De blote zon [The Naked Sun - nl]
- Автор: Азимов Айзек
- Серия: Elijah Baley en R. Daneel Olivaw (nl) #2
- Год: 1968
- Язык: голландский
- Год: J.M. Meulenhoff
- Переводчик: B. J. Cramer-Westerhoff
- Жанр: Научная фантастика
Электронная книга - «De blote zon [The Naked Sun - nl]». Краткое содержание книги:
Baley knikte.
Gruer zei: ‘En toch was zij de enige die hem kon zien, de enige die mogelijkerwijs dicht genoeg bij hem…’ Baley zei: ‘Dat is mij duidelijk gemaakt, en hoe streng de sociale gewoonten op Solarie ook mogen zijn, dat punt is niet afdoende. Sta me toe dat ik dat uitleg.’ Gruer was weer gaan eten. ‘Natuurlijk.’
‘Een moord staat altijd op drie benen,’ zei Baley, ‘die alle drie even belangrijk zijn. Motief, middel en gelegenheid. Om een zaak tegen welke verdachte ook goed rond te krijgen moeten ze alle drie bevredigend verklaard zijn. Nu geef ik u graag toe dat mevrouw Delmarre in de gelegenheid was. Wat het motief aangaat, daar heb ik nog niets over gehoord.’
Gruer haalde zijn schouders op. ‘We zouden niet weten welk motief.’
Even dwaalden zijn ogen naar de zwijgende Daneel. ‘Goed dan. De verdachte heeft, voor zover bekend, geen motief, maar misschien is zij een pathologische moordenares. We kunnen dat even laten rusten en verder gaan. Zij is bij hem in zijn laboratorium en er is een reden waarom zij hem wil doden. Zij zwaait dreigend met een stok of een ander zwaar ding. Het duurt even voor het tot hem doordringt dat zijn vrouw hem werkelijk kwaad wil doen. In paniek schreeuwt hij: ‘Je vermoordt me,’ en dat is precies wat zij doet. Hij draait zich om om weg te rennen als de slag neerkomt en zij verbrijzelt zijn achterhoofd. Tussen twee haakjes: is het lijk door een dokter onderzocht?’
‘Ja en nee. De robots lieten een dokter komen voor mevrouw Delmarre en natuurlijk heeft hij ook even naar het dode lichaam gekeken.’
‘Daar staat niets van in het rapport.’
‘Het deed nauwelijks ter zake. De man was dood. En tegen de tijd dat de dokter naar het lijk kon kijken was het uitgekleed, gewassen en klaar om gecremeerd te worden op de normale manier.’
‘Met andere woorden, de robots hebben bewijsmateriaal vernietigd,’ zei Baley geergerd. En dan: ‘Zei u dat hij naar het lichaam gekeken heeft? Heeft hij het niet gezien?’
‘Razende ruimte,’ zei Gruer, ‘wat een idee. Hij heeft er natuurlijk naar gekeken, uit alle mogelijke hoeken en van heel dichtbij. Ik weet dat dokters er niet aan kunnen ontkomen patienten onder bepaalde omstandigheden te gaan zien,
maar ik zou geen reden weten waarom zij lijken moeten zien. Medicijnen is smerig werk, maar zelfs dokters trekken ergens een grens.’
‘Goed, het gaat me hierom. Heeft de dokter iets gezegd over de aard van de wond waardoor dr. Delmarre doodging?’
‘Ik zie waar u heen wilt. U denkt dat de wond misschien te ernstig was om door een vrouw te kunnen zijn toegebracht.’
‘Een vrouw is zwakker dan een man, meneer. En mevrouw Delmarre is een kleine vrouw.’
‘Maar zeer atletisch, rechercheur. Geef haar een wapen van het juiste soort en zwaartekracht en hefboomwerking zouden het meeste werk al doen. En afgezien daarvan, een razende vrouw is tot verbazend veel in staat.’ Baley haalde zijn schouders op. ‘U hebt het over een wapen. Waar is dat?’
Gruer ging verzitten. Hij stak zijn hand uit naar een leeg glas en een robot stapte het beeldkader in om het te vullen met een kleurloze vloeistof die er als water uitzag. Even hield Gruer het glas vast en zette het toen weer neer alsof hij van gedachte veranderd was. Hij zei: ‘Zoals ook in het rapport staat: we hebben het niet kunnen vinden.’
‘Ik weet dat dat in het rapport staat. Ik wil alleen absolute zekerheid over een paar dingen. Is er naar het wapen gezocht?’
‘Grondig.’
‘Door uzelf?’
‘Door robots, maar voortdurend onder mijn dimensionaal toezicht. We konden niets vinden dat als wapen had kunnen dienen.’
‘Dat maakt de zaak tegen mevrouw Delmarre er niet sterker op.’
‘Inderdaad,’ zei Gruer rustig. ‘Het is een van de dingen in deze zaak die we niet begrijpen. Het is ook een reden waarom we niet tegen mevrouw Delmarre zijn opgetreden. Het is ook de reden — waarom ik u zei dat de schuldige de misdaad ook niet begaan kon hebben. Misschien zou ik moeten zeggen dat zij blijkbaar de misdaad niet kan hebben begaan.’
‘Blijkbaar?’
‘Ze moet zich op de een of andere manier van het wapen ontdaan hebben. Tot dusverre zijn we niet slim genoeg geweest om het te kunnen vinden.’ Baley zei streng: ‘Bent u alle mogelijkheden nagegaan?’
‘Ik geloof van wel.’
‘Dat vraag ik me af. Eens kijken. Een menselijke schedel is verbrijzeld door een wapen dat niet op de plaats van de misdaad gevonden werd. Het enige alternatief is dat het is weggebracht. Dat kan niet door Rikaine Delmarre gedaan zijn. Hij was dood. Zou Gladia Delmarre het hebben kunnen doen?’
‘Dat moet wel haast,’ zei Gruer.
‘Hoe dan? Toen de robots kwamen lag zij bewusteloos op de vloer. Of misschien heeft zij bewusteloosheid gesimuleerd, maar hoe dan ook, zij was daar. Hoeveel tijd is er verstreken tussen de moord en de komst van de eerste robot?’
‘Dat hangt ervan af op welk moment de moord precies heeft plaats gevonden en dat weten we niet,’ zei Gruer ongemakkelijk.
‘Ik heb het rapport gelezen, meneer. Er was een robot die rumoer hoorde en een kreet die hij herkende als van dr. Delmarre. Hij was kennelijk het dichtste bij. Het seintje kwam vijf minuten later. Het zou de robot wel minder dan een minuut gekost hebben om er te komen.’ (Baley herinnerde zich zijn eigen ervaringen met de bliksemsnelle verschijning van opgeroepen robots). ‘Hoe ver zou mevrouw Delmarre het wapen in vijf, zeg tien, minuten weggebracht kunnen hebben om dan nog op tijd terug te zijn voor het simuleren van bewusteloosheid?’
‘Zij zou het vernietigd kunnen hebben in de afvalkoker.’
‘De afvalkoker is onderzocht, volgens het rapport, en het residu aan gammastralenactiviteit was tamelijk laag. De laatste vierentwintig uur was er niets omvangrijks in vernietigd.’
‘Dat weet ik,’ zei Gruer. ‘Ik noem het alleen maar als voorbeeld van wat er zou kunnen zijn gebeurd.’
‘Goed,’ zei Baley, ‘maar er is misschien een hele simpele verklaring voor. ik neem aan dat de robots van de Delmarre huishouding gecontroleerd zijn en dat daar niets bij ontdekt is.’
‘Oh ja.’
‘En allemaal redelijk goed functionerend?’
‘Ja.’
‘Zou een van hen het wapen weggehaald kunnen hebben, misschien zonder te weten dat het een wapen was?’
‘Niemand had iets van de plaats van de misdaad weggehaald. Of zelfs maar aangeraakt.’
‘Dat is niet waar. Ze hebben in elk geval het lijk weggehaald en klaar gemaakt voor de crematie.’
‘Nou ja, natuurlijk, maar dat telt nauwelijks mee. Dat viel te verwachten.’
‘Jehoshaphat!’ mopperde Baley. Hij moest zich bedwingen om kalm te blijven.
Hij zei : ‘Veronderstel nu eens dat er nog iemand ter plaatse was.’
‘Onmogelijk,’ zei Gruer. ‘Hoe zou iemand ooit persoonlijk bij dr. Delmarre in de buurt kunnen komen?’
‘Veronderstel!’ schreeuwde Baley. ‘Geen van de robots heeft er ook maar aan gedacht dat er een indringer zou kunnen zijn. Ik neem aan dat niemand de onmiddellijke omgeving van het huis heeft afgezocht. Daar staat tenminste niets over in het verslag.
‘Er werd niet gezocht tot we naar het wapen uit gingen kijken, maar dat was veel later.’
‘Ook niet gekeken naar sporen van een grond- of luchtvoertuig op het terrein?’
‘Nee.’
‘Als dus iemand de stoute schoenen had aangetrokken om zich in te dringen in dr. Delmarre’s persoonlijke aanwezigheid, zoals u het noemt, zou hij hem kunnen doden en weer op zijn gemak weglopen. Niemand zou hem hebben tegengehouden of hem zelfs maar hebben gezien. Daarna zou hij erop kunnen vertrouwen dat iedereen er zeker van was dat niemand er geweest kon zijn.’
‘En niemand heeft er kunnen zijn,’ zei Gruer beslist. Baley zei: ‘En dan nog iets. Nog een ding. Er was een robot bij betrokken. Er was een robot toen het gebeurde.’ Daneel kwam voor het eerst tussenbeide. ‘De robot was er niet toen het gebeurde. Als hij er geweest was had de misdaad niet plaats kunnen vinden.’