een ondertoon van spot.
De Cock gromde.
‘Kun je zelf niet tellen?’ antwoordde hij bars, geprikkeld.
Vledder trok een grijns op zijn gezicht.
‘Heb je de smoor in?’
De Cock schudde zijn hoofd.
‘Stomme vraag… hoeveel dagen hebben we nog voor kerst… als je niet uit je hoofd kunt rekenen, gebruik je je vingers maar.’
Vledder grinnikte om De Cocks reactie.
‘Je hebt echt de smoor in,’ stelde hij vast. ‘Ik wilde alleen maar zeggen… als we elke dag zo verprutsen als vandaag…’ Hij maakte zijn zin niet af.
De Cock draaide zich met een ruk naar hem toe.
‘Het is geen verprutste dag!’ riep hij verbolgen.
Vledder glimlachte fijntjes.
‘Wat hebben we dan bereikt?’
De Cock hief zijn handen op.
‘Je kunt niet alles en iedereen onmiddellijk naar je hand zetten.’
‘Geert Dijke?’
De Cock trok zijn schouders op.