De Cock en de stervende wandelaar
- Автор: Баантье Альберт Корнелис
- Серия: Inspector De Cock #11
- Год: 1998
- Язык: голландский
- Год: De Fontein
- ISBN: 90-261-0152-X
- Жанр: Другие детективы
Электронная книга - «De Cock en de stervende wandelaar». Краткое содержание книги:
De oude haalde zijn schouders op. 'Kennen… ik heb wel eens een paar maal met haar gesproken, kort, vluchtig, wanneer ze naar Alex vroeg. Ze was pinnig, fel. Beslist geen katje om zonder handschoenen aan te pakken.' De Cock keek de oude scherp aan. 'Zou zij…?' 'U bedoelt… de jongeheer Delszsen…?' 'Ja.'
De oude Zorghdrager klemde zijn lippen op elkaar. Zijn tanig gezicht kreeg plotseling een vastberaden, haast verbeten uitdrukking. 'Ik wil niemand beschuldigen,' riep hij ferm, 'maar als zij heeft geweten dat Alex voorgoed met haar wilde breken, dan…' 'Wilde Alex dat?'
De oude knikte. 'Hij zou het haar die dag zeggen. Hij wilde van haar af. Ziet u, hij had ernstige plannen met juffrouw Kluffert. Hij had het al meer geprobeerd.' 'Wat?'
'Om van die Ella Rosseling af te komen. Maar hij durfde niet goed. Ze is een serpent, meneer.' Er kwam vuur in de ogen van de oude Zorghdrager. 'Als iemand Alex Delszsen heeft vergiftigd, dan is zij het. Ze is… ze is tot alles in staat.' De Cock keek hem onderzoekend aan. 'Ook tot moord?' De oude blikte onbevangen terug. 'Ook tot moord.'
12
Vledder keek op van zijn aantekeningen. 'Zou Ella Rosseling hem hebben vermoord? Het is niet ondenkbaar dat ze wist of vermoedde dat Alex Delszsen van haar af wilde.' De Cock liet zich in zijn stoel zakken, legde zijn benen voor hem op het bureau. 'Eencrime passionnel,' zei hij, 'de verstoten geliefde.'
Vledder trok een verongelijkt gezicht. 'Is dat zo gek?' De Cock schudde het hoofd. 'Buiten het motief… Ella Rosseling was ook praktisch in de gelegenheid Alex Delszsen vergif toe te dienen. We mogen wel aannemen dat ze alleen in de keuken was toen zij de koffie met rijkelijk suiker…' Hij maakte zijn zin niet af, tilde verwonderend kwiek zijn benen van het bureau en stond op. In zijn zo typische slenterpas beende hij naar de kapstok, zette zijn oude hoedje achter op het hoofd en liep naar de deur. Vledder keek hem verbaasd na. 'Waar ga je heen?' 'Op bezoek bij de vrouw voor wie Ella Rosseling moest wijken.'
Een ogenblik was Vledder besluiteloos. Toen smeet hij zijn aantekeningen in zijn la en rende hem na.
De Cock boog ouderwets hoffelijk, een glimlach op het gezicht, zijn vilten hoedje in de hand. Hij had nog iets van een ridder… een ridder in colbert. Misschien wat bedaagd, belegen, maar nog altijd vol allure. 'Mijn naam is De Cock… De Cock met ceeooceekaa. En dat is mijn vriend en collega Vledder. Wij zijn… om u te dienen… rechercheurs van politie.' Hij boog opnieuw. 'Rechercheurs?'
'Inderdaad… zo is het. U bent alleen thuis?' 'Ja…'
De Cock glimlachte innemend. 'Mooi, dat treft dan. Ziet u, ons bezoek heeft een strikt vertrouwelijk karakter. Wij willen u niet in moeilijkheden brengen… althans niet meer dan nodig.'
Ze keek wat verward, argwanend naar de beide mannen op de stoep. De Cock bekeek haar aandachtig. Zijn blik gleed langs een paar lange sterke benen omhoog naar een bruinieren minirok, een strakke wollen trui en een ovaal gezicht in een omlijsting van lang, steil asblond haar. Ze was mooi, vond hij, mooi op een haast klassieke manier. Koel, hautain, ongenaakbaar.
'U… eh, u bent toch juffrouw Kluffert?' 'Ja, dat ben ik. Wat wilt u?' Het klonk wrevelig, verstrooid. 'Ik heb weinig tijd. U komt ongelegen. Ik was juist van plan uit te gaan.'
De Cock schonk haar zijn liefste glimlach. 'Wij willen alleen maar even met u praten,' zei hij vriendelijk. 'Het hoeft niet lang te duren. Wij zijn bezig met een onderzoek naar de vrij plotselinge dood van Alex Delszsen en… eh,' hij lette scherp op haar reactie, 'we hebben gegronde redenen om aan te nemen dat u de heer Delszsen goed hebt gekend.' De woorden van De Cock schokten haar. Zonder twijfel. Het was duidelijk aan haar te zien. Ze deed ook geen enkele moeite het te verbergen of te onderdrukken. Ze bracht de rug van haar hand naar de mond en beet. Een onmiskenbaar gebaar van schrik. 'U wist toch van zijn dood?' Ze knikte nauwelijks merkbaar.
De Cock keek om zich heen. 'Dit,' zei hij nadrukkelijk, 'is geen onderwerp voor een conversatie op de stoep. Vindt u wel?' Ze leek uit een verdoving, te ontwaken. 'Oh… eh, neemt u mij niet kwalijk.' Ze deed de deur wat verder open en liet de beide rechercheurs binnen. 'Ik was even in de war,' zei ze verontschuldigend. 'Ziet u, ik wist niet dat iemand het wist. Van Alex en mij, bedoel ik.' Vanuit een ruime hal ging ze De Cock en Vledder voor de trap op en leidde hen naar een groot rechthoekig slaapvertrek. Het zag er ordelijk uit. Er slingerden geen kledingstukken en het bed was opgemaakt. Groen diffuus licht viel door de kieren van de luxaflex.
Ze wees naar een zitje in de hoek. 'Neemt u plaats.'
Vledder ging zitten. De Cock bekeek wat sceptisch de smalle fauteuiltjes en overwoog dat ze te klein waren voor zijn omvang. Hij negeerde haar aanbod en ging op de rand van het bed zitten. 'Hoe wist u van zijn dood?'
Ze antwoordde niet, liep naar een spiegel aan de wand en schikte iets aan haar haren. De kleine inspectie van haar spiegelbeeld scheen haar zelfvertrouwen te sterken. Ze schreed naar een van de fauteuiltjes en nam rustig plaats.
Haar aanvankelijke schrik leek voorbij. Haar bewegingen waren kalm, overwogen, haast methodisch.
'Hoe wist u van zijn dood?' herhaalde De Cock. Ze verschoof haar fauteuiltje iets naar achteren, sloeg haar slanke benen over elkaar en schudde haar haren los. Het was een pose, waarbij ze haar hoofd met schokjes bewoog en de welving van haar buste wat dieper in de wol van haar truitje drukte. 'Ik heb de verslagen over de moord in de kranten gelezen.' Haar stem klonk zacht, droevig. De Cock knikte begrijpend. 'Het moet voor u een hele schok zijn geweest.'
Ze schudde langzaam het hoofd. 'Het was geen schok meer. Het verbaasde mij niet eens. Ik was er volkomen op voorbereid.'
'Op voorbereid?'
Ze knikte met een ernstig gezicht. 'Ik wist het eigenlijk al. Ik wist het al voordat het in de krant stond.' De Cock keek haar fronsend aan. 'U wist het al vóórdat het in de krant stond?' vroeg hij verbaasd. Ze schonk hem een matte glimlach. 'Het is moeilijk uit te leggen. U zult het niet begrijpen.' 'Probeer het.'
Ze zuchtte diep. 'Ik had die dag een afspraak met hem.' 'De dag van zijn dood?'
'Ja. We zouden samen naar de schouwburg. We hadden dat al weken van tevoren afgesproken. Alex zou voor de kaartjes zorgen en ik zou hem ontmoeten om acht uur op het Damrak bij de Dam. Daar spraken we altijd af. Alex liet nooit op zich wachten. Nooit. Hij was altijd precies op tijd. Dat scheelde nooit een minuut.' Ze aarzelde even. 'Toen Alex die avond om acht uur niet verscheen, begreep ik dat er iets met hem was gebeurd.' Ze maakte een loom gebaar. 'Ik wist toen dat het geen zin had… dat ik niet langer behoefde te wachten. Alex zou niet komen… nooit meer. Toch ben ik op de hoek van de Dam blijven staan. Vreemd, doelloos. Eerst om tien uur ben ik naar huis gegaan.' Ze keek naar de rechercheurs op. 'De volgende morgen las ik in de krant dat Alex was gestorven… in een smerig politiebureau… vermoord.' Het klonk als een beschuldiging. De Cock ging eraan voorbij. 'Toen Alex Delszsen die bewuste avond niet verscheen… waarom bent u toen niet naar het dispuut gegaan om te informeren wat er aan de hand was?' Hij aarzelde even voor het effect. 'Of… eh, of liet uw relatie met de heer Delszsen dit niet toe. Ik bedoel, was de verhouding daarvoor niet intiem genoeg?' Er vonkte iets in haar ogen. 'Mijn relatie… zoals u dat noemt… met de heer Delszsen liet alles toe.' Ze sprak bits, scherp, met een bittere ondertoon. 'Alles, hoort u, alles. Alex en ik… we hielden van elkaar, begrijpt u, en dan zijn er geen taboes.'
De Cock wreef met zijn hand door zijn stugge haar. 'Een vreemd woord… taboes.'
Er vloog een blos over haar wangen. 'Kent u het niet?' riep ze fel.