Бесплатная библиотека
Читайте книгу на сайте или телефоне
READ-E-BOOK » Фэнтези » De Torens van Middernacht
De Torens van Middernacht - Читать Любимую Русскую Полную Книгу 👉 Read-E-Book.com

De Torens van Middernacht

Электронная книга - «De Torens van Middernacht». Краткое содержание книги:

De Torens van Middernacht
1 ... 132 133 134 135 136 137 138 139 140 ... 256
Перейти на страницу:

‘Heer Ituralde,’ zei Antail, ‘ik heb een weving die u niet beter zal maken, maar hij zal u wel het gevoel geven dat u gezond bent. Het zou schadelijk voor u kunnen zijn. Wilt u dat ik hem gebruik?’

‘Ik...’ zei Ituralde. Het woord kwam mompelend naar buiten. ‘Het...’

‘Bloed en bloedas,’ prevelde Antail. Hij boog zich naar Ituralde toe. Een volgende weving van Kracht stroomde door hem heen. Het was net een bezem die door zijn lichaam trok en alle vermoeidheid en verwarring wegveegde, zijn zintuigen herstelde en hem het gevoel gaf dat hij een nacht heerlijk had geslapen. Zijn rechteroog deed geen pijn meer.

Er bleef iets achter, diep vanbinnen, een uitputting in zijn botten. Dat kon hij negeren. Hij ging zitten, ademde in en uit en keek Antail aan. ‘Dat is nog eens een nuttige weving, jongen. Je had moeten zeggen dat je dit kon!’

‘Het is gevaarlijk,’ herhaalde Antail. ‘Gevaarlijker dan de vrouwelijke versie, heb ik gehoord. In bepaalde opzichten effectiever. U krijgt nu alertheid, in ruil voor diepere uitputting op een later tijdstip.’

‘Op een later tijdstip zitten we niet midden in een stad die ten prooi valt aan de Trolloks. Als het Licht het wil, althans. Deeper?’

‘Ik heb hem eerst verzorgd,’ zei Antail, gebarend naar de Asha’man die op een brits vlakbij lag, zijn kleding geschroeid en zijn gezicht besmeurd met bloed. Zijn rechterbeen eindigde in een genezen stomp en hij ademde nog, maar hij was bewusteloos. ‘Connel!’ riep Ituralde.

‘Heer,’ zei de soldaat, die naar voren stapte. Hij had een groep soldaten gevonden om als lijfwachten op te treden. ‘We gaan die puinhoop bekijken,’ zei Ituralde. Hij rende de ziekentent uit naar het Cordamorapaleis. Het was een chaos in de stad, en overal draafden groepen Saldeanen en Domani rond. Connel, met een vooruitziende blik, stuurde een boodschapper op zoek naar Yoeli.

Het paleis stond vlakbij, net voor de poort aan de voorzijde. De muur ervan was beschadigd geraakt in de ontploffing, maar het gebouw zag er nog stevig uit. Ituralde had het als bevelspositie gebruikt. De mannen zouden hem daar verwachten aan te treffen. Ze renden naar binnen. Connel droeg Ituraldes zwaard; de riem was gebroken. Ze gingen naar de derde verdieping en haastten zich toen een balkon op met uitzicht over het gedeelte dat was beschadigd door de ontploffing.

Zoals Ituralde al had gevreesd, was de stad verloren. Het gebroken deel van de muur werd verdedigd door een haastig verzamelde groep soldaten. Een steeds groter getijde van Trolloks smeet vlotten op de gracht, en sommige daarvan kwamen al naar voren, gevolgd door Schimmen. Mannen renden verward door de straten. Als hij meer tijd had gehad om zich voor te bereiden, had hij stand kunnen houden, zoals hij tegen Deeper had gezegd. Nu niet meer. Licht, maar deze verdediging is de ene ramp na de andere geweest, dacht hij.

‘Verzamel de Asha’man,’ beval Ituralde, ‘en alle officiers die je kunt vinden. We laten de mannen zich terugtrekken door Poorten.’

‘Ja, heer,’ antwoordde Connel.

‘Ituralde, nee!’ Yoeli kwam het balkon op rennen, zijn uniform vuil en gescheurd.

‘Je leeft nog,’ zei Ituralde opgelucht. ‘Uitstekend. Man, je stad is verloren. Het spijt me. Neem je mannen mee, dan kunnen we...’

‘Kijk!’ zei Yoeli, die Ituralde meetrok naar de zijkant van het balkon en naar het oosten wees. In de verte rees een dikke zuil van rook op. Een dorp dat de Trolloks in brand hadden gestoken? ‘Het waakvuur,’ vervolgde Yoeli. ‘Mijn zus ziet hulp aankomen! We moeten standhouden tot ze hier zijn.’

Ituralde aarzelde. ‘Yoeli,’ zei hij zacht, ‘als er een leger aankomt, dan kan het nooit groot genoeg zijn om die horde Trolloks tegen te houden. Aangenomen dat het geen list is. Het Schaduwgebroed heeft al eerder bewezen sluw te zijn.’

‘Geef ons een paar uur,’ zei Yoeli. ‘Help me de stad te verdedigen en stuur verkenners door die Poorten van je om te kijken of er echt een leger aankomt.’

‘Een paar uur?’ vroeg Ituralde. ‘Met een gat in de muur? We worden onder de voet gelopen, Yoeli.’

‘Alsjeblieft,’ smeekte Yoeli. ‘Ben jij niet zo iemand die ze een Grote Kapitein noemen? Laat me zien wat die titel betekent, Rodel Ituralde.’

Ituralde draaide zich weer om naar de gebroken muur. Achter hem, in de bovenste kamer van het paleis, hoorde hij zijn officiers aankomen. De mannen bij de muur begonnen te verzwakken. Het kon nu niet lang meer duren. Laat me zien wat dat betekent. Misschien...

‘Tymoth, ben je hier?’ brulde Ituralde.

Een roodharige man in een zwarte jas stapte het balkon op. Hij had het bevel over de Asha’man nu Deeper uitgeschakeld was. ‘Hier, heer Ituralde.’

‘Verzamel je mannen,’ zei Ituralde snel. ‘Neem het bevel bij die opening over en laat de soldaten daar zich terugtrekken. Ik wil dat de Asha’man de bres verdedigen. Ik heb een half uur nodig. Ik wil dat je al je kracht – alles wat jullie hebben – aanwendt tegen die Trolloks. Hoor je me? Alles wat je hebt. Als je hierna nog genoeg kunt geleiden om een kaars aan te steken, doe ik je wat.’

‘Commandant,’ zei de Asha’man. ‘Onze aftocht?’

‘Laat Antail in de ziekentent achter,’ zei Ituralde. ‘Hij kan een Poort maken die groot genoeg is zodat de Asha’man kunnen vluchten. Maar alle anderen beschermen die bres!’

Tymoth rende weg. ‘Yoeli,’ zei Ituralde, ‘het is jouw taak om je soldaten te verzamelen en te zorgen dat ze ophouden door de stad te rennen alsof...’ Hij zweeg. Hij had op het punt gestaan te zeggen: ‘alsof Tarmon Gai’don is aangebroken.’ Het Licht verzenge me! ‘... alsof niemand het bevel voert. Als we dan toch proberen stand te houden, dan moeten we dat georganiseerd en ordelijk aanpakken. Ik wil over tien minuten vier groepen cavalerie op het plein opgesteld zien. Geef de bevelen.’

‘Ja, heer,’ zei Yoeli, die meteen wilde wegrennen. ‘O,’ zei Ituralde, en hij draaide zich om. ‘En ik heb een paar karrenvrachten brandhout nodig, zoveel vaten olie als je kunt vinden, en alle gewonden van beide legers die nog kunnen rennen maar die verwondingen in het gezicht of aan de armen hebben. En haal iedereen in de stad op die ooit een boog heeft vastgehouden. Lopen!’

Bijna een uur later stond Ituralde met zijn handen op zijn rug te wachten. Hij was van het balkon afgegaan en keek nu uit het raam, zodat hij zich niet aan te veel gevaar blootstelde. Maar hij had nog een goed uitzicht op de gevechten.

Buiten begon de rij Asha’man nu pas te verzwakken. Ze hadden hem bijna een uur tijd opgeleverd, door golf na golf van Trolloks achteruit te smijten in een ontzagwekkend vertoon van Kracht. Gelukkig waren de vijandelijke geleiders niet verschenen. Hopelijk waren ze nog uitgeput van het veroorzaken van de eerdere ontploffing. I let leek wel avond met die bedrukkende wolken boven hen en de krioelende donkere gestalten op de heuvels buiten de stad. De Trolloks kwamen gelukkig niet met ladders of aanvalstorens. Alleen maar de ene na de andere golf monsters die de bres bestookte, opgezweept door de Myrddraal.

Er strompelden al een paar mannen met zwarte jassen uitgeput weg bij de bres. De laatste veroorzaakte nog een uitbarsting van Vuur en barstende Aarde, en toen liep hij achter zijn kameraden aan. Ze lieten de bres volkomen open en onverdedigd achter, zoals bevolen. Kom op, dacht Ituralde terwijl de rook optrok. De Trolloks tuurden door de rook en klommen over de karkassen van de monsters die de Asha’man hadden gedood. Het Schaduwgebroed liep op hoeven of dikke poten. Sommige snuffelden zichtbaar. De straten rondom de bres waren gevuld met zorgvuldig geplaatste mannen, bebloed en gewond. Ze begonnen te schreeuwen zodra de Trolloks binnenkwamen en renden weg zoals hun was opgedragen. Niets van hun angst was waarschijnlijk gespeeld. Het tafereel zag er nog verschrikkelijker uit nu vele gebouwen eromheen smeulden. De daken stonden in brand en er kringelden rookslierten uit de vensters. De Trolloks konden niet weten dat de leiendaken onbrandbaar waren, en dat de gebouwen hier volgens wettelijke voorschriften niet te veel hout mochten bevatten.

1 ... 132 133 134 135 136 137 138 139 140 ... 256
Перейти на страницу:
0
Сюжет
  • 1
  • 2
  • 3
  • 4
  • 5
  • 6
  • 7
  • 8
  • 9
  • 10
0
Атмосфера
  • 1
  • 2
  • 3
  • 4
  • 5
  • 6
  • 7
  • 8
  • 9
  • 10
0
Главный герой
  • 1
  • 2
  • 3
  • 4
  • 5
  • 6
  • 7
  • 8
  • 9
  • 10
0
Общее впечатление
  • 1
  • 2
  • 3
  • 4
  • 5
  • 6
  • 7
  • 8
  • 9
  • 10
Итоговая оценка: 0.0 из 10 (голосов: 0 / История оценок)