De Cock en het roodzijden nachthemd
- Автор: Баантье Альберт Корнелис
- Серия: Inspector De Cock #44
- Год: 1995
- Язык: голландский
- Год: De Fontein
- ISBN: 978-90-261-0832-7
- Жанр: Другие детективы
Электронная книга - «De Cock en het roodzijden nachthemd». Краткое содержание книги:
Vledder bromde. ‘Groen, groen,’ riep hij gebelgd. ‘Wat interesseert mij dat groen aan de bomen. We hadden die vent moeten arresteren.’
De Cock keek hem verwonderd aan. ‘Waarom?’
‘Die vent had een duidelijk motief. Als ik met zo’n serpent getrouwd was geweest, dan…’ De jonge rechercheur maakte zijn zin niet af.
De Cock schoof zijn onderlip naar voren. ‘Waar ik mij aan stoor,’ sprak hij traag, ‘is dat Bob Verhagen dat motief zo prominent etaleert. Vermoedelijk was Sabrine Achterbroek een kenau van een wijf. Ik geloof best dat ze hem volkomen heeft gedomineerd. Maar eens is hij toch met haar in het huwelijksbootje gestapt en hij heeft het bijna elf jaar met haar uitgehouden. Bovendien ging het initiatief tot de scheiding niet van hem uit, maar van haar.’
‘Wat wil je daarmee zeggen?’
De Cock trok een bedenkelijk gezicht. ‘De houding van de mensen rondom Sabrine Achterbroek is zo ambivalent,’ antwoordde hij wrevelig. ‘Yolanda van Zelhem voelde zich in haar bijzijn niet op haar gemak… toch bleef ze haar vriendin. Sarah Harreveld spreekt bepaald niet vleiend over haar, maar verbreekt de vriendschap niet.’
Vledder lachte. ‘En Marjolein Ridderspoor, een andere vriendin, begint een relatie met de ex-man van Sabrine en neemt daarover even contact met haar op om te informeren of hij het in bed wel goed doet.’
De Cock gniffelde. ‘Het is raar spul, waarmee wij in aanraking zijn gekomen.’ De oude rechercheur keek opzij. ‘Heb je het adres van die Evelien Eikenroos, met wie Sabrine correspondeerde?’
Vledder knikte. ‘Ze woont in Schagen. Dat wist hij zeker. Maar Bob Verhagen kon mij niet garanderen dat het adres nog klopte. Hij sprak uit zijn herinnering. Het was alweer jaren geleden dat hij voor Sabrine een brief aan die Evelien Eikenroos had gepost.’
De twee rechercheurs liepen een tijdje zwijgend voort.
Vledder trok een grijns. ‘Geloof jij dat die Bob Verhagen de financiële positie van zijn vrouw niet kende?’
De Cock antwoordde niet. In de Warmoesstraat, voor de ingang van het politiebureau, bleven ze staan. ‘Neem jij de Golf mee naar de sectie.’
Vledder knikte. ‘En wat doe jij?’
De Cock blikte strak voor zich uit. ‘Ik ga een babbeltje maken met de FIOD.’
De Cock boog zich over de gegevens die hij, ondanks een afwijzing van de machtigste opsporingsinstantie van ons land, toch had verkregen: een lijst met bankhandelingen van de IJsselsteinse Bank ten behoeve van haar cliënte Sabrine Achterbroek. Tot voor ruim een maand, zo constateerde hij, hadden de transacties een rustig verloop. Sabrine Achterbroek bouwde stelselmatig een klein vermogen op. De bedragen aan alimentatie die Bob Verhagen aan haar overmaakte, waren keurig bijgeschreven. Ook werd van haar salaris bij Avondzon maandelijks een gedeelte op haar spaarrekening gezet. Het verloop van haar financiën gaf het beeld van een vrouw die zich geen uitspattingen veroorloofde. Het opmerkelijke was…
De gedachtegang van de grijze speurder werd onderbroken door de binnenkomst van Vledder. De jonge rechercheur klapte de deur van de grote recherchekamer achter zich dicht. Met een gezicht als een donderwolk beende hij naar zijn bureau en liet zich met een vermoeid gebaar in zijn stoel zakken.
‘Het verkeer was een puinhoop,’ riep hij. ‘Alles zat muurvast.’
De Cock maakte een schouderbeweging. ‘Jammer,’ sprak hij gelaten. ‘Het is een probleem van alle steden die nog uit de middeleeuwen stammen. Amsterdam is gebouwd voor traag geboomde dekschuiten, slome sleperswagens en een enkele diligence. Aan snelle auto’s is niet gedacht.’
Vledder gebaarde heftig. ‘Een van tweeën,’ bromde hij. ‘Maak van de binnenstad van Amsterdam een openluchtmuseum of demp alle grachten voor het verkeer.’
De Cock plukte aan het puntje van zijn neus. ‘In mijn jonge jaren had Amsterdam een hoofdcommissaris van politie die Kaasjager heette. Hij lanceerde destijds hetzelfde idee.’
‘En?’
De Cock glimlachte. ‘Het scheelde weinig of hij was door woedende Amsterdammers gelyncht.’
Vledder schudde afkeurend zijn hoofd. ‘Ik heb meer dan tweeënhalf uur nodig gehad om van Westgaarde met de Golf naar de Warmoesstraat te komen.’
‘Dat is wel erg lang.’
Vledder knikte. ‘Ik ben er wel even uit geweest.’
‘Hoe bedoel je?’
Vledder gebaarde. ‘Kort voor de Westermarkt kreeg ik een beetje ruimte. Omdat het verderop toch vast zat, ben ik tot achter de kerk gereden. Daar vond ik nog een plekje waar ik de Golf even kwijt kon. Van daar ben ik naar de Prinsengracht gewandeld.’
De Cock grijnsde. ‘Om je benen te strekken?’ Het klonk spottend.
Vledder schudde zijn hoofd. ‘Ik ben naar het pand gegaan waar Sabrine Achterbroek woonde.’
‘Waarom?’
‘Ik was gisteravond tijdens ons onderzoek ter plekke vergeten om een buurtonderzoek te doen… te vragen of men iets gehoord of gezien had.’
‘Leverde het iets op?’
Vledder knikte. ‘De buurvrouw van de parterre was het opgevallen dat op de Prinsengracht bij de Egelantiersgracht enige dagen voor de dood van Sabrine Achterbroek een jongeman veel belangstelling had getoond voor de bovenste etages van het pand. Hij had steeds omhooggekeken.’
‘Wat voor een jongeman?’
‘Een jongeman met een zwarte snor.’
De Cock hield zijn hoofd iets schuin. ‘Een volle snor,’ vroeg hij voorzichtig, ‘zoals Turkse mannen die wel dragen?’
Vledder reageerde heftig. ‘Het zegt natuurlijk niets,’ riep hij geprikkeld. ‘Begin alsjeblieft geen theorieën op te bouwen rond mannen met snorren.’
De Cock maakte glimlachend een afwerend gebaar. ‘Hoe was de sectie?’
‘Dokter Rusteloos was te laat op Westgaarde. Hij had op de A4 bij het Prins Clausplein in de file gestaan. Om zijn achterstand in te halen, werkte hij nog sneller dan gewoonlijk.’
‘Afwijkingen?’
Vledder schudde zijn hoofd. ‘Je had gelijk. Er waren geen sporen van een wurgende handgreep. De moordenaar moet Sabrine Achterbroek van achteren hebben aangevallen. Ze is met hetzelfde stuk elektriciteitsdraad dat om haar nek zat gewurgd. Er waren diverse luchtpijpringetjes gebroken. Als steun voor jouw constatering dat het slachtoffer eerst werd gewurgd en daarna opgehangen, wijzen, zo zei dokter Rusteloos, ook de insnoeringen aan de hals.’
De Cock trok een grimas. ‘Ervaring. Ervaring was volgens Abraham Lincoln eenvoudig de naam die wij aan de som van onze fouten geven. Ik heb mij in het verleden bij een ophanging een keer door de moordenaar lelijk om de tuin laten leiden.’
Vledder lachte. ‘Hoe kwam je daar later achter?’
‘Enige maanden na de moord pochte de moordenaar tegenover vrienden op zijn sluwheid.’
‘En die vrienden lichtten jou in?’
De Cock liet zijn hoofd iets zakken. ‘Het was voor mij wel een blamage om na de arrestatie van de moordenaar aan mijn toenmalige commissaris te moeten vertellen dat ik aanvankelijk een paar zaken over het hoofd had gezien.’
Vledder lachte opnieuw. Vrijuit. De bekentenis van de oude rechercheur deed hem zichtbaar goed. Hij boog zich iets naar voren. ‘Jij was vanmiddag bij de FIOD?’
‘Ja.’
‘En?’
‘Zonder een gerechtelijk vooronderzoek, door een officier van justitie geëist, zijn via de FIOD geen bankgegevens te verkrijgen.’
Vledder fronste zijn wenkbrauwen. ‘Zo’n gerechtelijk vooronderzoek zit er niet in?’
De Cock schudde zijn hoofd. ‘Niet op basis van de gegevens waarover wij nu beschikken.’
Vledder keek hem verwonderd aan. ‘Je… eh, je bent niets te weten gekomen?’ vroeg hij ongelovig.
De Cock schudde zijn hoofd. ‘Officieel… officieel niet.’ De grijze speurder wreef met zijn vlakke hand over zijn breed gezicht. ‘Wanneer men zich als rechercheur aan alle wettelijke regeltjes zou houden, die een onderzoek in de weg staan, loste men geen zaak meer op.’