De Cock en de moord in seance
- Автор: Баантье Альберт Корнелис
- Серия: Inspector De Cock #17
- Год: 1998
- Язык: голландский
- Год: De Fontein
- ISBN: 978-90-261-0167-8
- Жанр: Полицейские детективы
Электронная книга - «De Cock en de moord in seance». Краткое содержание книги:
De Cock fronste zijn wenkbrauwen. ‘Sprak hij van bedrijfsvergiftigingen?’
Vledder knikte nadrukkelijk. ‘Volgens dokter Rusteloos wordt in veel bedrijven met cyanideverbindingen gewerkt. In de chemische en vooral in de fotografische industrie. Verder wordt blauwzuurgas al sinds jaar en dag gebruikt ter bestrijding van ongedierte. In vele tuinbouwbedrijven zijn hele voorraden cyanidehoudende poeders aanwezig, genoeg om er hele dorpen mee uit te roeien.’
De Cock snoof. ‘Ik begrijp dat het helemaal niet zo moeilijk is om aan dat spul te komen.’
Vledder schudde zijn hoofd. ‘Het is, zoals met zovele vergiften… in grote hoeveelheden gemakkelijk te verkrijgen.’ De Cock keek nadenkend. ‘We kunnen er nu wel van uitgaan,’ sprak hij somber, ‘dat Sjaan Streuffels wel degelijk door vergiftiging met blauwzuurgas om het leven kwam.’
Vledder knikte traag. ‘Dat is vrijwel zeker. De patholoog-anatoom heeft mij tijdens de sectie nog gewezen op de bijzonder heldere kleur van de lijkvlekken. Hij dacht ook dat de cyanide bij analysering nog wel aantoonbaar zou zijn. Hij heeft mij in ieder geval heel wat meegegeven. Een heel assortiment lijkdelen, potten met urine, maag- en darminhoud. Ik had er een hele sjouw aan.’
De Cock glimlachte. ‘Heeft dokter Rusteloos nog iets gezegd over een mogelijk antabuse-effect?’
Vledder keek hem wat verward aan. ‘Antabuse-effect?’ De Cock knikte gelaten. ‘Een verhevigde werking bij een toxische combinatie.’
Vledder trok zijn schouders op. ‘Hij vroeg wel of Sjaan Streuffels verdovende of stimulerende middelen gebruikte.’ De Cock streek peinzend over zijn haren. ‘Dat had ik wel verwacht. Ik heb mij dat zelf ook afgevraagd. De pupillen waren bij haar dood sterk verwijd. Ik heb dergelijke verwijdingen ook wel gezien bij oudere vrouwen die belladonna gebruikten om hun ogen te laten glanzen.’
Vledder lachte. ‘Werd het daarom belladonna genoemd?’ De Cock knikte ernstig. ‘Het is een beetje uit de mode. Er zijn nu veel zwaardere stoffen in zwang. Misschien dat Gerard van Klaverbeek ons kan zeggen of Zwarte Sophie iets gebruikte. Maar persoonlijk geloof ik daar niet in. Ik vermoed eerder dat de moordenaar of moordenares aan de cyanide die hij of zij gebruikte, nog een stimulerend middel heeft toegevoegd.’ Vledder plofte op de stoel achter zijn bureau. ‘Om zeker te zijn van de dodelijke werking?’
‘Uit erbarmen.’
Vledder trok diepe denkrimpels boven zijn neus. ‘Erbarmen?’ De Cock knikte. ‘Dat de dood snel zou komen, begrijp je? Nog sneller dan normaal bij cyanide het geval is. Om het lijden van het slachtoffer zo kort mogelijk te doen zijn.’
Vledder likte aan zijn droge lippen.
‘Dat eh…’ stamelde hij getroffen, ‘dat duidt op een zekere lotsverbondenheid, verwantschap… affiniteit.’
De Cock staarde voor zich uit. Zijn gezicht toonde vrijwel geen expressie.
‘Misschien,’ sprak hij zacht, ‘misschien zelfs liefde.’
Ad van Ishoven, de rijzige chef van de administratie aan het politiebureau Warmoesstraat, mikte een dossier op het bureau van De Cock. Een wolk stof trok prikkelend langs zijn neusgaten. De speurder keek verstoord op.
‘Wat moet ik daarmee?’
Ad van Ishoven keek hem secondenlang aan. Achter zijn bril glansde pure verwondering.
‘Daar heb je toch om gevraagd? Het is het dossier van Martinus Stekelenburg.’
‘Wie is dat?’
Ad van Ishoven wees op de grauwe map.
‘Lees maar… daar zal wel zo het een en ander in staan.’ Hij mompelde binnensmonds. ‘En daar heb ik dan meer dan een uur naar gezocht.’ Hij draaide zich om. Een tikkeltje verongelijkt stapte hij weg.
Vledder haalde het dossier naar zich toe en bladerde. ‘Het is een onderzoek van twaalf jaar geleden,’ sprak hij na een poosje, ‘gedaan naar aanleiding van sterke geruchten dat Martinus Stekelenburg geen natuurlijke dood was gestorven, maar heel geleidelijk zou zijn vergiftigd.’
De Cock greep naar zijn hoofd.
‘Natuurlijk… de echtgenoot van Annette van Leeuwenhoek.’ Op zijn gezicht kwam een verbaasde trek. ‘Was er toch een onderzoek?’
Vledder gaf een klap op het dossier en er steeg opnieuw een grijze stofwolk omhoog.
‘Hier ligt het,’ sprak hij simpel. ‘En als ik het zo eens bekijk, is het een omvangrijk onderzoek geweest.’
De Cock zuchtte omstandig.
‘Ik zou het maar eens doornemen,’ raadde hij aan. ‘Misschien staat er iets in wat voor ons van belang is… Kijk eens naar een eindconclusie.’
Vledder pakte het dossier. Na enig zoeken las hij hardop: ‘… dat niet bewezen kon worden, dat Martinus Stekelenburg een andere dan een natuurlijke dood stierf… en dat evenmin bewezen kon worden, dat aan de geruchten, als zou Martinus Stekelenburg door zijn vrouw, Annette van Leeuwenhoek, zijn vergiftigd, wezenlijke feiten of aanwijzingen ten grondslag liggen.’ De Cock grinnikte.
‘Heel fraai. Ik zou het geschreven kunnen hebben.’
Vledder schudde zijn hoofd.
‘Het rapport werd opgemaakt door rechercheur Bierdrager en die is al jaren gepensioneerd.’
De Cock wreef over zijn kin. ‘Die geruchten over vergiftiging zijn toch bijzonder hardnekkig gebleken,’ zei hij ernstig. ‘Ze zijn na twaalf jaar nog steeds niet verstomd.’
Vledder knikte peinzend. ‘De gifmoord op Sjaan Streuffels en de oude tegenstellingen tussen haar en Annette hebben aan die geruchten nieuw voedsel gegeven. Het wordt toch tijd dat wij die tante Van Leeuwenhoek eens met een bezoek vereren.’ ‘Dat is niet nodig,’ sprak een omfloerste stem achter hen. ‘Ik ben er al.’
De beide rechercheurs draaiden zich met een ruk om. In de deuropening stond een markante gestalte, groot, lang, wat tanig. Ze droeg een paar laarzen die tot aan de knieën reikten, waarboven een korte bruine cape met capuchon. Ze wreef het lange grijze haar uit het gezicht en stevende op hen af. ‘Sorry, dat ik mij niet heb aangediend,’ sprak ze wat cynisch, ‘maar de deur stond open.’ Ze wendde zich tot Vledder. ‘Ik kon er ook niets aan doen,’ ging ze verder, ‘dat ik een gedeelte van uw betoog volgde. Het gebeurde ongewild. Ik wil slechts opmerken dat er van enige familierelatie tussen u en mij geen sprake is… met andere woorden… ik ben uw tante niet.’ Vledder kleurde tot achter zijn oren.
‘Het is eh… het is bij wijze van spreken,’ stamelde hij. ‘In het Amsterdamse taalgebruik heeft het begrip tante een wijdere betekenis.’
Ze draaide zich om, zwaaide met een driftig gebaar de cape van haar schouders en ging op de stoel naast het bureau van De Cock zitten.
‘Ik eh… ik vormde het onderwerp van uw overpeinzingen?’ startte zij.
De Cock bracht zijn beminnelijkste glimlach. De vriendelijke accolades rond zijn mond dansten.
‘Inderdaad. U had… en heeft onze volledige interesse.’ Ze plukte aan haar groflinnen blouse.
‘En moet ik daar blij mee zijn?’
De Cock trok zijn schouders op. De glimlach bleef. ‘Wij, van de recherche, zijn vreemde wezens. Wij zijn steeds op zoek naar bewijzen.’ Hij zweeg even en keek haar aan. ‘Van schuld… maar ook van onschuld. De dood van uw schoonzuster Sjaan Streuffels heeft heel wat losgemaakt.’ Hij tikte op het stoffige dossier voor zich op zijn bureau. ‘Oude wonden opengereten.’ Annette van Leeuwenhoek knikte kordaat.
‘Die oude affaire met mijn eerste man. Ik heb daar destijds veel ellende en verdriet van ondervonden. Martin Stekelenburg bleek achteraf een eigenaardig man. Een heel ander mens dan in onze verlovingstijd. Hij was jaloers, argwanend, achterdochtig. Bijna ziekelijk.’ Ze schudde haar hoofd. ‘Ons huwelijk verliep niet zoals ik dat had gedroomd. Er waren al spoedig spanningen. Misschien ook, omdat ik mij nogal onafhankelijk opstelde. Martin klaagde bij eenieder zijn nood. Het mislukken van ons huwelijk lag niet aan hem, maar aan mij. Ik verzorgde hem niet goed. Ik verzaakte mijn huishoudelijke plichten en onderhield heimelijke relaties met andere mannen. Het waren ongegronde beschuldigingen, waartegen ik mij op den duur niet eens meer verweerde. Ook zou ik pogingen hebben ondernomen om hem te vergiftigen. Het was een van die onzinnige beweringen. Gelukkig geloofde niemand hem.’ Ze zuchtte diep en wreef opnieuw het haar uit haar gezicht. ‘Toen niemand voldoende belangstelling naar zijn zin toonde, begon hij zelfmoorden te ensceneren.’