De Cock en de ganzen van de dood
- Автор: Баантье Альберт Корнелис
- Серия: Inspector De Cock #20
- Год: 2009
- Язык: голландский
- Год: De Fontein
- ISBN: 978 90 261 2512 6
- Жанр: Другие детективы
Электронная книга - «De Cock en de ganzen van de dood». Краткое содержание книги:
Zijn stem trilde.
De kleine meid wees naar de dode Igor op de rand van het gras en het grind.
‘Die man… hij sloeg oom Ivo.’
19
De Cock had de jonge rechercheurs Vledder, Elberse en Van Brenk uitgenodigd voor een gezellig avondje bij hem thuis. Hij besefte terdege dat de gruwelijke slotscène op het landgoed Blijemeer aan de Amstel niet alle vragen had beantwoord.
Johnny Elberse en Peter van Brenk hadden onmiddellijk, de bewuste nacht reeds, te kennen gegeven dat ze wel eens wilden weten aan wat voor een affaire ze hadden meegewerkt. Het was ook de eerste keer dat ze bij een De Cock-ontknoping waren betrokken.
De grijze speurder zakte onderuit in zijn leren fauteuil. Hij voelde de spanning van de laatste dagen nog in zijn botten natrillen. Het duurde lang dit keer, en het trok maar traag weg. Hij had het ook nu weer geklaard, maar het was wel op het nippertje.
Hij keek naar de jonge mensen om zich heen en vroeg zich af hoelang hij het nog kon doen, hoelang hij lichamelijk en geestelijk nog zoveel weerbaarheid bezat om de immense spanningen van zijn verschrikkelijk beroep te kunnen doorstaan.
Zijn gedachten sprongen naar Smalle Lowietje en een glimlach van vertedering kwam op zijn breed gezicht. De tengere caféhouder had hem die morgen een fles verrukkelijke cognac van zijn eigen voorraad laten bezorgen. Er was in penozekringen blijkbaar het een en ander uitgelekt. Bij de fles was een briefje, waarop in grote hanenpoten: Proost… op de dood van Igor. Het was een wrange grap, maar de grijze speurder begreep precies wat de Smalle hem wilde zeggen. Het was een uiting van dankbaarheid, dat niet hij, maar Igor Stablinsky de dood had gevonden.
De Cock kwam uit zijn fauteuil overeind en pakte Lowietjes fles cognac Napoleon. Met zichtbaar welbehagen vulde hij daaruit diepbolle glazen en reikte die zijn gasten aan.
Mevrouw De Cock kwam uit de keuken met schalen vol lekkernijen. Ze was een culinair genie, dat kon toveren met een oven en een grill. Ze zette de schalen neer en wierp een bewonderende blik op Vledder.
‘Ik heb het hele verhaal gehoord. Je hebt mijn man het leven gered.’
De jonge rechercheur stak zijn vingertoppen omhoog en schonk haar een droevig lachje.
‘Ik geloof dat ik nooit van mijn leven meer een pistool trek. Ik heb blauwe stompjes van het tikken van rapporten en processen-verbaal… moest het schot op Igor Stablinsky beslist dodelijk zijn… waren er geen andere middelen geweest om hem buiten gevecht te stellen… was het leven van rechercheur De Cock werkelijk wel in gevaar?’ Hij schudde vertwijfeld zijn hoofd. ‘Wat denken die lui daar aan de Prinsengracht? Igor Stablinsky was de gevaarlijkste misdadiger die wij de laatste jaren hebben ontmoet. Een man toch, die verantwoordelijk is voor een reeks gruwelijke moorden. En dan, welke kansen had ik, ik moest in een fractie van een seconde beslissen.’
De Cock knikte instemmend.
‘Het was uiteraard mijn fout. Toen Penny kwam aanhollen, had ik niet om moeten kijken. Ik ben Dick dankbaar. Als hij niet had ingegrepen, dan hadden jullie nu aan mijn graf kunnen staan proosten.’ Het klonk cynisch. ‘De wandelstok van tante Isolde was nota bene tot aan het handvat met lood opgevuld.’
Peter van Brenk keek hem verwonderd aan.
‘Met lood… waarom?’
De Cock maakte een triest gebaar.
‘Dat had Willem, de oude tuinman, nog eens voor haar gedaan, omdat ze zich erover beklaagde dat ze als arme invalide vrouw in het grote en onbewaakte huis zo weinig weerbaar was.’ Hij grijnsde. ‘In werkelijkheid had ze toen al het plan uitgedacht om met die stok haar beide neven en haar nicht een voor een uit te roeien.’
Vledder reageerde verbaasd.
‘Was dat haar plan?’
De Cock knikte.
‘Ik heb vanmiddag een paar uur aan haar bed in het Wilhelmina Gasthuis met haar zitten praten. Ze was vrij rustig, bijna gelaten. Ze was ook heel openhartig. Geen enkele terughoudendheid.’
Vledder keek hem gespannen aan.
‘Weet ze dat Igor dood is?’
De Cock sloot even zijn ogen.
‘Het was voor mij een hele opgave om haar dat te vertellen. Tot mijn verbazing reageerde ze nauwelijks. Ik had zelfs het idee dat de mededeling haar opluchtte… dat haar een last ontviel.’
Mevrouw De Cock keek haar man verrast aan.
‘Het was toch haar zoon?’
De grijze speurder plukte aan zijn onderlip. ‘Maar wel een zoon die haar… om het eens deftig te zeggen… weinig vreugde bereidde.’
Er viel een kleine stilte. Een stilte die Vledder niet beviel. ‘Ik begrijp er nog geen moer van,’ sprak hij heftig. ‘Waar was Isolde op uit? En welke rol speelde Igor in het drama?’
De Cock glimlachte.
‘Je bent steeds verkeerd vertrokken. Je bent ervan uitgegaan dat de beide neven Ivo en Izaak en nicht Irmgard het op de erfenis van hun tante Isolde hadden voorzien. Alles wat er op Blijemeer gebeurde, bezag je in dat licht en je trok daardoor verkeerde conclusies. Ik moet je eerlijk zeggen, dat ik de drijfveren aanvankelijk ook niet kon vatten. Pas na het gesprek met oom Immanuel begon ik iets van de ware toedracht te begrijpen.’
Johnny Elberse boog zich iets naar voren. ‘Mag ik even opmerken,’ sprak hij met een zwaar Utrechts accent, ‘dat jullie voor Peter en mij met een soort abracadabra bezig zijn?’
De Cock knikte de jonge rechercheur vriendelijk toe. ‘Je hebt gelijk, Johnny.’ Hij pakte zijn glas en nam een slok van zijn cognac. ‘Ik zal proberen om in het kort de achtergronden te belichten. Zijn er dan nog vragen, dan hoor ik het wel.’ Hij zette zijn glas weer neer en spreidde zijn beide handen.
‘Er was eens…’ Hij stokte plotseling, lachte wrang. ‘Het is geen lieflijk sprookje,’ sprak hij hoofdschuddend. ‘Maar dat zijn sprookjes in de regel niet.’ Hij zuchtte diep.
‘Er was eens,’ begon hij opnieuw, ‘een man, genaamd Izaak van Blijendijk. Hij verschafte zich een vermogen, trouwde en kreeg vier zoons. De oudste noemde hij Ignatius, de tweede Iwert, de derde Immanuel en de vierde zoon… een nakomertje… Ilja. De oude Izaak kocht van zijn geld Blijemeer aan de Amstel omdat hij vond, dat het bij zijn naam paste en toen hij stierf liet hij het landgoed na aan zijn oudste zoon.’
Peter van Brenk glimlachte.
‘Ignatius.’
De Cock keek naar hem op.
‘Precies… en Ignatius trouwde en kreeg een dochter en noemde haar Isolde. En met deze Isolde begon alle ellende. Ze was, wat men tegenwoordig een probleemkind zou noemen. Op achttienjarige leeftijd leerde ze in Amsterdam een Poolse violist kennen. Deze romantische man, Peter Stablinsky, bekoorde haar zo, dat ze huis en haard verliet en met hem door Europa trok. Toen ze zwanger raakte, eiste ze van hem dat hij met haar trouwde. Dat gebeurde in Gdansk, waar ook het kind werd geboren: Igor Stablinsky. Omdat de kleine Igor moeilijk met zijn ouders door heel Europa kon trekken, bleef het kind voornamelijk bij de ouders van Peter Stablinsky in Gdansk. Het huwelijk liep na enige jaren op de klippen. Het werd ergens in Rusland ontbonden en Isolde reisde terug naar Blijemeer.’
Mevrouw De Cock keek op.
‘En het kind?’
‘Dat bleef bij zijn beide grootouders in Gdansk. Isolde heeft nooit enige betrokkenheid met de kleine Igor gevoeld.’
‘Hoe is het mogelijk.’
De Cock glimlachte om de opmerking van zijn vrouw.
‘Intussen was er op Blijemeer iets veranderd,’ ging hij verder. ‘De ouders van Isolde waren overleden en het landgoed was overgegaan op de tweede zoon… Iwert.’
De Cock stak waarschuwend zijn rechterwijsvinger omhoog. ‘En nu moeten jullie even goed opletten. Haar oom Iwert, die het landgoed beheerde, was niet getrouwd. Isolde zei dat ze na de dood van haar ouders aanspraak kon maken op Blijemeer. Dat was ook zo. Haar bijzonder rijke oom Immanuel arrangeerde echter dat beiden op Blijemeer bleven. Om roddels tegen te gaan, besloten Isolde en Iwert te trouwen.’