De Torens van Middernacht
- Автор: Джордан Роберт, Сандерсон Брендон
- Серия: Het Rad des Tijds #13
- Год: 2011
- Язык: голландский
- Переводчик: Lia Belt
- Жанр: Фэнтези
Электронная книга - «De Torens van Middernacht». Краткое содержание книги:
Morgase schudde haar hoofd. ‘Wat het ook was, het is nu zwak en beheersbaar. Ik heb iemand anders gevonden om mijn genegenheid aan te schenken.’ Elayne fronste haar voorhoofd.
‘Dat leg ik een andere keer wel uit,’ zei Morgase. ‘Ik weet niet eens of ik het zelf wel begrijp. Eerst moeten we besluiten hoe we met mijn terugkeer omgaan.’
‘Dat is eenvoudig,’ antwoordde Elayne. ‘We vieren het!’
‘Ja, maar...’
‘Maar niets, moeder,’ zei Elayne. ‘Je bent bij ons terug! De stad, het hele land, zal dat vieren.’ Ze aarzelde. ‘En daarna zoeken we een belangrijke functie voor je.’
‘Iets waarvoor ik uit de hoofdstad weg moet, zodat ik geen ongelukkige schaduwen werp.’
‘Maar wel een taak die belangrijk is, zodat niemand denkt dat je terzijde bent geschoven.’ Elayne trok een grimas. ‘Misschien kunnen we jou de leiding geven over het westelijke kwartier van het rijk. Ik ben niet bepaald blij met de verslagen over wat daar gaande is.’
‘Tweewater?’ vroeg Morgase. ‘En heer Perijn Aybara?’ Elayne knikte.
‘Hij is me er eentje, die Perijn,’ zei Morgase peinzend. ‘Ja, misschien zou ik me daar nuttig kunnen maken. We hebben al een soort verstandhouding.’
Elayne trok haar wenkbrauw op.
‘Hij zat achter mijn veilige terugkeer bij jou,’ vertelde Morgase. ‘Hij is een deugdzaam man met veel eergevoel. Maar ook een opstandeling, ondanks zijn goede bedoelingen. Je zult het niet gemakkelijk krijgen als je met hem in botsing komt.’
‘Dat zou ik liever voorkomen.’ Ze grimaste. De gemakkelijkste oplossing zou zijn als ze hem liet opsporen en terechtstellen, maar natuurlijk zou ze dat niet doen. Zelfs al brieste ze als ze de verslagen over hem las en wenste ze bijna dat het kon. ‘Nou, we gaan er meteen mee aan de slag.’ Morgase glimlachte. ‘Het zal je helpen te horen wat mij is overkomen. O, en Lini is veilig. Ik weet niet of je je misschien zorgen over haar hebt gemaakt.’
‘Om eerlijk te zijn niet,’ zei Elayne met een schuldbewust gezicht. ‘Het leek me altijd dat het instorten van de Drakenberg zelf Lini nog niet zou kunnen raken.’
Morgase glimlachte, en begon toen aan haar verhaal. Elayne luisterde vol ontzag en niet zo’n beetje opwinding. Haar moeder leefde nog. Het Licht zij gezegend. Zoveel dingen waren de laatste tijd fout gegaan, maar in ieder geval één ding zat goed.
Het Drievoudige Land bij nacht was vredig en stil. De meeste dieren waren actief rond zonsopgang en zonsondergang, als het niet verzengend heet of ijskoud was.
Aviendha zat met gekruiste benen op een rotspunt, uitkijkend over Rhuidean beneden op het grondgebied van de Jenn Aiel, de stam die niet is. Ooit was Rhuidean in beschermende nevelen gehuld geweest. Dat was voordat Rhand kwam. Hij had de stad gebroken op drie heel belangrijke, heel verontrustende manieren. De eerste was het eenvoudigst. Rhand had de nevelen verwijderd. De stad had zijn koepel afgelegd zoals een algai’d’siswai zijn gezicht onthulde. Ze wist niet hoe Rhand die transformatie had bewerkstelligd; ze betwijfelde of hij het zelf wel wist. Maar door de stad te onthullen, had hij die voor altijd veranderd.
De tweede manier waarop Rhand Rhuidean had gebroken, was door er water naartoe te brengen. Er lag een groot meer naast de stad en fantoomlicht van de maan, gefilterd door de wolken aan de hemel, deed het water glanzen. De mensen noemden dat meer Tsodrelle’Aman, Tranen van de Draak, hoewel het eigenlijk Tranen van de Aiel zou moeten heten. Rhand Altor had niet geweten hoeveel pijn hij zou veroorzaken met wat hij onthulde. Zo ging het bij hem. Zijn acties waren vaak zo onschuldig.
De derde manier waarop Rhand de stad had gebroken, was het meest diepgaand. Aviendha begon die manier langzamerhand te begrijpen. Nakomi’s woorden baarden haar zorgen, brachten haar van haar stuk. Ze hadden schimmen van herinneringen in haar gewekt, gebeurtenissen uit mogelijke toekomsten die Aviendha tijdens haar eerste bezoek aan Rhuidean in de ringen had gezien, maar die haar geest zich niet geheel of niet rechtstreeks kon herinneren. Ze was bang dat Rhuidean er binnenkort niet meer toe zou doen. Ooit was het doel van deze stad geweest om Wijzen en stamhoofden het geheime verleden van hun stam te tonen. Om hen voor te bereiden op de dag dat ze de Draak zouden dienen. Die dag was gekomen. Dus wie moest er dan nu nog naar Rhuidean komen? Als de Aielleiders tussen de glazen pilaren door liepen, zouden ze alleen maar worden herinnerd aan de toh die ze nu inlosten. Dit zat Aviendha dwars op manieren die haar onderhuids staken. Ze wilde die vragen niet overpeinzen. Ze wilde de gebruiken voortzetten. Maar ze kon het niet uit haar hoofd zetten. Rhand veroorzaakte zoveel problemen. Toch hield ze van hem. Ze hield van hem juist vanwége zijn onwetendheid. Daardoor kon hij leren. En ze hield van hem om zijn koppige verlangen om mensen te beschermen die niet beschermd wilden worden. En bovenal hield ze van hem om zijn verlangen om sterk te zijn. Aviendha had altijd sterk willen zijn. De speer leren. Vechten en ji verwerven. De beste zijn. Ze voelde hem nu, in de verte. Ze leken daarin zoveel op elkaar.
Haar voeten deden pijn van het rennen. Ze had ze ingewreven met het sap van een segadeplant, maar ze voelde ze nog steeds bonzen. Haar laarzen stonden naast haar op de rots, en daar lagen ook de mooie wollen kousen die Elayne haar had gegeven. Ze was moe en had dorst; vanavond zou ze vasten, nadenken en haar waterbuidel bijvullen bij het meer voordat ze morgen Rhuidean inging. Deze nacht diende ter voorbereiding.
Het leven van de Aiel veranderde. Het was een teken van kracht als je veranderingen aanvaardde wanneer die niet te vermijden vielen. Als een veste beschadigd raakte tijdens een strooptocht en je hem herbouwde, maakte je hem nooit helemaal hetzelfde. Je maakte gebruik van de gelegenheid om problemen te herstellen; de deur die kraakte in de wind, dat oneffen gedeelte van de vloer. Als je hem weer exact hetzelfde zou maken, zou dat dom zijn. Misschien zouden de gebruiken – zoals naar Rhuidean gaan, en zelfs in het Drievoudige Land zelf wonen – uiteindelijk moeten worden heronderzocht. Maar voorlopig konden de Aiel de natlanden niet verlaten. Vanwege de Laatste Slag. En dan hadden de Seanchanen nog vele Aiel gevangengenomen en Wijzen damane gemaakt; dat mochten ze niet laten voortduren. En de Witte Toren bestempelde nog steeds alle Wijzen van de Aiel die konden geleiden tot wilders. Daar zou iets aan moeten worden gedaan.
En zijzelf? Hoe meer ze erover nadacht, hoe meer ze besefte dat ze niet terug kon naar haar vroegere leven. Ze moest bij Rhand zijn. Als hij de Laatste Slag overleefde – en ze was van zins er alles aan te doen om daarvoor te zorgen – dan zou hij nog steeds een natlanderkoning zijn. En dan was Elayne er nog. Zij en Aviendha zouden zuster-echtgenotes worden, maar Elayne zou Andor nooit verlaten.
Zou ze van Rhand verwachten dat hij bij haar bleef? Zou dat betekenen dat Aviendha daar ook moest wonen?
Zo onrustbarend, zowel voor haarzelf als voor haar volk. De gebruiken moesten niet in stand worden gehouden eenvoudigweg omdat het gebruiken waren. Kracht was geen kracht als het geen doel of richting had.
Ze bekeek Rhuidean, zo’n grootse plek van steen en luister. Van de meeste steden walgde ze, met hun verdorven vuil, maar Rhuidean was anders. Koepeldaken, half voltooide monolieten en torens, zorgvuldig uitgelegde wijken met woningen. De fonteinen deden het nu, en hoewel een groot gedeelte van de stad nog altijd de littekens droeg van toen Rhand daar had gevochten, was veel ervan opgeruimd door de Aielfamilies die niet ten strijde waren getrokken. Er waren geen winkels. Geen ruzies op straat, geen moorden in de stegen. Rhuidean had dan misschien geen betekenis meer, maar het zou altijd een plek van vrede blijven.
Ik zet door, besloot ze. Ik ga tussen de glazen pilaren door. Misschien waren haar zorgen gegrond en was die tocht nu veel minder betekenisvol, maar ze was oprecht nieuwsgierig te zien wat de anderen hadden gezien. Bovendien was het belangrijk om je verleden te kennen, om zo de toekomst te kunnen begrijpen. Wijzen en stamhoofden kwamen al eeuwen naar deze plek. Ze keerden terug met kennis. Misschien zou de stad haar laten zien wat ze met haar volk aan moest, en met haar eigen hart.