De Cock en de stervende wandelaar
- Автор: Баантье Альберт Корнелис
- Серия: Inspector De Cock #11
- Год: 1998
- Язык: голландский
- Год: De Fontein
- ISBN: 90-261-0152-X
- Жанр: Другие детективы
Электронная книга - «De Cock en de stervende wandelaar». Краткое содержание книги:
De Cock gebaarde. 'Wat waren de grootste twistpunten?' Van Marle staarde naar het plafond, trachtte kennelijk de disputen weer in zijn herinnering te laten herleven. 'Kluffert…' zei hij nadenkend, 'Kluffert en Delszsen… zij waren de onverzoenlijkste tegenstanders.' 'In welk opzicht?'
'Delszsen verdedigde een stelling die hij het recht van zelfmoord noemde.' 'Het recht van zelfmoord?'
Van Marle glimlachte. 'Ja,het recht van zelfmoord, zo noemde Delszsen dat. Volgens hem had de mens op aarde slechts één werkelijk bezit… zijn leven. Hij kreeg dit leven bij zijn geboorte en behield het tot aan zijn dood. Wat de mens zich ook in die tijd vergaarde, slechts het leven behoorde hem werkelijk in eigendom toe. De mens, als individu, bezat dat leven als een exclusief recht, volkomen soeverein, en kon daar dus naar believen over beschikken.'
De Cock knikte. 'Dus ook vernietigen.' Van Marle zuchtte. 'Precies… het recht van zelfmoord.' De Cock glimlachte hem toe. 'U wilt,' zei hij zoet sarcastisch, 'toch niet opnieuw een zelfmoordsuggestie doen?' Van Marle schudde verontwaardigd het hoofd. 'Nee, nee,' riep hij afwerend, 'absoluut niet. Ik geloof niet dat Delszsen zelfmoord pleegde. Ik tracht slechts de diverse standpunten weer te geven, omdat ik dacht dat het uw interesse had.' De Cock maakte een verontschuldigend gebaar. 'Het heeft mijn interesse,' zei hij vriendelijk. 'Gaat u door.' Van Marle verschoof iets op zijn stoel. 'Kijk,' vervolgde hij, 'dat dispuut over zelfmoord vloeide voort uit de debatten over moord. U begrijpt dat Alex Delszsen, die leven als een onvervreemdbaar recht van elk individu beschouwde, zich ook onmogelijk kon verenigen met zoiets als de doodstraf. Hij was daarvan een vurig tegenstander en noemde elk doodvonnis eenvoudig een staatsmoord. Trouwens elk doden van een medemens, in welke vorm ook, hoe ook gemotiveerd, was voor hem een moord… en dus verwerpelijk.' De Cock keek de jonge student onderzoekend aan. 'Dat klinkt toch wel prettig. Vindt u niet?'
Van Marle knikte heftig. 'Zeker,' riep hij enthousiast, 'heel prettig. Als toekomstig medicus was ik het ook volkomen met Alex eens.' 'Wie dan niet?'
'Kluffert… zoals ik al zei… op grond van zijn geloofsovertuiging… en dan Haverman.' De Cock trok zijn wenkbrauwen op. 'Haverman?' De jonge student knikte bevestigend. 'Haverman vond dat er omstandigheden waren waaronder moord wel aanvaardbaar was.'
De Cock trok een vies gezicht. 'Moord… aanvaardbaar?' Van Marle gebaarde voor zich uit. 'Haverman studeert rechten, moet u weten. Hij kwam met het begrip noodweer.' De Cock glimlachte opgelucht. 'Noodzakelijke verdediging,' citeerde hij, 'van eigen of anders lijf, eerbaarheid of goed.' Van Marle knikte. 'Precies, zo was het. Hij bracht het geloof ik wel beroemde voorbeeld ter tafel van twee eenzame schipbreukelingen op een klein vlot midden in een onmetelijke oceaan. Het vlotje is zo nietig, dat het slechts één man kan dragen. Met beiden op het vlot zinkt het onherroepelijk. Een van de schipbreukelingen zal dus moeten loslaten en verdrinken. De vraag… wie?'
De Cock grijnsde breed. 'Wanneer de ene schipbreukeling de andere… in feite dus uit lijfsbehoud van het vlotje stoot en laat verdrinken, is hij niet strafbaar. Zijn daad is dan volkomen gerechtvaardigd.' 'Dat zei Haverman, ja.'
De Cock lachte. 'Ik ken het voorbeeld, maar ik vermoed zo, dat vriend Haverman zijn colleges in het recht slecht volgt. Dit is namelijk niet een voorbeeld van noodweer, maar van overmacht.''
Van Marle lachte mee. 'U zult wel gelijk hebben. Het verschil tussen overmacht en noodweer zegt mij als leek niet zoveel. Wetten hebben trouwens niet mijn interesse.' De Cock knikte traag. 'Dat begrijp ik. Voor een aanstaand medicus zijn ze niet zo interessant. A propos… hoe reageerde Delszsen op het voorbeeld?'
Van Marle schudde krachtig het hoofd. 'Hij wilde er niets van weten. Niemand had volgens hem het recht, onder welke omstandigheden dan ook, over het leven van zijn medemens te beschikken… ook niet op een wankel vlotje te midden van een onmetelijke oceaan. Het bleef moord… pure moord.'
De Cock keek de student onderzoekend aan. 'Wat moest er volgens Delszsen in het gegeven geval gebeuren?' De student glimlachte. 'Alex draaide de zaak om. Hij zei dat de ene schipbreukeling de ander niet mocht toestaan een moordenaar te worden. Zij dienden beiden het wankele eenmansvlotje af te wijzen en verder te zwemmen tot hun krachten het begaven. Volgens Delszsen was het beter dat beiden stierven dan dat een van hen overleefde met de schuldenlast een medemens te hebben gedood.' De Cock knikte peinzend voor zich uit. 'Dit klinkt zeer ethisch.'
Van Marle streek met de rug van zijn hand over zijn voorhoofd. 'Ja, zeer ethisch. Zo was Delszsen. Hij verdedigde zijn standpunt meesterlijk en, zoals altijd, met veel allure. Maar hij kon toch niemand tot zijn mening bekeren. Men was algemeen van oordeel dat men in zo'n geval niet van moord kon spreken en dat zijn benadering van het probleem in strijd was met de menselijke natuur.' De student pauzeerde even, grinnikte zachtjes. 'Tot Delszsens zichtbare verbazing was zelfs Shepherd het dit keer niet met hem eens.' 'Was dat zo ongewoon?'
'Jazeker. Shepherd ging nooit tegen de mening van Delszsen in.' Van Marle gnuifde. 'Wat Delszsen deed, was welgedaan. Shepherd vond gewoonlijk alles goed. Bijna slaafs. Maar hij diende die avond Alex toch goed van repliek. We stonden er verbaasd van. Hij bracht zelfs een nieuw element in het geding.'
'Een nieuw element?'
Van Marle trok rimpels in zijn voorhoofd. 'Het was nogal ingewikkeld, herinner ik mij, haast filosofisch. Shepherd vond moord in bepaalde omstandigheden niet alleen aanvaardbaar, maar in sommige gevallen zelfs niet te vermijden. Wanneer iemand zijn leven in ernstige mate door een ander zag bedreigd, zodat er in feite slechts sprake was van de keuze "hij of ik" — dan achtte hij moord zelfs geboden… een dwingende eis… ook al was de daad op zich niet in overeenstemming met het geweten van de dader. Volgens Shepherd kon de dader gebukt gaan onder de morele last van zijn daad, terwijl hij toch diezelfde daad verstandelijk volkomen aanvaardbaar achtte. Als een duidelijk voorbeeld hiervan noemde hij de romanSchuld en Boete, waarin een intelligente, zachtaardige student een oude geldschietster vermoordt.'
De Cock wreef met duim en wijsvinger in zijn ooghoeken. Het was een vermoeid gebaar. 'Moord,' zei hij loom, 'het onderwerp is schier onuitputtelijk. Overigens… ik maak u mijn compliment. U hebt een uitstekend geheugen. Bewonderenswaardig. Wat was eigenlijk uw persoonlijke standpunt?' 'Inzake moord?' 'Ja.'
Van Marle gebaarde zuchtend. 'Het leven is heilig. Niemand heeft het recht daarover te beschikken… ook het individu zelf niet. Verder was ik het in grote trekken wel met Delszsen eens.'
Een tijdlang zaten ze zwijgend tegenover elkaar… de jonge student Van Marle, de lome, wat vermoeide De Cock. Schuin achter de stoel van de student zat Vledder. Hij maakte aantekeningen. Buiten in de Warmoesstraat klonk het rumoer van een jengelende jukebox. Flarden muziek drongen vaag, vervormd tot de recherchekamer door. Soms werden ze overstemd door het schelle gegiechel van business-meiden en het lallend gezang van benevelde lieden. 'Alex Delszsen…' zei De Cock peinzend, 'een markante, haast indringende persoonlijkheid. Ik had hem graag in leven ontmoet… misschien begreep ik dan meer van zijn dood.' Hij schonk de student een matte glimlach. 'Vertel me eens… hoe was uw houding tot hem?' Van Marle tuitte zijn lippen. 'Vriendschappelijk… ja, zo kunt u het wel noemen. Hij klaagde bij mij nog wel eens zijn nood.' 'Nood?'
'Ja, Alex meende bij zichzelf al tekenen van lichamelijk verval te bespeuren.'
De Cock keek de student verwonderd aan. 'Lichamelijk verval,' herhaalde hij verbaasd. 'Delszsen was nog geen drieëndertig jaar.'