De Cock en het roodzijden nachthemd
- Автор: Баантье Альберт Корнелис
- Серия: Inspector De Cock #44
- Год: 1995
- Язык: голландский
- Год: De Fontein
- ISBN: 978-90-261-0832-7
- Жанр: Другие детективы
Электронная книга - «De Cock en het roodzijden nachthemd». Краткое содержание книги:
Vledder beluisterde de toon.
‘Jij… eh, jij gelooft niet in hem… als moordenaar?’ vroeg hij aarzelend.
De Cock trok zijn schouders op.
‘Vrouwen kunnen het leven van een man… ook na een echtscheiding… nog verwoesten, totaal ondraaglijk maken. Ik ken daar genoeg voorbeelden van. Het geldt uiteraard ook andersom. Gelukkig leidt dat zelden tot moord. Mensen kunnen blijkbaar veel kwellingen verdragen.’
Vledder kneep zijn lippen op elkaar.
‘Sabrine Achterbroek leek mij een serpent.’
De Cock keek zijn jonge collega secondenlang aan.
‘Ik ben blij met die opmerking,’ sprak hij opgelucht.
De oude rechercheur kauwde peinzend op zijn onderlip.
‘Het vreemde is,’ formuleerde hij voorzichtig, ‘dat haar dood bij mij geen greintje mededogen heeft opgewekt. Vanaf het moment dat ik haar aan die deur zag hangen, werd ik overvallen door een onverklaarbaar, onbestemd gevoel, dat ze het heeft verdiend… dat ze het noodlot heeft getart.’
Vledder keek hem schuins aan.
‘Door haar man tot het uiterste te drijven?’
De Cock antwoordde niet. Hij staarde een poosje peinzend voor zich uit. Toen stond hij van zijn stoel op en slenterde naar de kapstok.
Vledder kwam hem na.
‘Waar ga je heen?’
De Cock draaide zich half om.
‘Naar Bob Verhagen.’
Vledder keek hem verrast aan.
‘Arresteren?’
De Cock schudde zijn hoofd.
‘Condoleren… en vragen of hij de garderobe van zijn gewezen vrouw kent.’
De Cock en Vledder stapten het politiebureau uit. De Cock keek langs de gevel omhoog naar de bewolkte hemel en huiverde. ‘Het is veel te koud voor de tijd van het jaar,’ gromde hij.
Vledder liep voor hem uit.
‘Nemen we de Golf?’
De Cock trok zijn neus iets op.
‘Naar de Kromme Waal?’
Vledder maakte een verontschuldigend gebaar.
‘Ik moet vanmiddag wel op tijd op Westgaarde zijn. De dokter is razend als je te laat bij de sectie bent.’
De Cock schoof de mouw van zijn regenjas iets terug en keek op zijn horloge.
‘Tegen die tijd zijn we wel terug,’ sprak hij sussend. ‘Zo lang zal ons onderhoud met de heer Verhagen niet duren.’
Vledder grijnsde.
‘En als hij zijn ex-vrouw in een vlaag van woede heeft gedood?’
De Cock keek hem van terzijde aan.
‘Hoe wil je dat bewijzen?’
‘Misschien vinden we in zijn woning een stuk van dat elektriciteitsdraad dat om haar nek zat.’
De Cock schudde zijn hoofd.
‘Sabrine Achterbroek werd niet in een vlaag van woede gedood. Bovendien zouden wij voor een onderzoek in de woning van die heer Verhagen een bevel tot huiszoeking moeten hebben.’
‘En?’
De Cock maakte een afwerend gebaar.
‘Met de huidige stand van ons onderzoek is geen enkele officier van justitie tot het afgeven van zo’n bevel bereid. Die lui zijn tegenwoordig bang dat ze zich aan koud water branden.’
De oude rechercheur tastte in de steekzak van zijn regenjas naar het apparaatje dat hij eens, lang geleden, van zijn vriend en ex-inbreker Handige Henkie had gekregen.[7]
‘Voor noodgevallen,’ grinnikte hij, ‘heb ik altijd nog een oplossing.’
Vledder reageerde niet.
Zwijgend liepen ze via de Korte Niezel en de Stormsteeg naar de Binnen Bantammerstraat en stapten links de Kromme Waal op.
Voor een statig herenhuis bleven ze staan. Naast een zware mosgroene toegangsdeur met een ijzeren klopper hing een glimmend koperen naamplaat met Bob Verhagen bv, im- en export in zwarte, diep verzonken letters.
‘Im- en export,’ sprak De Cock gniffelend. ‘Ik heb dat altijd een vage uitdrukking gevonden. Daar kan van alles achter schuilgaan: van palmpitten en kokosnoten tot exotische vrouwen en harddrugs.’
Vledder grijnsde.
‘Je bent cynisch.’
De Cock tikte een paar maal met de klopper.
Het duurde nog geen halve minuut, toen werd de zware deur geopend. In de deuropening verscheen een aantrekkelijk ogende jonge vrouw in een stemmig zwarte japon. Ze keek van De Cock naar Vledder en terug.
De oude rechercheur nam beleefd zjn hoedje af.
‘Mijn naam is De Cock… met ceeooceekaa.’ Hij duimde opzij. ‘En dat is mijn collega Vledder. Wij zijn rechercheurs van politie, verbonden aan het bureau Warmoesstraat. Wij wilden graag een onderhoud met de heer Verhagen.’
De jonge vrouw deed glimlachend een stap opzij.
‘De heer Verhagen heeft mij gezegd dat hij u kan ontvangen.’
De Cock fronste zijn wenkbrauwen.
‘Hij verwacht ons?’
In zijn stem trilde verbazing.
De jonge vrouw maakte een schouderbeweging.
‘Dat… eh, dat weet ik niet,’ antwoordde ze onzeker. ‘Hij zei: “Als er rechercheurs komen, breng ze dan naar mijn kamer.”’
‘Wanneer zei hij dat?’
‘Een halfuurtje geleden.’
De Cock stapte langs haar heen.
Vledder volgde.
De jonge vrouw deed de zware deur achter zich dicht en ging de beide rechercheurs vanuit de hal voor door een marmeren gang met wulpse engeltjes aan het plafond. Het geklik van haar hoge hakjes echode tegen de kale muren.
Aan het einde van de gang opende ze links een deur en trok zich daarna bescheiden terug.
Achter een immens groot bureau rees een lange magere man vanuit zijn stoel omhoog. De Cock schatte hem op begin vijftig. Hij had een lang, scherpgesneden gezicht met donkere diepliggende ogen en charmant grijs aan de slapen. Het lichtblauwe kostuum dat hij droeg slobberde om zijn lijf. Sinds de aanschaf van dat kledingstuk had de man zichtbaar aan gewicht verloren.
Met grote stappen kwam hij achter zijn bureau vandaan en gebaarde naar een zitje tussen twee hoge ramen, die uitzicht boden op een verwilderde tuin.
‘Neemt u plaats,’ sprak hij vriendelijk. ‘Ik praat uit principe niet graag met mensen vanachter mijn bureau. Dat kweekt afstand. Mijn bureau mag geen barrière zijn.’
De Cock ging tegenover hem zitten en legde zijn hoedje naast zich op het parket. De blik van de oude rechercheur bleef op de man gericht.
‘U bent de heer Verhagen… Bob Verhagen?’
De man knikte.
‘Inderdaad.’
De Cock trok zijn gezicht in een ernstige plooi.
‘Wij condoleren u,’ sprak hij gedragen, ‘met het verlies van uw gewezen echtgenote… Sabrine Achterbroek.’
De oude rechercheur hield zijn hoofd iets schuin.
‘Ik neem aan dat u reeds van haar overlijden op de hoogte bent?’
Bob Verhagen knikte opnieuw.
‘Sarah vertelde het mij… Sarah Harreveld. Ze zei ook dat ik uw komst kon verwachten.’
De Cock veinsde onbegrip.
‘Hoezo?’
Bob Verhagen glimlachte.
‘Sarah is een impulsieve vrouw. Ze flapt er onmiddellijk alle gedachten uit die bij haar opkomen. Ze schijnt tegen u te hebben gezegd, dat volgens haar mening Sabrine werd vermoord en dat ik de dader was.’
‘En?’
‘Wat bedoelt u?’
‘Bent u de dader?’
Het magere gezicht van Bob Verhagen kleurde.
‘Een bespottelijk idee.’
De man liet zijn hoofd iets zakken.
‘Ik begrijp wel hoe Sarah tot die gedachte kwam,’ sprak hij zuchtend. ‘Sabrine is… was een verschrikkelijke vrouw. Ik dacht dat ik na de scheiding van haar grillen verlost zou zijn, maar dat pakte anders uit. Ik denk dat ik na onze scheiding nog meer heb geleden dan gedurende de tijd dat mijn huwelijk met haar nog in stand was.’
‘Hoe lang was u met haar gehuwd?’
‘Bijna elf jaar.’
‘U woonde met haar op de Prinsengracht?’
‘De laatste paar jaar. Voordien woonden wij hier op de Kromme Waal. Maar dat beviel haar niet langer.’
De Cock gleed met zijn pink over de rug van zijn neus.
7
Een koperen houdertje met uitschuifbaar een keur aan sleutelbaarden.