Zwarte winter
- Автор: Уиллис Конни
- Год: 1992
- Язык: голландский
- Год: Sijthoff
- ISBN: 978-90-218-0502-3
- Переводчик: Tom Van Son
- Жанр: Научная фантастика
Электронная книга - «Zwarte winter». Краткое содержание книги:
De geestelijke mompelde iets en Rosemund keek angstig naar hem. ‘Komt hij weer bij?’ vroeg ze aan Eliwys.
‘Nee.’ Eliwys pakte Rosemund bij de hand en bracht haar naar de deur. ‘Breng je zuster naar het haardvuur en blijf bij haar,’ zei ze tegen Agnes.
Agnes nam Rosemund bij de arm en ging met haar de kamer uit. ‘Als de klerk doodgaat, begraven we hem op het kerkhof,’ zei Agnes. ‘Net als Blackie.’
De klerk zag er al halfdood uit met zijn starende ogen. Vader Roche knielde bij hem neer en hees hem over zijn schouder, even gemakkelijk als Kivrin Agnes over haar schouder had getild. Kivrin sloeg snel de deken terug en Roche legde de klerk in bed.
‘We moeten de koorts uit zijn hoofd verdrijven,’ zei vrouwe Imeyne, die verder ging met haar zalfje. ‘Hij heeft koorts gekregen van het eten.’
‘Nee,’ zei Kivrin, die naar de klerk keek. Hij lag op zijn rug, met zijn armen langs zijn lichaam en zijn handpalmen naar boven gekeerd. Zijn dunne hemd was half opengescheurd en zijn linkerarm was helemaal bloot. Kivrin zag een rode bult onder zijn oksel. ‘Nee,’ fluisterde ze.
De bult was vuurrood en bijna zo groot als een ei. Hoge koorts, een gezwollen tong, aandoening van het zenuwstelsel, builen onder de oksel.
Kivrin week terug van het bed. ‘Het kan niet waar zijn. Het moet iets anders zijn.’ Een steenpuist of een zweer. Ze stak haar hand uit en trok de mouw weg van de zwelling.
Vader Roche pakte de rusteloos bewegende handen van de klerk en legde ze op de deken. Kivrin betastte de buil, die hard was. De huid eromheen was paars- en zwartgevlekt.
‘Dat kan niet waar zijn,’ zei ze. ‘Het is pas 1320.’
‘Dit verdrijft de koorts wel.’ Imeyne stond op, de kom met zalf in haar handen. ‘Doe zijn hemd opzij, dan kan ik de zalf op zijn huid smeren.’ Ze ging naar het bed.
‘Nee!’ zei Kivrin. Ze maakte een afwerend gebaar. ‘Blijf daar! U mag hem niet aanraken!’
‘Wat is dat voor praat?’ zei Imeyne. Ze keek naar Roche. ‘Hij heeft alleen maar buikkramp.’
‘Het is geen buikkramp!’ zei Kivrin, naar Vader Roche kijkend. ‘Laat hem los. Hij heeft geen koorts, hij heeft de pest.’
Vader Roche, Imeyne en Eliwys keken haar even stompzinnig aan als Maisry.
Ze weten niet eens wat de pest is, dacht Kivrin radeloos, de Zwarte Dood bestaat nog niet eens. De pest was in 1333 in China begonnen en had Engeland pas in 1348 bereikt. ‘Maar dit is de pest,’ zei Kivrin. ‘Hij heeft alle symptomen. Hij heeft builen, een gezwollen tong en bloeduitstortingen.’
‘Hij heeft alleen maar buikkramp.’ Imeyne duwde Kivrin opzij.
‘Nee!’ zei Kivrin, maar Imeyne bleef al stokstijf staan, de kom met zalf in haar handen.
‘God zij met ons,’ zei Imeyne. Ze deinsde terug van het bed.
‘Is het de blauwe ziekte?’ vroeg Eliwys angstig.
Plotseling drong het tot Kivrin door. De familie was hier niet gekomen vanwege het proces, niet omdat heer Guillaume onmin had met de koning. Guillaume had hen hierheen gestuurd vanwege de ziekte die in Bath heerste.
Agnes had gezegd dat de kindermeid was gestorven, net als broeder Hubard, de kapelaan van Imeyne. Gestorven aan de blauwe ziekte. En heer Bloet had gezegd dat het proces was verdaagd omdat de rechter ziek was. Daarom had Eliwys niemand naar Courcy willen sturen, daarom was ze zo kwaad geweest toen Imeyne Gawyn naar de bisschop had gezonden. Omdat de ziekte in Bath heerste. Maar hoe was dat mogelijk? De Zwarte Dood had Bath pas in de herfst van 1348 bereikt.
‘Welk jaar is het?’ vroeg Kivrin.
De vrouwen keken haar zwijgend aan. Imeyne had nog steeds de zalf in haar uitgestoken hand. Kivrin keek naar Vader Roche. ‘Welk jaar is het?’
‘Voelt u zich niet goed, vrouwe Katherine?’ vroeg hij gespannen. Hij pakte haar bij haar pols, alsof hij bang was dat ze net als de klerk een aanval zou krijgen.
Ze rukte haar hand los. ‘Welk jaar is het?’
‘Het is het eenentwintigste jaar van Edward de Derde,’ zei hij.
Edward de Derde, niet de Tweede. Ze kon zich niet zo gauw herinneren wanneer die koning aan de macht was geweest. ‘Ik wil weten welk jaar het is,’ zei ze.
‘Anno domini,’ zei de klerk. Hij likte zijn lippen met zijn gezwollen tong. ‘Het is het jaar duizend driehonderd en achtenveertig.’
Derde boek
Vandaag eigenhandig vijf van mijn kinderen in één enkel graf gelegd… Geen doodsklokken, geen tranen. Dit is het einde van de wereld.