De Cock en moord in brons
- Автор: Баантье Альберт Корнелис
- Серия: Inspector De Cock #29
- Год: 1999
- Язык: голландский
- Год: De Fontein
- ISBN: 978-90-261-0310-7
- Жанр: Полицейские детективы
Электронная книга - «De Cock en moord in brons». Краткое содержание книги:
Vledder en De Cock stortten zich op de gestalte. Er volgde een worsteling. Kort. De weerstand van de man bleek niet groot. Binnen enkele tellen lag hij weerloos op de grond.
De Cock knipte zijn zaklantaarn aan en scheen de man in zijn gezicht.
Achter hem verstarde Vledder.
‘Etzel Hunnen,’ lispelde hij onthutst.
In een mineurstemmming wandelden zij terug naar de Warmoesstraat. Het was droog, maar de straten waren nog nat van de regen. Vledder schopte balorig tegen een leeg bierblikje op het trottoir.
‘Een verloren tocht,’ mopperde hij. ‘Wat heeft het ons opgeleverd? Niets.’ Hij grijnsde. ‘De oude Etzel Hunnen vindt in het heiligdom tussen de achtergelaten bezittingen van Gunther Worms een sleutel, waaraan een label is bevestigd met het adres Keizersgracht 1117. Uit nieuwsgierigheid besluit hij op dat adres eens een kijkje te nemen… mede in de verwachting dat daar mogelijk spullen liggen opgeslagen, die aan het oudheidkundig genootschap toebehoren.’ Hij blikte opzij naar De Cock. ‘Plausibel?’ De grijze speurder knikte traag.
‘Hij heeft mij de sleutel met het label laten zien.’
Vledder snoof.
‘Jij gelooft die Etzel Hunnen? Jij gelooft dat die sleutel inderdaad in het heiligdom tussen de bezittingen van Gunther Worms lag?’ De Cock maakte een berustend gebaartje.
‘Ik vind het ook wel verklaarbaar,’ sprak hij kalm. ‘Ik vermoed dat Gunther Worms de woning van Hagen de Bourgondiër wel gebruikte als opslagplaats voor antiquiteiten en uit hoofde daarvan in het bezit was van een sleutel. Zij waren compagnons en in het huis van Hagen de Bourgondiër is ruimte genoeg.’ Hij zweeg even en trok zijn schouders iets op. ‘Het enige wat wij Etzel Hunnen kunnen verwijten is, dat hij… net als wij… op het koperen naambordje aan de deur duidelijk had kunnen lezen, dat het adres op het label, Keizersgracht 1117, de woning was van Hagen de Bourgondiër. Hij had niet naar binnen mogen gaan.’ Vledder grinnikte. ‘Dat moet jij zeggen.’
‘Ik dien het recht.’
Vledder lachte honend. ‘Op een onrechtmatige manier.’ De Cock negeerde de opmerking.
‘Toch kan ik mij voorstellen dat Etzel Hunnen, als nieuwe leider van het genootschap, ondanks het lezen van het naambordje, wel naar binnen ging. Hij had van de dood van Gunther Worms gehoord en had daarna diverse malen geprobeerd om met Hagen de Bourgondiër in contact te komen. Dat lukte niet. Na de dood van Gunther Worms lijkt Hagen de Bourgondiër totaal van het toneel verdwenen.’
‘Verdacht?’
‘Min of meer.’
‘Een vlucht?’
De grijze speurder maakte een weifelend gebaartje. ‘Als het een vlucht is… dan is het wel een overhaaste vlucht.’‘Waarom?’
‘Ik heb daar in dat huis aan de Keizersgracht zoveel fraaie antieke meubelen gezien… die zijn een vermogen waard. Zo’n schat laat je niet zomaar achter… zeker niet een man, die de waarde ervan kent.’
‘Je bedoelt dat hij die, normaal gesproken, eerst te gelde had gemaakt?’
De Cock knikte.
‘Een vlucht lukt altijd beter met een bom duiten op zak.’ Vledder gniffelde.
‘Misschien vormen die meubelen wel de schat van de Nevelberg?’
Ze stapten het politiebureau aan de Warmoesstraat binnen. Zo gauw Jan Kusters De Cock in het oog kreeg riep hij hem vanachter de balie. ‘Er heeft een vrouw voor je gebeld.’ De oude rechercheur liep op hem toe. ‘Welke vrouw?’ Jan Kusters pakte een notitie.
‘Ene Hilde Brunet… ze was erg opgewonden… zenuwachtig… ze vroeg naar jou… maar jij was er natuurlijk weer eens niet.’‘Wat zei ze… wat wilde ze?’
‘Ik moest je een bericht overbrengen.’
De Cock voelde hoe een nerveuze trilling zijn lichaam schokte. ‘Wat voor een bericht?’
Jan Kusters raadpleegde opnieuw zijn notitie.
‘Hagen de Bour… eh, de Bourebondiër…’
‘Bourgondiër,’ verbeterde De Cock.
De wachtcommandant knikte instemmend.
‘…is op weg naar Adelheid van Kleef.’
19
Een intense spanning maakte zich van De Cock meester. Intuïtief voelde hij dat de ontknoping van het drama nabij was. Met een nerveuze handbeweging wendde hij zich tot Vledder. ‘Waar heb je onze wagen?’
‘Verderop in de Warmoesstraat.’
De Cock wenkte en rende in een koddige draf het bureau uit. De jonge Vledder volgde hem met een kort sprintje. ‘Waar wil je heen?’
‘Naar de Oude Waal.’
Vledder stapte in en ontgrendelde het portier voor De Cock. ‘Het huis van Adelheid van Kleef?’
De Cock knikte heftig.
‘Ik hoop dat we nog op tijd zijn.’
Vledder startte de motor en reed weg.
‘Wat verwacht je dan?’
‘Moord.’
Vledder stuurde de Volkswagen de Warmoesstraat uit en reed via de smalle St. Olofspoort naar de Prins Hendrikkade. Hij blikte opzij.
‘Hoe zal ik gaan?’
De Cock wees voor zich uit.
‘Neem straks voor de brug de Kalkmarkt. De Oude Waal heeft éénrichtingsverkeer. Misschien dat we de wagen nog kunnen blokkeren.’
Vledder keek hem niet-begrijpend aan.
‘Welke wagen?’
‘De wagen van Adelheid van Kleef.’
‘Wat is daarmee?’
De Cock wuifde de vraag weg. Hij was nog niet aan uitleg toe. Iets gebogen en met elke vezel van zijn lichaam gespannen tuurde hij door de voorruit.
Ineens zat hij overeind. Vanaf de Kalkmarkt kwam met hoge snelheid een vuurrode wagen. Met een snerpende bocht naar links reed hij aan de Volkswagen voorbij.
De grijze speurder keek de wagen na. Aan het stuur had hij in een flits het lange goudblonde haar van Adelheid van Kleef herkend.’
‘Draaien…’ schreeuwde hij wild, ‘draaien… die rode wagen achterna.’
Slippend, in een draai als een pirouette, keerde Vledder de oude politiewagen. Het chassis kreunde een protest. Brutaal en met minachting voor elk verkeersverbod zette de jonge rechercheur de achtervolging in.
Ruim honderd meter voor hen uit zagen ze de rode wagen naar rechts, de Oosterdokskade op rijden. Vledder maakte een hoofdbeweging.
‘Dat is een Mitsubishi Starion.’
De Cock knikte. ‘De wagen van Gunther Worms.’
Vledder trok zijn wenkbrauwen samen.
‘Wie rijdt daarmee?’
‘Adelheid van Kleef.’
De jonge rechercheur blikte even verbaasd opzij.
‘Adelheid van Kleef?’ herhaalde hij.
‘Ja.’
‘Hoe komt zij aan die wagen?’
‘Gestolen… achtergehouden… hoe je het noemen wilt.’ Vledder schudde zijn hoofd.
‘In de stad houden we haar misschien nog wel bij. Maar als ze naar de snelweg koerst, kunnen we het wel vergeten. Zo’n Mitsubishi Starion haalt op z’n sloffen tweehonderd kilometer per uur.’ Hij grinnikte vreugdeloos. ‘Met dit oude barrel mogen we al blij zijn dat we niet van de weg dansen.’
De Cock bukte zich en pakte de mobilofoon. Hij gaf de positie door en vroeg aan het hoofdbureau, aan de centrale post, of men aan alle surveillancewagens die in de lucht waren, wilde verzoeken om naar de vuurrode Mitsubishi Starion uit te zien. Hij wees erop dat er voor diezelfde wagen al een opsporingsbericht was uitgegaan.
Even later kwam het bericht via de mobilofoon terug. Inmiddels raasde de vuurrode Starion ver voor hen uit. De afstand werd steeds groter. Op het gezicht van Vledder kwam een verbeten trek.