De Torens van Middernacht
- Автор: Джордан Роберт, Сандерсон Брендон
- Серия: Het Rad des Tijds #13
- Год: 2011
- Язык: голландский
- Переводчик: Lia Belt
- Жанр: Фэнтези
Электронная книга - «De Torens van Middernacht». Краткое содержание книги:
Hij gooide zijn dobbelstenen. Weer een volle zet. Olver glimlachte en verplaatste zijn spelstuk naar het midden van het bord, half in gedachten verzonken en dromend van de dag dat hij eindelijk wraak zou nemen, zoals het hoorde.
Hij zette zijn stuk over een volgende lijn heen en verstijfde. Zijn spelstuk stond op de middelste plek. ik heb gewonnen!’ riep hij uit.
Talmanes keek op, en zijn pijp zakte omlaag op zijn lip. Hij hield zijn hoofd schuin en staarde naar het spelbord, ik mag branden,’ mompelde hij. ‘We moeten verkeerd geteld hebben, of...’
‘Verkeerd geteld?’
‘Ik bedoel...’ Talmanes keek stomverbaasd. ‘Je kunt niet winnen. Dit spel is niet te winnen. Dat is gewoon onmogelijk.’ Dat was onzin. Waarom zou Olver het spel spelen als het niet te winnen was? Hij glimlachte en bekeek het spelbord. De slangen en de vossen konden binnen één worp bij hem zijn en hem laten verliezen. Maar deze keer was hij helemaal naar de buitenrand en weer terug geweest. Hij had gewonnen.
Maar goed ook. Hij was al gaan denken dat het hem nooit zou lukken!
Olver stond op om zijn benen te strekken. Talmanes kwam uit zijn stoel, hurkte bij het speelveld neer en krabde op zijn hoofd terwijl er een kringeltje rook van zijn pijp opsteeg, ik hoop dat Mart snel terug is,’ zei Olver.
‘Vast wel,’ antwoordde Talmanes. ‘Zijn taak voor Hare Majesteit zou niet meer veel langer moeten duren.’ Dat was de leugen die ze Olver hadden verteld: dat Mart, Thom en Noal weg waren op een of andere geheime taak voor de koningin. Nou, dat was ook weer een reden waarom Mart bij hem in het krijt zou staan. Eerlijk, Mart kon soms zo neerbuigend doen, alsof Olver niet op zichzelf kon passen.
Olver schudde zijn hoofd en wandelde naar de zijkant van de tent, waar Mart een stapel papieren had neergelegd die hij nog moest behandelen. Daar, tussen twee documenten uit stekend, zag Olver iets belangwekkends. Een stukje rood, als bloed. Hij stak zijn hand uit en schoof een versleten briefje tussen twee vellen papier uit. Het was verzegeld met een klodder was.
Olver fronste zijn voorhoofd en draaide de brief om en om. Hij had Mart ermee zien rondlopen. Waarom had hij hem niet opengemaakt? Dat was gewoonweg onbeschoft. Setalle had veel moeite gedaan om Olver de beleefdheidsregels uit te leggen, en hoewel het meeste van wat ze zei nergens op sloeg – hij knikte dan gewoon, zodat hij tegen haar aan mocht kruipen – wist hij zeker dat je brieven moest openmaken en die dan vriendelijk moest beantwoorden. Hij draaide de brief nog een keer om, haalde zijn schouders op en verbrak het zegel. Olver was Marts persoonlijke boodschapper, helemaal officieel. Het was geen wonder dat Mart soms dingen vergat, maar het was Olvers taak om voor hem te zorgen. Nu Lopin weg was, zou Mart extra zorg nodig hebben. Het was een van de redenen waarom Olver bij de Bond bleef. Hij wist niet wat Mart zonder hem zou moeten beginnen.
Hij vouwde het papier open en haalde er een klein, stijf kaartje uit. Hij fronste, turend naar de woorden. Hij begon vrij goed te worden in lezen, grotendeels dankzij Setalle, maar met sommige woorden had hij moeite. Hij krabde op zijn hoofd. ‘Talmanes,’ zei hij, ‘ik denk dat je dit moet lezen.’
‘Wat?’ de man keek op van het spel. ‘Hé, Olver, wat doe je? Die mocht niet worden geopend!’ De man stond op, beende naar hem toe en griste het papier uit Olvers vingers. ‘Maar...’ begon Olver.
‘Heer Mart had hem niet geopend,’ zei Talmanes. ‘Hij wist dat we dan verstrikt zouden raken in de politiek van de Witte Toren. Hij heeft al die weken gewacht! Kijk nu wat je gedaan hebt. Misschien kunnen we het er weer in stoppen...’
‘Talmanes,’ zei Olver indringend, ik geloof echt dat het belangrijk is.’
Talmanes aarzelde. Even leek hij te twijfelen, maar toen hield hij het briefje schuin zodat het licht er beter op scheen. Hij las het snel, met de houding van een jongen die iets lekkers van de kar van een venter steelt en het in zijn mond propt voordat iemand hem snapt. Talmanes vloekte binnensmonds. Hij las het briefje nog eens en vloekte luider. Hij griste zijn zwaard mee en rende naar buiten. De brief liet hij op de grond liggen.
Olver bekeek hem nog eens en sprak hardop de woorden uit die hij de eerste keer niet had begrepen.
Martrim,
Als je dit opent, dan ben ik dood. Ik had de bedoeling binnen één dag terug te keren en je te ontslaan van je belofte. Maar mijn komende taak biedt vele mogelijke complicaties, en de kans is groot dat ik het niet overleef. Ik wilde zeker weten dat ik iemand had die zou zorgen dat dit werk gebeurde.
Gelukkig is er, geloof ik, in ieder geval één ding waar ik op kan rekenen, en dat is jouw nieuwsgierigheid. Ik vermoed dat je wel een paar dagen hebt gewacht alvorens je deze brief opende. Binnen die tijd zou ik al zijn teruggekeerd als dat nog kon. Dus valt deze taak jou toe.
Er is een saidinpoort in Caemlin. Hij wordt bewaakt, is gebarricadeerd, en men denkt dat hij veilig is. Dat is niet zo. Een reusachtig leger van Schaduwgebroed verplaatst zich door de saidinwegen naar Caemlin. Ik weet niet exact wanneer ze zijn vertrokken, maar er zou nog tijd moeten zijn om ze tegen te houden. Je moet naar de koningin gaan en haar ervan overtuigen dat ze de saidinpoort moet vernietigen. Het is mogelijk; dichtmetselen is niet voldoende. Als vernietigen niet lukt, moet de koningin al haar legers naar die plek brengen om hem te bewaken.
Mocht dit misgaan, dan vrees ik dat Caemlin voor het einde van de maand al verloren is.
Groeten,