Бесплатная библиотека
Читайте книгу на сайте или телефоне
READ-E-BOOK » Фэнтези » De Torens van Middernacht
De Torens van Middernacht - Читать Любимую Русскую Полную Книгу 👉 Read-E-Book.com

De Torens van Middernacht

Электронная книга - «De Torens van Middernacht». Краткое содержание книги:

De Torens van Middernacht
1 ... 116 117 118 119 120 121 122 123 124 ... 256
Перейти на страницу:

‘Springer!’ zei Perijn, en hij stapte naar voren. ‘Hoe wist je dat? Waar ze heen gingen? Hadden ze je dat verteld?’ Nee. Maar ik kan volgen.

‘Hoe dan?’ vroeg Perijn.

Het is iets wat ik altijd heb gekund, zei Springer. Net als lopen. Of springen.

‘Ja, maar hóé?’

De wolf rook verward. Het is een geur, antwoordde hij uiteindelijk, hoewel het eigenlijk veel ingewikkelder was dan ‘geur’. Het was een gevoel, een indruk en een geur in één.

‘Ga ergens naartoe,’ zei Perijn. ‘Ik wil proberen je te volgen.’ Springer verdween. Perijn liep naar de plek waar de wolf had gestaan.

Ruik het, zei Springer vanuit de verte. Hij was dichtbij genoeg om gedachten door te sturen. In een reflex tastte Perijn rond met zijn geest. Hij trof tientallen wolven aan. Eigenlijk stond hij versteld van hoeveel er waren op de hellingen van de Drakenberg. Perijn had er nog nooit zoveel bij elkaar gevoeld. Waarom waren ze daar? En zag de hemel er stormachtiger uit op deze plek dan in andere gedeelten van de wolfsdroom?

Hij voelde Springer niet; de wolf had zich op een of andere manier afgesloten, waardoor Perijn niet kon bepalen waar hij was. Perijn ging zitten. Ruik het, had Springer gezegd. Ruiken? Hoe? Perijn sloot zijn ogen en liet zijn neus de geuren beproeven die naar hem toe werden gedragen. Dennennaalden en hars, veren en bladeren, lederblad en dollekervel.

En... nog iets anders. Ja, hij rook inderdaad iets. Een verre, achtergebleven geur die er niet scheen te horen. Veel geuren leken op elkaar: hetzelfde vruchtbare gevoel van de natuur, dezelfde bomenrijkdom. Maar die waren vermengd met de geuren van mos en natte stenen. De lucht was anders. Stuifmeel en bloemen. Perijn kneep zijn ogen stijf dicht en ademde diep in, om in gedachten een beeld op te bouwen uit die geuren. Het leek wel wat op de manier waarop de gedachten die wolven naar hem toestuurden werden omgezet in woorden.

Daar, dacht hij. Weer dat verschuivende gevoel. Hij opende zijn ogen. Hij zat op een stenen rotspunt te midden van dennenbomen; op de helling van de Drakenberg, enkele uren lopen van de plek waar hij vandaan was gekomen. De rotspunt was begroeid met korstmos en stak boven de bomen uit die zich eronder uitspreidden. Er groeide hier een veldje violetkleurige lenteadem, waar het zonlicht de bloemen kon bereiken. Het was fijn om bloemen te zien die niet verwelkt of stervende waren, al was het maar in de wolfsdroom.

Kom, zei Springer in zijn gedachten. Volg.

En hij was weg.

Perijn sloot zijn ogen en ademde in. Nu ging het gemakkelijker. Eiken en gras, modder en vocht. Het leek wel alsof elke plek zijn geheel eigen geur had.

Hij verplaatste zich weer en opende zijn ogen. Hij zat ineengedoken op een wei vlak bij de Jehannaweg. Hier was het roedel van Eikendanser eerder naartoe gegaan, en Springer liep over de wei en rook nieuwsgierig. Het roedel was verder getrokken, maar ze waren nog steeds in de buurt.

‘Kan ik dat altijd?’ vroeg Perijn aan Springer. ‘Ruiken waar een wolf naartoe is gegaan in de droom?’

Iedereen kan het, zei Springer. Als hij kan ruiken zoals een wolf ruikt.

Hij grijnsde.

Perijn knikte peinzend.

Springer draafde over de wei naar hem toe. We moeten oefenen, Jonge Stier. Je bent nog steeds een welp met korte poten en zachte haren. We...

Ineens verstijfde Springer.

‘Wat is er?’ vroeg Perijn.

Plotseling jankte er een wolf van pijn. Perijn draaide zich met een ruk om. Het was Ochtendlicht. Het gejank werd afgebroken en de geest van de wolf werd donker en verdween. Springer gromde en gaf geuren af van paniek, woede en verdriet. ‘Wat was dat?’ vroeg Perijn.

Er wordt op ons gejaagd. Rennen, Jonge Stier! We moeten weg. De geesten van de andere leden van het roedel sprongen weg. Perijn gromde. Als een wolf stierf in de wolfsdroom, dan was dat voor altijd. Geen wedergeboorte, nooit meer rennen met je neus in de wind. Slechts één schepsel joeg op de geesten van de wolven. Slachter.

Jonge Stier! riep Springer. We moeten weg!

Perijn bleef grommen. Ochtendlicht had nog een laatste uitbarsting van verbazing en pijn gestuurd, haar laatste uitzicht op de wereld. Perijn vormde een beeld uit die chaos. Toen sloot hij zijn ogen. Jonge Stier! Nee! Hij...

Perijn deed zijn ogen open en bevond zich op de kleine open plek waar – in de echte wereld – zijn mensen hun kamp hadden opgeslagen. Een gespierde, gebronsde man met donker haar en blauwe ogen zat gehurkt midden op de open plek, met een dode wolf aan zijn voeten. Slachter was een man met brede armen en zijn geur was vaag onmenselijk, als een kruising tussen een mens en een rots. Hij droeg donkere kleding: leer en zwarte wol. Slachter begon het karkas te villen.

Perijn stormde naar voren. Slachter keek verbaasd op. Hij leek bijna spookachtig veel op Lan, met een hard gezicht dat uit een en al hoeken en scherpe lijnen bestond. Perijn brulde, en plotseling verscheen zijn hamer in zijn handen.

Slachter verdween in een oogwenk, en Perijns hamer suisde door niets dan lucht. Hij ademde diep in. De geuren waren er! Zilt en hout dat vochtig was van het water. Zeemeeuwen en hun uitwerpselen. Perijn gebruikte zijn nieuw ontdekte vaardigheid om zich naar die verre plek te verplaatsen.

Hij verscheen in een verlaten haven in een stad die hij niet kende. Slachter stond vlakbij en bekeek zijn boog.

Perijn viel aan. Slachter keek op, zijn ogen werden groot en zijn geur sprak van stomme verbazing. Hij hief de boog om Perijn af te weren, maar Perijns klap brak het wapen. Met een brul haalde Perijn de hamer achterover en sloeg nog eens toe, deze keer richtend op Slachters hoofd. Vreemd genoeg glimlachte Slachter, met donkere ogen die glinsterden van vermaak. Hij rook ineens gretig. Gretig om te doden. Een zwaard verscheen in zijn geheven hand, en hij draaide het om Perijns aanval te blokkeren.

De hamer kaatste te hard terug, alsof hij steen had geraakt. Perijn struikelde. Slachter zette zijn hand tegen zijn schouder en duwde. Zijn kracht was onvoorstelbaar. Door de duw schoot Perijn achteruit naar het water, maar het hout van de steiger verdween toen hij neerkwam. Hij viel door lucht en plonsde in het water eronder. Zijn gebrul werd gegorgel; donkere vloeistof omringde hem. Hij zwom omhoog en liet zijn hamer vallen, maar merkte dat het wateroppervlak op onverklaarbare wijze in ijs veranderde. Touwen kronkelden uit de diepte omhoog, sloegen zich om Perijns armen en rukten hem naar beneden. Door de bevroren waterlaag boven hem zag hij een schaduw bewegen. Slachter, die zijn opnieuw gevormde boog hief.

Het ijs verdween en het water week uiteen. Water stroomde van Perijn af en hij staarde op naar een pijl die recht op zijn hart gericht was.

Slachter liet de pijl gaan.

Perijn stuurde zichzelf ergens anders naartoe.

Hij hijgde en raakte de stenen rotspunt waar hij met Springer was geweest. Perijn viel op zijn knieën terwijl het zeewater van hem af stroomde. Hij sputterde en veegde met bonzend hart over zijn gezicht.

Springer verscheen hijgend naast hem, en hij rook boos. Dwaze welp! Stomme welp! Een leeuw achtervolgen terwijl je nog maar net het nest uit bent?

Perijn huiverde en ging zitten. Zou Slachter hem volgen? Kon hij dat? Terwijl de tijd zich voortsleepte en er niemand verscheen, begon hij zich te ontspannen. De uitwisseling met Slachter was zo snel gegaan dat het voelde als een waas. Die kracht was... bovenmenselijk. En dat ijs, die touwen...

‘Hij veranderde dingen,’ zei Perijn. ‘Hij liet de steiger onder me verdwijnen, riep touwen op om me mee vast te binden, duwde het water weg zodat hij goed op me kon richten.’ Hij is een leeuw. Hij doodt. Gevaarlijk.

‘Ik moet leren. Ik moet tegen hem vechten, Springer.’

Je bent te jong. Die dingen gaan je te boven.

1 ... 116 117 118 119 120 121 122 123 124 ... 256
Перейти на страницу:
0
Сюжет
  • 1
  • 2
  • 3
  • 4
  • 5
  • 6
  • 7
  • 8
  • 9
  • 10
0
Атмосфера
  • 1
  • 2
  • 3
  • 4
  • 5
  • 6
  • 7
  • 8
  • 9
  • 10
0
Главный герой
  • 1
  • 2
  • 3
  • 4
  • 5
  • 6
  • 7
  • 8
  • 9
  • 10
0
Общее впечатление
  • 1
  • 2
  • 3
  • 4
  • 5
  • 6
  • 7
  • 8
  • 9
  • 10
Итоговая оценка: 0.0 из 10 (голосов: 0 / История оценок)