De Torens van Middernacht
- Автор: Джордан Роберт, Сандерсон Брендон
- Серия: Het Rad des Tijds #13
- Год: 2011
- Язык: голландский
- Переводчик: Lia Belt
- Жанр: Фэнтези
Электронная книга - «De Torens van Middernacht». Краткое содержание книги:
‘Je kunt jezelf niet genezen,’ zei Slachter. ‘Het is wel mogelijk, maar je gewoonweg inbeelden dat je beter bent, werkt niet. Maar je schijnt er wel achter te zijn hoe je je bloed moet aanvullen, en dat is nuttig.’
Perijn rook iets. Doodsangst. Van hemzelf?
Nee. Nee, daar. Achter Slachter stond een deur naar de Witte Toren open. Binnen was het zwart. Niet alleen maar schaduw, maar zwartheid. Perijn had vaak genoeg met Springer geoefend om te herkennen wat dat was.
Een nachtmerrie.
Toen Slachter zijn mond opende om iets te zeggen, grauwde Perijn en dook met zijn hele gewicht naar voren, tegen de man aan. Zijn been krijste het uit van pijn.
Samen tuimelden ze rechtstreeks het zwart van de nachtmerrie in.
38
Verwondingen
Stralen vuur schoten door de donkere gangen van de Witte Toren en lieten rooksporen achter die dicht en stinkend opkrulden in de lucht. Mensen schreeuwden, riepen en vloekten. De muren beefden door inslagen; scherven en brokken steen ketsten af op beschermende wevingen van Lucht.
Daar. Egwene zag een plek waar twee Zwarte zusters vuur door de gangen smeten. Een van hen was Evanellein.
Egwene stuurde zichzelf naar de kamer naast die waar zij stonden; ze hoorde hen aan de andere kant van de muur. Ze opende haar handen en schoot een krachtige weving van Aarde en Vuur recht op de muur af, waardoor die naar buiten omviel.
De vrouwen in de andere kamer struikelden en vielen, en Evanellein belandde bloedend op de grond. Haar metgezel was snel genoeg om zichzelf weg te sturen.
Egwene controleerde of Evanellein dood was. Dat was zo. Ze knikte tevreden; Evanellein was een van de vrouwen geweest die ze het liefst had willen opsporen. Als ze nu ook Katerine of Alviarin maar kon vinden.
Er werd geleid. Achter haar. Egwene dook op de grond toen een vlaag van Vuur over haar hoofd schoot. Mesaana, met haar zwarte kleding wapperend om haar heen. Egwene klemde haar kiezen op elkaar en stuurde zichzelf weg. Ze durfde het niet rechtstreeks tegen die vrouw op te nemen.
Ze verscheen in een opslagruimte een stukje verderop en struikelde toen er een volgende beving door het gebouw trok. Ze wuifde met haar hand, maakte een venstertje in de deur en zag Amys langsrennen. De Wijze droeg een cadin’sor en had speren bij zich. Haar schouder bloedde en was zwartgeblakerd. Een volgende wolk van vuur raakte haar, maar ze verdween. Het vuur verhitte de lucht op de gang, smolt Egwenes venstertje en dwong haar een stap achteruit te doen.
Saerins onderzoek was goed geweest. Ondanks de openlijke strijd had Mesaana zich niet verstopt of was gevlucht, zoals Moghedien mogelijk had gedaan. Misschien was ze vol zelfvertrouwen. Misschien was ze bang; waarschijnlijk moest Egwene sterven, zodat Mesaana de Duistere een overwinning kon brengen. Egwene haalde diep adem en bereidde zich voor om terug te keren naar de gevechten. Ze aarzelde echter toen ze aan Perijns verschijnen dacht. Hij had gedaan alsof ze een Novice was. Hoe was hij zo zelfverzekerd geworden, zo sterk? Ze was niet zozeer verbaasd geweest over de dingen die hij had gedaan, maar dat hij ze had gedaan. Zijn verschijnen was een les. Egwene moest erg oppassen dat ze niet op haar wevingen vertrouwde. Bair kon niet geleiden, maar ze was even effectief als de anderen. Het scheen echter dat voor sommige dingen wevingen beter waren. De muur naar buiten blazen, bijvoorbeeld, had eenvoudiger geleken met een weving dan met haar verbeeldingskracht, aangezien het moeilijk kon zijn om haar wil op te leggen aan zo’n groot, dik oppervlak.
Ze was een Aes Sedai en ze was een Droomster. Ze moest van beide gebruikmaken. Egwene stuurde zichzelf behoedzaam terug naar de kamer waar ze Mesaana had gezien. Hij was verlaten, hoewel de muur nog aan puin lag. Van rechts klonken ontploffingen, en Egwene gluurde om de hoek. Vuurbollen schoten heen en weer en wevingen vlogen door de lucht.
Egwene stuurde zichzelf naar een plek achter een van de strijdende groepen en vormde een dikke, gebogen wand van glas om zichzelf heen als bescherming. De Toren was hier beschadigd en de muren smeulden. Egwene kreeg een gestalte in zicht, hurkend naast een berg puin, gehuld in een blauw gewaad.
Nicola? dacht Egwene boos. Hoe is zij hier gekomen? Ik dacht dat ik haar nu wel kon vertrouwen! Die domme meid moest een droom-ter’angreaal hebben gekregen van een van de anderen die wakker waren geworden.
Egwene bereidde zich voor om naar het meisje toe te springen en haar weg te sturen, maar ineens golfde de grond onder Nicola om hoog en raasde er vuur. Nicola gilde toen ze de lucht in werd gesmeten en er druppels gesmolten steen om haar heen spatten. Egwene riep haar, stuurde zichzelf erheen en stelde zich een sterke vloer van steen onder Nicola voor. Het meisje viel omlaag en belandde erop, bebloed en met niets ziende ogen. Egwene vloekte en knielde bij haar neer. Het meisje ademde niet.
‘Nee!’ riep Egwene.
‘Egwene Alveren! Kijk uit!’ Melaines stem.
Egwene draaide zich geschrokken om en liet een muur naast zich verschijnen, gemaakt van dik graniet, die meerdere vuurbollen blokkeerde die van achteren waren gekomen. Melaine verscheen naast haar, helemaal in het zwart gehuld. Zelfs haar huid was zwart. Ze had zich verstopt in de schaduwen langs de gang. ‘Het wordt hier te gevaarlijk voor je,’ zei Melaine. ‘Laat het aan ons over.’
Egwene keek omlaag. Nicola’s lijk vervaagde. Dom kind! Ze gluurde om de muur heen en zag twee Zwarte zusters – Alviarin en Ramola – rug aan rug staan en verwoestende wevingen in verschillende richtingen afvuren. Er was een kamer achter hen. Egwene kon doen wat ze al enkele keren eerder had gedaan: naar die kamer springen, de muur omverblazen en die twee raken... Dom kind, had Bair gezegd, je patroon is overduidelijk. Dat wilde Mesaana dat ze deed. Die twee Zwarte zusters waren lokvogels.
Egwene sprong de kamer in, maar ging met haar rug tegen de muur staan. Ze maakte haar hoofd leeg en wachtte gespannen af. Mesaana verscheen net zoals de vorige keer. Die wervelende zwarte stof was indrukwekkend, maar het was ook dom. Het kostte gedachtekracht om dat in stand te houden. Egwene staarde in de verbaasde ogen van de vrouw en zag de wevingen die ze had voorbereid. Die raken me niet, dacht Egwene vol vertrouwen. De Witte Toren was van haar. Mesaana en haar volgelingen waren hier binnengedrongen en hadden Nicola, Shevan en Carlinya gedood. Wevingen schoten naar voren, maar ze bogen om Egwene heen. Binnen een oogwenk droeg Egwene de kleding van een Wijze: een wit hemd, bruine rok en een omslagdoek om haar schouders. Ze stelde zich een speer in haar hand voor, een Aielspeer, en gooide die met een nauwkeurige beweging.
De speer doorboorde de wevingen van Vuur en Lucht, sloeg ze weg en raakte iets stevigs. Een muur van Lucht voor Mesaana. Egwene weigerde dat toe te staan. Die muur hoorde hier niet. Hij bestond niet.
De speer werd niet langer vertraagd en schoot naar voren, waarop hij Mesaana in haar hals raakte. De ogen van de vrouw werden groot toen ze naar achteren zakte en het bloed uit haar wond spoot. De zwarte stroken die om haar heen wervelden, verdwenen volkomen, net als het gewaad. Dus het was een weving geweest. Mesaana’s duistere gezicht veranderde in dat van...
Katerine? Egwene fronste haar voorhoofd. Was Mesaana al die tijd Katerine geweest? Maar dat was een Zwarte zuster die de Toren was ontvlucht. Ze was niet hier gebleven, en dat betekende... Nee, dacht Egwene, Ik ben in de maling genomen. Ze is een... Op dat ogenblik voelde Egwene dat er iets om haar hals dichtklikte. Iets kouds en metaligs, iets bekends en angstaanjagends. De Bron ontvluchtte haar, want ze had niet langer toestemming om hem vast te houden.
Ze draaide zich doodsbang om. Een vrouw met kinlang donker haar en donkerblauwe ogen stond voor haar. Ze zag er niet erg indrukwekkend uit, maar ze was heel sterk in de Kracht. En om haar pols had ze een armband, door een riempje verbonden aan de halsband die Egwene omhad. Een a’dam.
‘Uitstekend,’ zei Mesaana. ‘Wat zijn jullie toch opstandige kinderen.’ Ze klakte afkeurend met haar tong. Toen verplaatste ze zich ergens anders naartoe, en Egwene moest mee. Een kamer zonder vensters, die eruitzag alsof hij rechtstreeks uit steen gehouwen was. Er was niet eens een deur.