Бесплатная библиотека
Читайте книгу на сайте или телефоне
READ-E-BOOK » Фэнтези » De Torens van Middernacht
De Torens van Middernacht - Читать Любимую Русскую Полную Книгу 👉 Read-E-Book.com

De Torens van Middernacht

Электронная книга - «De Torens van Middernacht». Краткое содержание книги:

De Torens van Middernacht
1 ... 226 227 228 229 230 231 232 233 234 ... 256
Перейти на страницу:

Cadsuane stond niet op. Ze bleef zitten en dronk thee. De vier leken stomverbaasd. Nou, die jongen had beslist een theatrale kant ontwikkeld.

‘Wacht!’ sputterde Paitar eindelijk, en hij stond op. ‘Wat gaat u doen?’

Rhand draaide zich om. ik ga de zegels breken, heer Paitar. Ik ga “breken wat hij moet breken” zoals ik volgens uw eigen voorspelling moet doen. U kunt me niet tegenhouden, niet terwijl die woorden bewijzen wat ik ga doen. Ik ben al eens naar voren gestapt om te voorkomen dat Maradon zou vallen. Het was op het nippertje, Tenobia. De muren waren ingestort, uw soldaten gewond. Met hulp heb ik de stad weten te redden. Net op tijd. Uw landen hebben u nodig. En dus hebt u twee mogelijkheden. Zweer trouw aan me, of blijf hier zitten en laat alle anderen voor u vechten.’ Cadsuane nipte van haar thee. Dat ging een beetje ver. ik zal u mijn aanbod laten bespreken,’ zei Rhand. ik kan één uur wachten. Maar zou u, voor u met uw overleg begint, iemand voor mij kunnen laten roepen? Er is een man genaamd Hurin in uw leger. Ik wil hem graag mijn verontschuldigingen aanbieden.’ Ze keken nog steeds stomverbaasd. Cadsuane stond op om met de zusters te praten die buiten wachtten; ze kende enkelen van hen en moest bepalen hoe de anderen waren. Ze maakte zich niet ongerust over wat de Grenslanders zouden beslissen. Altor had hen. Nog een leger onder zijn banier. Ik had niet verwacht dat hij dit zou redden, dacht ze.

Nog één dag en dan begon het allemaal. Licht, ze hoopte dat ze er klaar voor waren.

52

Laarzen

Elayne ging in Glimmers zadel zitten. De merrie was een van de beste uit de koninklijke stallen; ze was van goede Saldeaanse afkomst, met schitterend witte manen en een witte vacht. Het zadel was kostbaar, het leer afgezet met wijnrood en goud. Het soort zadel dat je gebruikt voor een optocht.

Birgitte reed op Oproer, een grote, grijsbruine ruin, ook een van de snelste in de koninklijke stallen. De Zwaardhand had beide paarden uitgekozen. Ze verwachtte dat ze zouden moeten vluchten. Birgitte droeg een van de vossenpenningen die Elayne had nagemaakt, hoewel hij een afwijkende vorm had: een smalle zilveren schijf met een roos erop. Elayne had een andere in een doekje gewikkeld in haar zak zitten.

Ze had vanmorgen geprobeerd er nog een te maken, maar die was gesmolten en had bijna haar kast in brand gezet. Ze had er ontzettend veel moeite mee gehad, omdat ze de echte er niet bij had om te bestuderen. Haar droom, dat ze al haar lijfwachten met penningen zou kunnen bewapenen, leek steeds onhaalbaarder, behalve als ze Mart zou kunnen overhalen om haar de echte nog eens te lenen. Haar erewacht reed in rijen rondom haar en Birgitte het Koninginneplein op. Ze nam slechts honderd soldaten mee; vijfenzeventig gardisten en een binnenste ring van vijfentwintig gardevrouwen. Het waren er heel weinig, maar als het enigszins had gekund, had ze die honderd ook achtergelaten. Ze kon het zich niet veroorloven over te komen als een veroveraarster.

‘Dit bevalt me niet,’ bromde Birgitte.

‘Jou bevalt de laatste tijd helemaal niets,’ zei Elayne. ‘Echt, je wordt met de dag prikkelbaarder.’

‘Dat komt doordat jij met de dag roekelozer wordt.’

‘O, kom op. Dit is echt niet het meest roekeloze dat ik ooit heb gedaan.’

‘Alleen maar omdat je de lat voor jezelf heel hoog legt, Elayne.’

‘Het komt wel goed,’ zei Elayne, kijkend naar het zuiden. ‘Waarom blijf je toch steeds die kant op kijken?’

‘Rhand,’ antwoordde Elayne, die dat warme gevoel weer kreeg, uitstralend van de kluwen van gevoel achter in haar geest. ‘Hij bereidt zich ergens op voor. Hij is ongerust. En tegelijkertijd vredig.’ Licht, wat kon die man verwarrend zijn.

De bijeenkomst zou over één dag gehouden worden, als zijn oorspronkelijke ultimatum nog gold. Egwene had gelijk; het breken van de zegels zou dom zijn. Maar Rhand zou wel rede inzien. Alise reed naar haar toe, begeleid door drie Kinsvrouwen. Sarasia was een mollige vrouw met een grootmoederlijke uitstraling, de donkere Kema had haar zwarte haar in drie lange vlechten gedraaid, en de nuffige Nashia met haar jeugdige gezicht droeg een wijd gewaad. De vier kwamen naast Elayne rijden. Slechts twee van hen waren sterk genoeg om een Poort te maken; veel Kinne waren zwakker dan de meeste Aes Sedai. Maar dat zou voldoende zijn, mocht Elayne moeite hebben de Bron te omhelzen.

‘Kunnen jullie iets doen om te voorkomen dat boogschutters haar raken?’ vroeg Birgitte aan Alise. ‘Een of andere weving?’ Alise hield peinzend haar hoofd schuin, ik weet er wel een die zou kunnen werken,’ zei ze, ‘maar ik heb hem nog nooit geprobeerd.’ Een andere Kinsvrouw weefde verderop een Poort. Hij gaf toegang tot een stuk ruig land met bruin gras buiten Cairhien. Daar wachtte een veel groter leger, met de borstkurassen en klokvormige helmen van Cairhiense soldaten. De officiers waren gemakkelijk te herkennen aan hun donkere kleding met de kleuren van de Huizen die ze dienden.

De lange Lorstrum met zijn smalle gezicht zat te paard voor zijn leger, dat gekleed was in donkergroen met rode sjerpen; Bertome stond aan de andere kant. Hun legers leken ongeveer even groot. Vijfduizend man elk. De andere vier Huizen hadden kleinere legers verzameld.

‘Als ze de bedoeling hebben om je gevangen te nemen,’ zei Birgitte grimmig, ‘dan bied je ze hiermee de mogelijkheid.’

‘Dit kan niet op een veilige manier, behalve als ik me in mijn paleis wil verstoppen en mijn legers naar binnen wil sturen. Dat zou alleen maar leiden tot een opstand in Cairhien en een mogelijke ineenstorting van Andor.’ Ze keek haar Zwaardhand aan. ‘Ik ben nu koningin, Birgitte. Je zult me niet buiten gevaar kunnen houden, net zomin als je een enkele soldaat kunt beschermen op het slagveld.’ Birgitte knikte. ‘Blijf dicht bij mij en Guybon.’ Guybon naderde op een grote, gespikkelde ruin. Met Birgitte aan de ene kant en Guybon aan de andere – allebei op grotere paarden dan dat van Elayne – zou een sluipmoordenaar grote moeite hebben haar te pakken te krijgen zonder eerst haar vrienden te raken. En zo zou het de rest van haar leven blijven. Ze spoorde Glimmer aan, en haar groep reed door de Poort het grondgebied van de Cairhienin op. De edelen verderop bogen of maakten knicksen te paard, en die waren deze keer dieper dan toen ze bij Elayne in haar troonzaal waren. De voorstelling was begonnen.

De stad lag even verderop, de muren nog zwartgeblakerd van de branden die hadden gewoed tijdens de strijd tegen de Shaido. Elayne voelde Birgittes spanning toen de Poort achter hen verdween. De Kinne rondom Elayne omhelsden de Bron en Alise maakte een onbekende weving, die ze in de lucht rondom de binnenste kring van soldaten legde. Hij liet een klein beetje wind snel in de lucht draaien.

Birgittes onrust was aanstekelijk, en Elayne betrapte zich erop dat ze haar teugels omklemde terwijl Glimmer doorliep. De lucht was droger hier in Cairhien, met een vaag stoffige geur. De hemel was bewolkt.

De Cairhiense troepen stelden zich op rondom haar kleine groep Andoranen in het wit en rood. De meeste Cairhienin waren voetsoldaten, hoewel er ook wat zware cavalerie was: paarden gehuld in glanzende harnassen en mannen met lansen die hoog de lucht in staken. Ze liepen allemaal in volmaakte rijen om Elayne te beschermen. Of haar in te sluiten.

Lorstrum stuurde zijn voshengst dichter naar de buitenste rijen rondom Elayne. Guybon keek naar haar en ze knikte, dus liet de kapitein hem naderen.

‘De stad is zenuwachtig, Majesteit,’ zei Lorstrum. Birgitte hield nog altijd behoedzaam haar rijdier tussen dat van hem en Elayne in. ‘Er gaan... onfortuinlijke geruchten over uw troonsbestijging.’ Geruchten die jij waarschijnlijk de wereld in hebt geholpen voordat je besloot me toch maar te steunen, dacht Elayne. ‘Ze zullen toch niets proberen tegen onze soldaten?’

‘Ik hoop van niet.’ Hij bekeek haar vanonder zijn platte, bosgroene pet. Hij droeg een zwarte jas tot op zijn knieën met gekleurde strepen erover, ten teken van zijn Huis. Het was het soort kleding dat hij zou dragen naar een dansfeest. Dat straalde een gevoel van vertrouwen uit. Zijn leger wilde de stad niet innemen; het begeleidde de nieuwe koningin met een erestoet. ‘Het is onwaarschijnlijk dat er gewapend verzet zal zijn. Maar ik wilde u toch waarschuwen.’ Lorstrum knikte eerbiedig naar haar. Hij wist dat ze hem manipuleerde, maar aanvaardde dat. Ze zou hem in de komende jaren zorgvuldig in de gaten moeten houden.

1 ... 226 227 228 229 230 231 232 233 234 ... 256
Перейти на страницу:
0
Сюжет
  • 1
  • 2
  • 3
  • 4
  • 5
  • 6
  • 7
  • 8
  • 9
  • 10
0
Атмосфера
  • 1
  • 2
  • 3
  • 4
  • 5
  • 6
  • 7
  • 8
  • 9
  • 10
0
Главный герой
  • 1
  • 2
  • 3
  • 4
  • 5
  • 6
  • 7
  • 8
  • 9
  • 10
0
Общее впечатление
  • 1
  • 2
  • 3
  • 4
  • 5
  • 6
  • 7
  • 8
  • 9
  • 10
Итоговая оценка: 0.0 из 10 (голосов: 0 / История оценок)