Heer van Chaos
- Автор: Джордан Роберт
- Серия: Het Rad des Tijds #6
- Язык: голландский
- Переводчик: Jo Thomas
- Жанр: Фэнтези
Электронная книга - «Heer van Chaos». Краткое содержание книги:
Perijn wilde een berichtje sturen naar Danel Lewin, om te zeggen dat hij met de andere mannen van Tweewater moest volgen. Hij wilde evenmin iemand voor de Aes Sedai achterlaten. Hij weerhield er zich van Danel op te dragen Bode en de andere meisjes uit Culains Hond weg te halen, nadat zowel Rhand als Faile hem erop wezen dat ten eerste de Aes Sedai hen niet zouden laten gaan en ten tweede zij waarschijnlijk ook niet wilden. Perijn en zij hadden de herberg meermalen bezocht en zelfs Perijn moest toegeven, dat de meisjes erop gebrand leken met hun opleiding tot Aes Sedai verder te gaan. Faile zelf moest twee snelle brieven schrijven. Aan haar vader en haar moeder, zodat die zich geen zorgen zouden maken, zei ze. Rhand wist niet welke voor wie was, maar ze verschilden van toon. De eerste brief werd na het begin wel vijf of zes keer verscheurd, waarbij fronsend over elk woord werd nagedacht, de andere kwam vlot tot stand met vele glimlachjes en onderdrukt gelach. Die laatste zou wel voor haar moeder zijn, bedacht hij. Min schreef naar een vriend in De Rozenkroon, die Mahiro heette, en om de een of andere reden vertelde ze Rhand heel nadrukkelijk dat het een oude man was, al werd ze rood toen ze het zei. Zelfs Loial pakte na enige aarzeling zijn eigen pen, aangezien die van vrouwe Harfor in zijn enorme hand verloren zou raken. Na het briefje verzegeld te hebben overhandigde hij het aan vrouwe Harfor met het beschroomde verzoek het persoonlijk af te geven als de gelegenheid zich voordeed. Een duim zo dik als een flinke worst bedekte het grootste deel van de naam, in zowel gewone letters als in Ogierschrift. Doordat de Ene Kracht zijn ogen scherper maakte, kon Rhand echter de naam Erith zien. Maar Loial liet niet blijken dat hij zou willen wachten om haar zelf de brief te geven. Rhands eigen brieven waren even moeilijk als die van Faile, maar om andere redenen. Het zweet droop van zijn gezicht, waardoor de inkt uitliep, en zijn hand beefde zo erg dat hij door de inktvlekken meerdere keren opnieuw moest beginnen. Hij wist echter nauwelijks wat hij wilde zeggen. Aan Taim, een waarschuwing voor de dertien Aes Sedai en een herhaling van zijn bevel uit de buurt van de zusters te blijven. Aan Merana een heel ander soort waarschuwing en een soort uitnodiging. Zich proberen te verbergen had geen zin. Alanna kon hem tenslotte overal ter wereld voelen. Het diende echter op zijn voorwaarden te gebeuren als hij dat kon bewerkstelligen. Nadat hij ze eindelijk had verzegeld – dat er een zegel was met een groene steen waarin een draak was uitgesneden, deed hem vrouw Harfor lang aankijken, wat ze met een volkomen onschuldige blik beantwoordde – wendde Rhand zich tot Nandera. ‘Staan je twintig Speervrouwen buiten klaar?’
Nandera’s wenkbrauwen rezen omhoog. ‘Twintig? Je bericht zei dat ik het aantal mocht bepalen en dat je misschien niet terugkwam. Ik heb er vijfhonderd verzameld en zou er meer hebben gehad als ik niet ergens een streep had gezet.’
Hij knikte slechts. In zijn hoofd was het stil, afgezien van zijn eigen gedachten, maar hij kon Lews Therin voelen, binnen in de leegte, bij hem, wachtend als een gespannen spiraal. Pas nadat hij iedereen door de poort naar de kamer in Cairhien had geleid, pas nadat hij de doorgang had gesloten en zijn gevoel van Alanna was beperkt tot een vage indruk van ergens in het westen, leek Lews Therin weg te gaan. Het was alsof hij door zijn worsteling met Rhand in slaap was gevallen. Eindelijk kon Rhand saidin van zich afzetten, waardoor hij besefte hoe moe hij was van het gevecht. Loial moest hem naar zijn kamers in het Zonnepaleis dragen.
Merana zat kalm bij het venster van haar zitkamer met haar rug naar de straat en Rhand Altors brief op haar schoot. Ze kende de inhoud nu vanbuiten.
Merana, begon de brief. Niet Merana Aes Sedai, zelfs niet Merana Sedai.
Merana,
Een vriend van me heeft me een keer verteld dat in de meeste dobbelspelen het getal dertien door de spelers wordt gezien als net zo’n pech als de Ogen van de Duistere. Ik vind dertien ook een ongeluksgetal. Ik ga naar Cairhien. jullie mogen me volgen als jullie dat kunnen, met niet meer dan vijf andere zusters. Op die manier zijn jullie gelijkwaardig aan de gezanten van de Witte Toren. Ik zal heel ontstemd zijn als je er meer meeneemt. Oefen nooit meer druk op me uit. Ik heb nog maar weinig vertrouwen.