Бесплатная библиотека
Читайте книгу на сайте или телефоне
READ-E-BOOK » Фэнтези » Het Oog van de Wereld
Het Oog van de Wereld - Читать Любимую Русскую Полную Книгу 👉 Read-E-Book.com

Het Oog van de Wereld

Электронная книга - «Het Oog van de Wereld». Краткое содержание книги:

Het Oog van de Wereld
1 ... 201 202 203 204 205 206 207 208 209 ... 223
Перейти на страницу:

‘Ik moet hén meenemen en geen anderen, heer Agelmar,’ zei Moiraine zachtjes. ‘Zij zijn degenen die de slag bij het Oog van de Wereld zullen strijden.’

Agelmars mond viel open van verbazing en hij staarde Rhand, Mart en Perijn aan. Opeens deed de heer van Fal Dara een stap achteruit en zijn hand tastte onbewust naar het zwaard dat hij nooit binnen de vesting droeg. ‘Ze zijn toch niet... U bent niet van de Rode Ajah, Moiraine Sedai, maar zelfs u zult toch zeker niet...’ Opeens parelde er zweet op zijn geschoren hoofd.

‘Zij zijn ta’veren,’ zei Moiraine sussend. ‘Het Patroon weeft zich om hen heen. Al meermalen heeft de Duistere getracht ieder van hen te doden. Drie ta’veren op een en dezelfde plaats zijn genoeg om het leven rondom hen even zeker te wijzigen als een draaikolk de richting van een strootje wijzigt. Als die plaats het Oog van de Wereld is, zou het Patroon zelfs de Vader van de Leugen in het Web kunnen verweven en hem weer onschadelijk kunnen maken.’

Agelmar tastte niet langer naar zijn zwaard, maar hij keek nog steeds vol twijfels naar Rhand en de andere twee. ‘Moiraine Sedai, als u zegt dat ze ta’veren zijn, dan zijn ze het, maar ik zie het niet. Boerenjongens. Bent u er zeker van, Moiraine Sedai?’

‘Het oude bloed,’ zei Moiraine, ‘vertakt zich als een rivier die duizendmaal in duizend stromen overgaat, maar soms komen die stromen samen om weer een rivier te vormen. Het oude bloed van Manetheren stroomt sterk en puur in bijna al deze jongemannen.

Betwijfelt u de kracht van het bloed van Manetheren, heer Agelmar?’

Rhand blikte van opzij naar de Aes Sedai. Bijna allemaal. Hij waagde het Nynaeve aan te kijken; ze had zich weer omgedraaid om zowel te luisteren als te kijken, hoewel ze nog steeds vermeed naar Lan te kijken. Hij ving haar blik. Ze schudde haar hoofd; ze had niet aan de Aes Sedai verteld dat hij niet in Tweewater was geboren. Wat weet Moiraine?

‘Manetheren,’ zei Agelmar langzaam knikkend, ‘ik zou nooit twijfelen aan dat oude bloed.’ Toen sneller: ‘Het Rad brengt vreemde tijden. Boerenjongens houden de eer van Manetheren hoog in de Verwording, maar als er bloed bestaat dat de Duistere een zware slag kan toebrengen, dan is het inderdaad het bloed van Manetheren. Het zal gebeuren zoals u wenst, Moiraine Sedai.’

‘Laten we dan naar onze kamers gaan,’ zei Moiraine. ‘We moeten met zonsopgang vertrekken en de tijd verstrijkt. De jongemannen moeten in mijn buurt kunnen slapen. Er rest zo weinig tijd dat we niet kunnen toestaan dat de Duistere opnieuw naar hen uithaalt. Te weinig tijd.’

Rhand voelde haar ogen op hem rusten, voelde hoe zij naar hem en zijn vrienden keek en hun kracht afwoog. Hij huiverde. Te weinig tijd.

48

De Verwording

De wind speelde met Lans mantel, zodat hij soms in het zonlicht moeilijk te zien was. Ingtar en de honderd lansiers maakten het een indrukwekkende stoet. Zij hadden van heer Agelmar opdracht gekregen hen naar de Grens te begeleiden, voor het geval zij op een troep Trolloks stuitten. Een dubbele rij lansiers in wapenrustingen, rode vaandels en met staal beschermde paarden volgden Ingtars banier met de Grijze Uil. Ze maakten zeker evenveel indruk als honderd gardisten van de koningin, maar Rhand keek liever naar de torens die voor hen opdoemden. Hij had de hele ochtend al naar de Shienaraanse lansiers kunnen kijken.

Elke toren stond hoog en stevig op een heuvel, een halve span van de volgende. Naar het oosten en westen rezen andere torens op en daarachter nog meer. Een brede ommuurde oprit draaide als een spiraal rond iedere stenen kolom omhoog. Hij liep rond en rond tot hij uitkwam bij de zware poorten halverwege de met kantelen bezette muur. Soldaten van het garnizoen zouden bij een uitval door de muur worden beschermd tot ze beneden waren, maar vijanden die probeerden de poort te bereiken, zouden moeten klimmen onder een hagel van pijlen en stenen en overgoten worden door hete olie uit de grote ketels die waren opgesteld op de naar buiten hellende weergang. Een grote stalen spiegel, nu zorgvuldig weggedraaid van de zon, glinsterde op iedere toren onder de hoge ijzeren kom, waarin seinvuren konden worden ontstoken als de zon niet scheen. Het sein zou worden doorgeflitst naar torens verder langs de Grens en steeds verder worden doorgegeven tot aan de vestingen in het hart van het land, vanwaar de lansiers zouden uitrijden om de overvallers terug te slaan. Als het tenminste een rustige tijd was.

Op de twee meest nabije torens zagen mannen hun stoet dichterbij komen. Op elke toren tuurden er maar een paar nieuwsgierig door de schietgaten omlaag. Zelfs in veiliger tijden waren er in elke toren slechts voldoende mannen om hem te verdedigen. Men vertrouwde meer op stenen muren dan op sterke armen om te overleven. Nu echter reed iedere man die gemist kon worden, en zelfs zij die eigenlijk niet gemist konden worden, naar Tarwins Kloof. De val van de torens zou weinig verschil maken als de lansiers er niet in slaagden de Kloof te behouden.

Rhand huiverde toen ze tussen de torens door reden. Het leek of hij door een muur van koudere lucht heen reed. Dit was de Grens. Het land erachter verschilde weinig van Shienar, maar verderop, ergens achter de kale bomen, lag de Verwording.

Ingtar hief een stalen vuist om de lansiers tot staan te brengen vlak voor een stenen paal in het zicht van de torens. Deze paal gaf de grens aan tussen Shienar en wat ooit Malkier was. ‘Uw vergiffenis, Moiraine Aes Sedai. Vergiffenis, Dai Shan. Vergiffenis, Bouwer. Heer Agelmar heeft me opgedragen niet verder te rijden.’ Het klonk alsof hij het er niet mee eens was, of hij over het leven in het algemeen ontstemd was.

‘Dat is wat we afgesproken hebben, heer Agelmar en ik,’ zei Moiraine.

Ingtar gromde gemelijk. ‘Neemt u me niet kwalijk, Aes Sedai,’ verontschuldigde hij zich, al klonk het niet alsof hij het meende. ‘Door u hierheen te begeleiden komen we mogelijk pas na de veldslag in de Kloof aan. Mij is de mogelijkheid ontnomen naast de anderen te staan en tegelijkertijd werd mij opgedragen geen stap voorbij de grenspaal te zetten, alsof ik nooit eerder in de Verwording ben geweest. En mijn heer Agelmar wil me geen reden geven.’ Achter de spijlen van zijn vizier maakten zijn ogen de laatste woorden een vraag aan de Aes Sedai. Hij weigerde Rhand en de anderen aan te kijken.

Hij had vernomen dat ze met Lan de Verwording in zouden trekken.

‘Hij mag mijn plaats zo overnemen,’ mompelde Mart tegen Rhand. Lan keek hen beiden scherp aan. Mart sloeg zijn ogen neer en werd rood.

‘Ieder van ons heeft zijn eigen plaats in het Patroon, Ingtar,’ zei Moiraine vastbesloten. ‘Vanaf hier moeten wij onze eigen draad volgen.’

De buiging van Ingtar was stijver dan waar zijn harnas hem toe dwong. ‘Zoals u wenst, Aes Sedai. Ik moet u nu verlaten en hard doorrijden om Tarwins Kloof te bereiken. Daar zal mij tenminste worden... vergund de Trolloks te bevechten.’

‘Wilt u dat echt zo graag?’ vroeg Nynaeve. ‘Trolloks bevechten?’

Ingtar keek haar bevreemd aan en wierp toen een blik op Lan, alsof de zwaardhand het zou kunnen uitleggen. ‘Dat is wat ik doe, vrouwe,’ zei hij langzaam. ‘Dat is waarom ik besta.’ Hij hief een in een handschoen gehulde hand op naar Lan, de open palm naar de zwaard hand.

1 ... 201 202 203 204 205 206 207 208 209 ... 223
Перейти на страницу:
0
Сюжет
  • 1
  • 2
  • 3
  • 4
  • 5
  • 6
  • 7
  • 8
  • 9
  • 10
0
Атмосфера
  • 1
  • 2
  • 3
  • 4
  • 5
  • 6
  • 7
  • 8
  • 9
  • 10
0
Главный герой
  • 1
  • 2
  • 3
  • 4
  • 5
  • 6
  • 7
  • 8
  • 9
  • 10
0
Общее впечатление
  • 1
  • 2
  • 3
  • 4
  • 5
  • 6
  • 7
  • 8
  • 9
  • 10
Итоговая оценка: 0.0 из 10 (голосов: 0 / История оценок)