De Cock en de ontluisterende dood
- Автор: Баантье Альберт Корнелис
- Серия: Inspector De Cock #37
- Год: 1995
- Язык: голландский
- Год: De Fontein
- ISBN: 978-90-261-0503-6
- Жанр: Полицейские детективы
Электронная книга - «De Cock en de ontluisterende dood». Краткое содержание книги:
'Geen flauw idee.' 'Genoeg?'
De Cock blikte opzij. 'Waarvoor?'
'Een mannetje te betalen.' 'Wat voor een man-ne-tje?' Vledder gebaarde voor zich uit.
'Volgens mij riep zij in de volle tent van Smalle Lowietje niet voor niets: viezerik, vuile verkrachter… ze moesten jou je pik afsnijden.'
De Cock bleef geschrokken staan.
'Je bedoelt, dat Rooie Betsy dat riep in de hoop, dat iemand in het café bereid zou zijn om dat karweitje voor haar op te knappen… voor geld? Een… eh, een ordinaire killer… een huurmoordenaar?' Vledder keek hem verward aan. 'Is dat zo gek?'
De Cock antwoordde niet. Na een paar peinzende seconden liep hij verder. Zijn hoofd iets gebogen. De oude rechercheur was zich er terdege van bewust, dat de misdaad in de laatste jaren sterk was verhard, dat in de gehele samenleving… ook in de kringen van de penoze… de normen vervaagden… maar het fenomeen van een kille emotieloze huurmoordenaar… iemand, die voor een paar zilverlingen een medemens doodde… was hem toch wezensvreemd. Het idee drong slechts moeizaam tot zijn bewustzijn door. Vledder stootte hem met zijn elleboog aan. 'Is dat zo gek?' herhaalde hij iets dwingender. De Cock keek opzij en knikte.
'Het is gek,' antwoordde hij ernstig. 'Erger… dat iemand zo onmenselijk diep zinkt, dat hij voor geld een medemens ombrengt… is niet alleen gek… het grenst aan waanzin.' Vledder gebaarde heftig.
'Maar die waanzin bestaat,' riep hij fel. 'Daar kan en mag je je ogen niet voor sluiten. Als Rooie Betsy diep in haar buidel heeft willen tasten, dan heeft ze zo'n mannetje gevonden.' 'In ons Amsterdam?'
Vledder knikte nadrukkelijk. Op de wangen van de jonge rechercheur lagen blosjes van opwinding. 'Ja,' siste hij tussen zijn tanden, 'zelfs in ons eigen 'Heldhaftig, Vastberaden en Barmhartig Amsterdam.'
Van de Nieuwmarkt liepen de twee rechercheurs naar de Zeedijk en vandaar via de Stormsteeg, de Korte en Lange Niezel naar de Warmoesstraat.
In de hal van het oude politiebureau was het bijzonder rumoerig. Gehuld in een wolk van milde knoflook en ondersteund door wilde gebaren, discussieerde een tiental donker getinte mannen met elkaar.. fel en luidruchtig. Hun rauwe keelklanken overstemden het geratel van het telexapparaat.
Jan Kusters, de wachtcommandant, had het druk. Gesticulerend met armen en benen probeerde hij zich verstaanbaar te maken. Zijn werk aan de balie vergde van hem zoveel aandacht, dat hij het voorbijgaan van De Cock en Vledder niet opmerkte.
Ze liepen vanuit de ruime hal de stenen trappen op.
Boven, op de tweede etage, op de bank bij de deur naar de grote recherchekamer zaten enige mensen te wachten voor het doen van een aangifte.
Een jongeman in een ruim linnen jack en een strakke spijkerbroek kwam van de bank overeind en liep op hen toe. Voor de grijze speurder bleef hij staan. 'U bent De Cock… rechercheur De Cock?'
De grijze speurder antwoordde niet direct. Hij blikte in het open gezicht van de jongeman en ontmoette een paar staalblauwe ogen, die vrolijk oplichtten.
'Inderdaad,' bevestigde hij na een korte pauze. 'De Cock met… eh, ceeooceekaa.' De oude rechercheur duimde nonchalant opzij. 'En dat is mijn dierbare collega Vledder.' De jongeman glimlachte.
'Het klopt. Men had mij voorspeld dat u zo zou reageren.' De Cock keek hem vragend aan. 'Wie is 'men'?'
De jongeman stak zijn kin iets omhoog.
'Hans… Hans Boschgraed… u hebt al met hem gesproken op het Bartholinus… over het briefje, dat op het lijk van Minnertsga werd gevonden.'
De Cock fronste zijn wenkbrauwen.
'Boschgraed heeft u van dat briefje verteld… in vertrouwen?' De jongeman schudde zijn hoofd.
'Niet in vertrouwen. Ik bedoel, van dat briefje weten we allen… alle leerkrachten van het Bartholinus Gymnasium. Dat korte briefje met die twee taal- of spelfouten is bij ons bijna voortdurend onderwerp van gesprek.'
De Cock strekte zijn hand naar hem uit.
'U… eh, u bent ook leraar aan het Bartholinus?' vroeg hij met een zweem van ongeloof. De jongeman knikte opnieuw.
'Leraar Engels. Mijn naam is Koster… Gerard Koster.' Er gleed een glimlach om zijn lippen. 'Ze noemen mij ook weleens Gerard Sexton, een grapje… Sexton is het Engelse woord voor koster.'
De Cock negeerde de opmerking. 'U wilt met mij spreken?'
Het gezicht van Gerard Koster kreeg een ernstige uitdrukking. 'Inderdaad… vertrouwelijk.'
De Cock liep voor hem uit naar de grote recherchekamer en liet hem op de stoel naast zijn bureau plaatsnemen. Daarna zeilde hij zijn oude hoedje zwierig in de richting van de kapstok, bekommerde zich niet om de misser en ging met zijn regenjas aan tegenover de jongeman zitten.
Enkele ogenblikken keek hij hem schattend aan, bezag het kleine kuiltje in zijn kin, monsterde zijn atletische gestalte en concludeerde tot slot, dat de jonge leraar Engels een vriendelijke uitstraling had. De grijze speurder spreidde zijn beide handen. 'Ver-trou-we-lijk,' herhaalde hij traag. 'Vertrouwelijk is een veel misplaatst begrip. Ik moet u er in dit verband op wijzen, dat ik als rechercheur van politie ben gebonden aan mijn ambtseed. Wanneer u mij mededelingen doet… van vertrouwelijke aard… maar ze zijn voor uzelf in strafrechtelijke zin belastend, dan kan ik u geen garanties geven, dat ik ze niet tegen u gebruik.' Gerard Koster schudde zijn hoofd. 'Het gaat niet om mij.' 'Om wie dan wel?' Gerard Koster aarzelde even. 'Roeland… Roeland van Ieperen.' De Cock kneep zijn ogen half dicht.
'Wat is er met Roeland van Ieperen?' Gerard Koster antwoordde niet direct.
'Roeland,' sprak hij nadenkend, 'Roeland is een moeilijke jongen… wild, brutaal, agressief… doet en zegt in zijn onbevangenheid weleens dingen, waarvan hij later spijt heeft.' De leraar zweeg even. 'Maar naar mijn stellige overtuiging is hij geen slechte jongen… geen jongen met een verminkte geest… met ee.i gebarsten karakterstructuur. Wanneer men even de moeite neemt om aandacht aan hem te schenken, ontdekt men een hele andere Roeland van Ieperen.'
De Cock plukte aan zijn onderlip. Daarna strekte hij zijn rechterwijsvinger naar de jonge leraar uit.
'En… eh, en die andere… betere Roeland van Ieperen heeft u ontdekt?'
Gerard Koster knikte.
'Begrijpt u mij goed. Ik ben een normale leraar. Niets bijzonders. Ik bedoel, ik behoor niet tot het koor van geite-wollen-sokken-filosofen. Het is niet mijn taak om zieltjes te vervormen. Ik probeer tijdens mijn lessen mijn leerlingen oprecht te geven wat ze nodig hebben… aandacht en begrip.' De Cock leunde achterover in zijn stoel.
'Die aandacht en dat begrip kreeg Roeland van Ieperen van u?'
'Zoals iedere leerling.'
'En?'
Gerard Koster keek hem verward aan. 'Wat bedoelt u?'
De Cock stak zijn handen vooruit. 'Wat probeert u mij duidelijk te maken?' In zijn stem vibreerde enige wrevel. Gerard Koster likte aan zijn droge lippen.
'Roeland van Ieperen heeft wel meer getoond vertrouwen in mij te hebben. Gisteravond laat kwam hij bij mij thuis op bezoek… vroeg om raad. De jongen was totaal in de war… wist niet wat hij doen moest.'
De Cock fronste zijn wenkbrauwen. 'Roeland wist waar u woonde?' Gerard Koster knikte.
'Hij was weleens meer bij mij thuis geweest… met een werkstuk, dat ik hem had laten overmaken.'
De Cock wreef over zijn brede kin. 'Heeft hij aan u zijn schuiladres verteld?' Gerard Koster antwoordde niet direct.
'Dat… eh, dat heeft Roeland.' De jonge leraar slikte. 'Ik hoop alleen niet, dat u mij dwingt om dat adres te noemen.' De Cock schudde zijn hoofd.
'Ik dwing u tot niets. Het ligt aan uzelf of u dat geheim wilt prijsgeven. U zou ook Roeland kunnen adviseren om zich bij ons te melden.'
Gerard Koster keek hem schuins aan. 'Dan arresteert u hem?' De Cock trok zijn schouders op. 'Dat hangt van zijn verklaring af.' 'Roeland heeft het niet gedaan.' 'Dat zegt hij?'