De Tijdpatrouille [Time Patrol - nl]
- Автор: Андерсон Пол Уильям
- Серия: Tijdpatrouille #1
- Год: 1966
- Язык: голландский
- Год: Het Spectrum
- Переводчик: P. Groen
- Жанр: Альтернативная история
Электронная книга - «De Tijdpatrouille [Time Patrol - nl]». Краткое содержание книги:
Een terloopse verwijzing trok zijn aandacht. Iets over een tragedie in Addleton en de merkwaardige inhoud van een oude Britse grafheuvel. Verder niets. Hm. Tijdreizen? Hij glimlachte in zichzelf. Maar toch…
‘Nee,’ dacht hij. ‘Dit is te gek’.
Toch zou het geen kwaad kunnen, de zaak eens na te gaan. Er werd vermeld dat de gebeurtenis in 1894 in Engeland had plaatsgevonden. Hij zou in de oude archieven van de Londense Times kunnen zoeken. Hij had toch niets anders te doen… Misschien was dat de reden waarom men hem dit saaie krantenwerk had gegeven, zodat zijn geest, nerveus door de verveling, iedere denkbare mogelijkheid volledig zou doorzoeken.
Toen de gemeentelijke bibliotheek openging, stond hij al op de stoep te wachten.
Het bericht was er, gedateerd 25 juni 1894, en op verschillende dagen erna. Addleton was een dorp in Kent, dat zich voornamelijk onderscheidde door de aanwezigheid van een kasteel uit de tijd van Jacobus, toebehorend aan lord Wynd-ham en een grafheuvel van onbekende ouderdom. De edelman, een enthousiast amateur-archeoloog, was bezig geweest hem bloot te leggen, samen met een zekere James Rotherhithe, een expert van het Brits Museum, die een familielid bleek te zijn. Lord Wyndham had een nogal teleurstellende grafkamer blootgelegd: een paar bijna geheel verroeste of weggerotte kunstvoorwerpen en wat beenderen van mensen en paarden. Tevens vond men een kist, die in een verrassend goede staat verkeerde en waarin zich stukken metaal van onbekende samenstelling bevonden, waarvan men vermoedde dat het een lood- of zilverlegering was. Hij kreeg een dodelijke ziekte en vertoonde merkwaardige symptomen van levensgevaarlijke vergiftiging; Rotherhithe die maar nauwelijks een blik in de kist had geworpen, werd niet ziek, en er waren aanwijzingen waaruit viel af te leiden dat hij de edelman één of ander gemeen Aziatisch brouwseltje had toegediend. Scotland Yard arresteerde de man, toen lord Wyndham op de vijfentwintigste overleed. Rotherhithe’s familie verzekerde zich van de diensten van een bekende detective, die door een zeer intelligente wijze van redeneren, en aan de hand van dierproeven, aantoonde dat de beklaagde onschuldig was en dat de oorzaak gezocht moest worden in een ‘dodelijke uitstraling’ van de kist. Kist en inhoud werden in het Kanaal geworpen. Gelukwensen van alle kanten. Zachte sluier over het happy end. Everard bleef stil zitten in de langwerpige, stille zaal. Het verhaal bevatte onvoldoende gegevens. Maar het stemde, op zijn zachtst gezegd, tot nadenken. Maar waarom had het Victoriaans kantoor van de Patrouille dan geen onderzoek ingesteld? Of hadden ze dat wel gedaan? Waarschijnlijk wel. Ze zouden hun resultaten natuurlijk niet overal rondvertellen. Toch kon hij beter een memorandum verzenden. Terug op zijn kamer nam hij een van de kleine capsules voor het zenden van berichten, die men hem verstrekt had, legde er een rapport in, en stelde de knoppen in op het Londens kantoor, 25 juni 1894. Toen hij de laatste knop indrukte verdween de doos; een zachte windvlaag vulde de ruimte waar deze zich had bevonden.
Enkele minuten later keerde ze terug. Everard opende de doos en haalde er een keurig getikt vel foliopapier uit — ja, de schrijfmachine was toen natuurlijk al uitgevonden. Hij las het met één snelle blik, zoals hij dat geleerd had.
‘Geachte Heer:
In antwoord op uw schrijven van 6 september 1954, verzoeken wij u vriendelijk ontvangst van deze brief te willen bevestigen en drukken wij onze bewondering voor uw ijver uit. De zaak heeft hier nog nauwelijks een aanvang genomen, en wij zijn momenteel zeer geoccupeerd met het voorkomen van een moord op Hare Majesteit, evenals met de Balkan-kwestie, de opiumhandel met China van 1890-22370, etc. Hoewel wij uiteraard de lopende zaken kunnen regelen om zich daarna met deze zaak bezig te houden, lijkt het ons beter, curiosa als het zich in twee plaatsen tegelijk bevinden, die de aandacht zouden kunnen trekken, te vermijden. Dientengevolge zouden wij het zeer op prijs stellen, wanneer u ons, vergezeld van een bevoegd Brits agent, te hulp zou kunnen komen. Tenzij anders besloten wordt, zullen wij u verwachten op 26 juni 1894, te middernacht twaalf uur op de Old Osborne Road nummer 14 b. Uw nederige en dienstwillige dienaar,’